In de gezondheidszorg wordt in sommige gevallen (röntgen)straling of radioactiviteit gebruikt. U kunt hierbij denken aan een röntgenfoto, een CT-scan of het toedienen van radioactieve stoffen. De straling wordt gebruikt om een diagnose te kunnen stellen of om te genezen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu houdt bij hoe vaak straling wordt ingezet in de gezondheidszorg en hoeveel straling hierbij gemiddeld wordt gebruikt. Het RIVM biedt ook informatie over de toepassing van straling aan professionals.

De gezondheidszorg gebruikt straling voor diagnose, bijvoorbeeld om delen van het lichaam af te beelden. Ook wordt straling ingezet voor therapie, bijvoorbeeld door tumoren gericht te bestralen. Naast deze nuttige eigenschappen van straling zijn er ook bijwerkingen. Straling kan cellen in het lichaam beschadigen en op de lange termijn een bijdrage leveren aan het ontstaan van kanker. Daarom wordt er bij elke medische toepassing van straling nagegaan of de voordelen (diagnose, therapie) opwegen tegen de nadelen. Ook wordt er steeds geprobeerd om met zo min mogelijk straling het medische doel te bereiken. 

Dosis straling in Nederland

De gemiddelde dosis door medische handelingen per inwoner was in 2016 1,2 mSvmillisievert (milliSievert). Sinds 2002 is de gemiddelde dosis per inwoner ruim verdubbeld. Dit is een gemiddelde, omdat de ene inwoner meer straling ontvangt dan de ander. Dit is afhankelijk van de medische behandeling die iemand ondergaat. De bevolking wordt naast aan straling door medische handelingen ook nog aan andere soorten straling blootgesteld, bijvoorbeeld aan natuurlijke straling uit de bodem of het heelal. Meer informatie daarover is te vinden op de pagina straling.
 

Risico

Cellen in het menselijk lichaam kennen diverse manieren om zich tegen straling te beschermen. Daarom zijn de risico’s van lage doses straling klein. Wereldwijd wordt aangenomen dat een stralingsdosis van 1 mSv leidt tot een extra risico van 1 op 20.000 om op langere termijn kanker te ontwikkelen en daaraan te overlijden. Dit risico is in veel gevallen acceptabel omdat met deze blootstelling andere ernstige aandoeningen tijdig kunnen worden ontdekt en behandeld. Ter vergelijking: uit Amerikaanse data blijkt dat het risico om een auto-ongeluk te krijgen ongeveer 1 op 300 is, het risico om van de trap te vallen is ongeveer 1 op 2000, het risico om een vliegtuigongeluk te krijgen is 1 op 7000 en het risico om door de bliksem getroffen te worden 1 op 85.000 (bron: Fahey, Treves & Adelstein, J Nuc MedMedical Exposure Directive, 2012).
 

Andere landen

In Nederland is de gemiddelde stralingsdosis lager dan in de meeste andere Europese landen. Figuur 2 laat zien hoe de dosis in die landen zich verhoudt tot die in Nederland (NL) in de periode 2009-2011. Hierbij moet worden opgemerkt dat door een verschil in organisatie van de gezondheidszorg en in gebruikte methodieken een juiste interpretatie van internationale verschillen gecompliceerd is.


Figuur 2: Vergelijking van de gemiddelde effectieve dosis per inwoner tussen 36 landen in Europa in de periode 2009-2011, röntgenfoto’s (blauw), doorlicht onderzoeken (rood), CT-scans (groen), interventie radiologie (paars)
(link naar Dose Datamed).