De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Zuid-Holland Zuid (onderdeel van de Dienst Gezondheid & Jeugd) heeft – op verzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu- gesprekken gevoerd met veertien deelnemers aan het eerdere bloedonderzoek, die een bloedwaarde hadden van 21 nanogram PFOAperfluoro octanoic acid per milliliter bloed of meer. Op basis van de gesprekken lijkt langdurig en dichtbij de fabriek wonen een duidelijk bron van deze hogere bloedwaarden te zijn.

Dit onderzoek maakt niet duidelijk of producten uit eigen tuin een bron van hogere bloedwaarden PFOAperfluoro octanoic acid zijn. Resultaten uit het moestuinonderzoek kunnen hier meer inzicht in geven. Van zwemmen in de Merwede is het onduidelijk of dit een bron van hogere waarden  kan zijn.

De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst sprak met de deelnemers ook over andere mogelijk bronnen van PFOA-blootstelling, zoals hobby’s, stoffering of meubilering in huis, huisdieren, gebruik van consumentenproducten, drinkwater, andere voedingsmiddelen en aard van het werk. Deze zaken lijken geen bron voor een hogere waarde voor PFOA in bloed te zijn.