De onderzoeken worden ingedeeld in categorieën die ieder een eigen gemiddelde effectieve dosis hebben.

De effectieve dosis van nucleair geneeskundig onderzoek hangt af van het gebruikte radiofarmacon en de toegediende activiteit. Daarnaast zijn ook de leeftijd en de stofwisseling van een patiënt van invloed op de effectieve dosis. Om landelijk zoveel mogelijk overeenstemming te bereiken doet de NVNGNederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde aanbevelingen ten aanzien van het te gebruiken radiofarmacon en de toe te dienen activiteit.

Het verzamelen van gegevens over de frequenties van de uitgevoerde onderzoeken gebeurt jaarlijks. Gegevens over de standaarddoseringen en gebruik van radiofarmaca worden minder vaak uitgevraagd. Bij de enquête over de gegevens van het jaar 2008 is naast de frequentie van de nucleair geneeskundige diagnostiek ook gevraagd naar de standaarddosering bij de verrichtingen. Uit de verkregen resultaten is een gemiddelde toediening per radiofarmacon bepaald. Daarnaast is de fractie van het aantal uitgevoerde onderzoeken met een specifiek radiofarmacon vastgesteld. Uit een combinatie van de gemiddelde toediening en de genoemde fractie is een gemiddelde effectieve dosis per verrichting vastgesteld, berekend uit de hoeveelheid activiteit en de dosisconversiefactoren voor de verschillende radiofarmaca. Vanaf  2016 zijn nieuwe dosisconversiefactoren toegepast voor het berekenen van de stralingsdosis op basis van de nieuwe aanbevelingen voor nucleair geneeskundige verrichtingen (Procedure Guidelines Nuclear Medicine, Esser, 2016). Door het gebruik van nieuwe dosisconversiefactoren kan de stralingsdosis per verrichting verschillen met voorgaande jaren.

In Tabel 1 zijn de gewogen gemiddelde effectieve doses per categorie nucleaire verrichtingen weergegeven.

Tabel 1: Overzicht van de gewogen gemiddelde effectieve dosis per categorie nucleair geneeskundige verrichtingen.

Categorie onderzoek

Gemiddelde effectieve dosis E in mSvmillisievert

Cardiovasculair

6,2

Bewegingsapparaat

3,5

PET

4,8

Endocrinologie

3,2

Bloed en afweer

4,3

Ventilatoir

1,0

Hoofd en zenuwstelsel

4,7

Urogenitaal

0,8

Spijsvertering

0,7

Overig

4,7