Ziekenhuizen vinden het soms lastig om de voorgeschreven werkwijze voor een vergelijking van dosis met een Diagnostisch Referentie Niveau (DRNDiagnostische Referentieniveaus) uit te voeren (Bijwaard, 2013). In 2017 hebben studenten 11 ziekenhuizen ondersteund om deze toetsing uit te voeren conform de voorgeschreven werkwijze (NCSNederlandse Commissie voor Stralingsdosimetrie, 2012).

In 2014 is in opdracht van het Ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een pilotproject een toetsing aan DRNs uitgevoerd in acht Nederlandse ziekenhuizen in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. In 2015 is dit uitgebreid naar heel Nederland. Er deden toen 21 ziekenhuizen mee. In 2016 en 2017 is dit herhaald met een toetsing in respectievelijk 16 en 11 ziekenhuizen. Met medewerking van de ziekenhuizen hebben studenten Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) van Hogeschool Inholland, de Fontys Paramedische Hogeschool en de Hanzehogeschool onder toezicht van lokale klinisch fysici dosismetingen verricht en die conform het voorschrift (NCSNederlandse Commissie voor Stralingsdosimetrie, 2012) met de DRNs vergeleken. Dit project is begeleid door het Lectoraat Medische Technologie van Hogeschool Inholland  en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Resultaten

In 2017 waren 11 ziekenhuizen bereid de resultaten van de metingen anoniem te delen. In tabel 1 staat een overzicht van de DRNs waaraan getoetst is. Zo zijn in vrijwel alle ziekenhuizen doses bepaald voor longfoto’s bij volwassenen (X-thorax PA ). In tegenstelling tot eerdere jaren zijn in 2017 geen DRNs getoetst voor kinderen. Wel zijn aanvullende dosismetingen uitgevoerd voor twee verrichtingen (X buik en CT schedel) waarvoor nog geen DRNDiagnostische Referentieniveaus bestaat (deze zijn niet opgenomen in tabel 1). Deze metingen zijn beide in drie ziekenhuizen verricht.

Verrichting Aantal ziekenhuizen Aantal toetsingen

 

Tabel 1: Getoetste DRNs. Let op: in sommige ziekenhuizen zijn enkele verrichtingen op meerdere toestellen aan het DRN getoetst.

CT abdomen 2 2
CTPACT Pulmonary Angiogram 2 2
CTCA 1 1
X thorax 9 11
X bekken 7 8
CAG 1 1

In onderstaande figuren en tabellen wordt een overzicht van de resultaten van de toetsingen gegeven. Incidenteel worden daarbij streefwaarden overschreden. Met nadruk moet gesteld worden dat DRNs en streefwaarden richtwaarden zijn die in voorkomende gevallen overschreden mogen worden. Een overschrijding kan aanleiding vormen om nader onderzoek te doen.

Figuur 1 geeft een overzicht van de geïnterpoleerde DOP-waarden (voor een volwassene van 77 kgkilogram) voor de X-thorax PA verrichtingen. Het DRN is in dit geval 12 µGy·m2 en de streefwaarde is 6 µGy·m2. In alle gevallen is het DRN gehaald en in vrijwel alle gevallen ook de streefwaarde.

Figuur 1: DOP-waarden voor X-thorax PA, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 12 µGy·m2 en de streefwaarde is 6 µGy·m2.

Voor X-bekken APAnterior Posterior zijn de geïnterpoleerde doses weergegeven in figuur 2. Het DRN is voor deze verrichting 300 µGy·m2 en de streefwaarde is 150 µGy·m2. Slechts één ziekenhuis overschrijdt de streefwaarde, de anderen blijven eronder.

Figuur 2: DOP-waarden voor X-bekken AP, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 300 µGy·m2 en de streefwaarde is 150 µGy·m2.

Voor CT abdomen zijn de geïnterpoleerde doses weergegeven in figuren 3 en 4. Het DRN is voor deze verrichting 15 mGymilligray (CTDIComputed Tomography Dose Index) en 700 mGy·cm (DLP). De streefwaarden zijn 8 mGy (CTDI) en 400 mGy·cm (DLP). In beide ziekenhuizen worden de DRNs voor DLP en CTDI gehaald en de streefwaarden net niet.

Figuur 3: DLP-waarden voor CT abdomen, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 700 mGy·cm en de streefwaarde is 400 mGy·cm.

Figuur 4: CTDI-waarden voor CT abdomen, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 15 mGy en de streefwaarde is 8 mGy.

Voor CTPA thorax zijn de geïnterpoleerde doses weergegeven in figuren 5 en 6. Het DRN is voor deze verrichting 10 mGy (CTDI) en 350 mGy·cm (DLP). De streefwaarden zijn 6 mGy (CTDI) en 200 mGy·cm (DLP). De DRNs worden niet overschreden; de streefwaarden in één ziekenhuis wel.

Figuur 5: DLP-waarden voor CTPA thorax, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 350 mGy·cm en de streefwaarde is 200 mGy·cm.

Figuur 6: CTDI-waarden voor CTPA thorax, geïnterpoleerd voor een patiënt van 77 kg, in de deelnemende ziekenhuizen. Het DRN is 10 mGy en de streefwaarde is 6 mGy.

Voor de andere verrichtingen staan de resultaten samengevat in onderstaande tabellen.

Ziekenhuis DLP (mGy.cm) CTDI (mGy)
Tabel 2: Gemiddelde DLP en CTDI waarden voor CT coronaire angiografie (CTCA). Het DRN is 1000 mGy·cm en 80 mGy. De streefwaarden zijn 300 mGy·cm en 25 mGy.
G 456,97

24,47

Ziekenhuis DOP (µGy.m2)
Tabel 3: Gemiddelde DOP waarden voor diagnostische coronaire angiografie (CAG). Het DRN is 8000 µGy·m2 en de streefwaarde is 3000 µGy·m2.
G 1909,02

Conclusies

De geïnterpoleerde doses van de röntgenopnamen bij volwassenen (X thorax, X bekken en CAG) zijn in alle gevallen onder het DRN en ook in de meeste gevallen onder de streefwaarde. Voor de verrichtingen met CT geldt hetzelfde; het DRN wordt geen enkele keer overschreden maar de streefwaarde soms wel. Er zijn in 2017 minder toetsingen uitgevoerd dan in 2016, maar waar er in 2016 nog enkele overschrijdingen van DRNs werden geconstateerd, is er in 2017 geen enkele gevonden. Dit is een positieve ontwikkeling.

Dankwoord

Onze dank gaat uit naar de deelnemende ziekenhuizen die geheel vrijwillig hun medewerking aan dit project hebben verleend, de hogescholen voor hun ondersteuning en de studenten die de metingen hebben verricht.

Referenties

  • Bijwaard, H. Inventarisatie van het gebruik van Diagnostische Referentieniveaus voor röntgenstraling in Nederland, RIVM briefrapport 080129001/2013
  • NCS (Nederlandse Commissie voor Stralingsdosimetrie) platform “Stralingsbescherming in het ziekenhuis”. Diagnostische Referentieniveaus in Nederland, NCS rapport 21, 2012