Ziekenhuizen vinden het lastig om de voorgeschreven werkwijze voor een vergelijking van dosis met een Diagnostisch Referentie Niveau (DRNDiagnostische Referentieniveaus) uit te voeren. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in samenwerking met Hogeschool Inholland.

In 2014 is een toetsing aan DRNs uitgevoerd in acht Nederlandse ziekenhuizen. Met medewerking van de ziekenhuizen hebben studenten Medische Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) van Hogeschool Inholland dosismetingen verricht en die conform het voorschrift met de DRNs vergeleken.

Resultaten

Zeven ziekenhuizen waren bereid de resultaten van de metingen anoniem te delen. In tabel 1 staat een overzicht van de DRNs waaraan getoetst is. Zo zijn in alle ziekenhuizen doses bepaald voor longfoto’s bij volwassenen (X-thorax PA) en in een enkel ziekenhuis is dat ook gelukt voor kinderen (X-thorax PA Neonaat).

Ziekenhuizen

X-thorax PA

X-bekken APAnterior Posterior

CT abdomen

CTA

CTPACT Pulmonary Angiogram Longembolie

Diagnostische coronaire angiografie

X-thorax PA Neonaat

Mammo-

grafie

 A

4

 3

2

 

1

 

 

 

 B

1

1

1

2

1

 

 

 

 C

1

 

 

 

 

 

 

 

 D

1

1

 

 

 

 

 

 

 E

2

 

 

 

 

 

1

 

 F

 2

1

1

 

1

1

 

 

 G

 2

2

2

1

1

 

 

1

Totaal

13

8

6

3

4

1

1

1

 Tabel 1: Getoetste DRNs. Let op: in sommige ziekenhuizen zijn enkele verrichtingen op meerdere toestellen aan de DRNDiagnostische Referentieniveaus getoetst.

 

Figuur 1 geeft een overzicht van de geïnterpoleerde DOP-waarden (voor een volwassene van 77 kgkilogram) voor de X-thorax PA verrichtingen. Het DRN is in dit geval 12 µGy·m2 en de streefwaarde is 6 µGy·m2. In alle gevallen wordt het DRN gehaald en in vrijwel alle gevallen ook de streefwaarde.

 

Figuur 1: DOP-waarden voor X-thorax PA, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de zeven deelnemende ziekenhuizen en indien er sprake van is een weergave van de verschillende apparatuur. Het DRN is 12 µGy·m2 en de streefwaarde is 6 µGy·m2.


Voor X-bekken AP zijn de geïnterpoleerde doses weergegeven in figuur 2. Het DRN is voor deze verrichting 300 µGy·m2 en de streefwaarde is 150 µGy·m2. Alle ziekenhuizen die deze verrichting hebben laten toetsen, blijven onder deze waarden.



Figuur 2: DOP-waarden voor X-bekken AP, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de zeven deelnemende ziekenhuizen en indien er sprak van is een weergave van de verschillende apparatuur. Het DRN is 300 µGy·m2 en de streefwaarde is 150 µGy·m2.

 

Voor de andere verrichtingen staan de resultaten samengevat in onderstaande tabellen. 

 

 Ziekenhuis

 DOP (SE) in µGy·m²

 E

0,81 (0,32)

Tabel 2: Gemiddelde DOP-waarde voor X-thorax PA Neonaat. Het DRN 1,5 µGy·m2 is en de streefwaarde is 0,75 µGy·m2.

 

 Ziekenhuis

 PMMAparamethoxymethamfetamine (cm)

 GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst (mGymilligray)

 DRN (mGy)

 Streefwaarde (mGy)

G

3
5
7

0,85
1,50
2,15

1,5
3,0
6,5

1,0
2,4
5,1

Tabel 3: Gemiddelde Glandulaire Dosis (GGD) voor verschillende dikten PMMA met bijbehorende DRNs en streefwaarden.

 

 Ziekenhuis

 DOP in µGy·m²

F

 2976

Tabel 4: Mediane DOP-waarde voor diagnostische coronaire angiografie. Het DRN is 8000 µGy·m2 en de streefwaarde is 3000 µGy·m2.

 Ziekenhuis

 Lineaire interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

 Exponentiele interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

A

560  (50),     R2=0,29
333  (90),     R2=0,28

557  (9%),   R2=0,28
327  (28%), R2=0,22

B

401  (135),   R2=0,40

374  (39%), R2=0,34

F

309  (103),   R2=0,69

282  (29%), R2=0,73

G

400  (147),   R2=0,70
438  (107),   R2=0,76

375  (21%), R2=0,82
408  (21%), R2=0,78

Tabel 5: Geïnterpoleerde DLP waarden voor CT abdomen in vier ziekenhuizen. Het DRN is 700 mGy·cm en de streefwaarde is 400 mGy·cm.

Ziekenhuis

Lineaire interpolatie
CTDIComputed Tomography Dose Index (SE) in mGy

Exponentiele interpolatie
CTDI (SE) in mGy

F

6,6  (3,3), R2=0,34

6,0  (39%), R2=0,52

G

7,9  (2,9), R2=0,63
8,8  (2,1), R2=0,75

7,5  (24%), R2=0,73
8,3  (19%), R2=0,79

Tabel 6: Geïnterpoleerde CTDI waarden voor CT abdomen in twee ziekenhuizen. Het DRN is 15 mGy en de streefwaarde is 8 mGy.

 

Ziekenhuis

Lineaire interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

Exponentiele interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

A

339  (73), R2=0,76

319  (19%), R2=0,78

B

279  (75), R2=0,47

263  (29%), R2=0,48

F

193  (30), R2=0,79

183  (15%), R2=0,80

G

203  (78), R2=0,002

188  (51%), R2=0,002

Tabel 7: Geïnterpoleerde DLP waarden voor CTPA thorax in vier ziekenhuizen. Het DRN is 350 mGy·cm en de streefwaarde is 200 mGy·cm.

Ziekenhuis

Lineaire interpolatie
CTDI (SE) in mGy

Exponentiele interpolatie
CTDI (SE) in mGy

F

5,27  (1,11), R2=0,74

4,81  (1,41), R2=0,51

G

6,14  (2,59), R2=0,001

5,59  (55%), R2=0,0007

Tabel 8: Geïnterpoleerde CTDI waarden voor CTPA thorax in twee ziekenhuizen. Het DRN is 10 mGy en de streefwaarde is 6 mGy.

 

Ziekenhuis

Lineaire interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

Exponentiele interpolatie
DLP (SE) in mGy·cm

B

186  (251), R2=0,05 (*)
525  (316), R2=0,29 (**)

162  (84%),  R2=0,16 (*)
444  (63%),  R2=0,005 (**)

G

115  (83),   R2=0,35

 99    (66%),  R2=0,40

Tabel 9: Geïnterpoleerde DLP waarden voor CT coronaire angiografie in twee ziekenhuizen. Het DRN is 1000 mGy·cm en de streefwaarde is 300 mGy·cm.

Ziekenhuis

Lineaire interpolatie
CTDI (SE) in mGy

Exponentiele interpolatie
CTDI (SE) in mGy

G

7,88  (5,12),   R2=0,37

6,81  (55%),  R2=0,47

Tabel 10: Geïnterpoleerde CTDI waarde voor CT coronaire angiografie in één ziekenhuis. Het DRN is 80 mGy en de streefwaarde is 25 mGy.


Conclusies

De geïnterpoleerde doses van de röntgenopnamen zijn in alle gevallen onder het DRN en in de meeste gevallen ook onder de streefwaarde. Voor CT-abdomen, CTPA-thorax en CT coronaire angiografie zijn de geïnterpoleerde DLP- en CTDI-waarden onder het DRN, sommige zijn hoger dan de streefwaarde. De DOP-waarden van X-thorax neonaat en diagnostische coronaire angiografie zijn lager dan het DRN.

Dankwoord

Onze dank gaat uit naar de deelnemende ziekenhuizen die geheel vrijwillig hun medewerking aan deze pilot hebben verleend en de studenten die de metingen hebben verricht.