Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft groenten uit 10 moestuinen in de omgeving van het bedrijf Dupont/Chemours onderzocht op PFOAperfluoro octanoic acid en GenX. Het doel van dit onderzoek was om te bepalen of mensen met een moestuin in de buurt van DuPont/Chemours de groenten veilig kunnen eten. Ook heeft het RIVM de bodem en het irrigatiewater van deze moestuinen onderzocht.

Door de uitstoot van het chemiebedrijf DuPont/Chemours in Dordrecht zijn de stoffen GenX en PFOAperfluoro octanoic acid via de lucht terechtgekomen in het milieu. Naar aanleiding hiervan vragen mensen met een moestuin in de buurt van het bedrijf zich af of het veilig is om zelfgeteelde groenten te eten. De grenswaarden die voor de blootstelling van GenX en PFOA gelden, worden via voedsel niet overschreden, zo blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Omwonenden komen echter ook via lucht en drinkwater in aanraking met de stoffen. Daarom adviseert het RIVM om moestuingewassen die binnen een straal van 1 kilometer van het bedrijf zijn geteeld, met mate te consumeren (niet te vaak of te veel). Daar zijn wat hogere concentraties aangetroffen. Buiten dit gebied zijn de concentraties dermate laag dat de gewassen veilig kunnen worden gegeten, ook in combinatie met andere blootstellingsbronnen.

In ongeveer 60 procent van de monsters rond de fabriek is GenX en/of PFOA aangetoond. In 14 procent van de monsters rond de fabriek is GenX aangetroffen in meetbare hoeveelheden en in 4 procent PFOA. Bij concentraties lager dan 1 nanogram per gram kan de precieze hoeveelheid niet worden aangegeven; alleen de constatering dat het erin zit. Op één locatie, minder dan 1 kilometer ten noordoosten van de fabriek, zijn hogere concentraties GenX in groente (in andijvie, bieten, selderij, sla en tomaten) en PFOA (in bieten) aangetroffen dan op de andere 9 locaties rond de fabriek.

De hoogste concentraties zijn vervolgens gebruikt om de blootstelling te berekenen. Hierbij is aangenomen dat mensen hun leven lang dagelijks uitsluitend groenten uit hun eigen tuin eten. De uitkomsten zijn daardoor waarschijnlijk hoger dan de werkelijke blootstelling van GenX en PFOA bij moestuinhouders rond de fabriek. Onder deze worst-case-omstandigheden overschreed de blootstelling van beide stoffen via voedsel niet de grenswaarden die als veilig worden beschouwd (gezondheidskundige grenswaarden).

Bodem en irrigatiewater

Uit de RIVM-analyses blijkt dat de bodem en het irrigatiewater gebruikt kunnen worden voor moestuingebruik. Uit analyse van de grondmonsters blijkt dat de bodem van de onderzochte locaties geschikt is voor moestuingebruik. De PFOA concentraties in de bodem zijn lager dan de eerder vastgestelde risicogrens voor ‘ wonen met moestuingebruik’. De gevonden waarden voor GenX zijn laag. Er is nog geen risicogrens voor bodem afgeleid voor GenX.

Het RIVM heeft gekeken hoe lang het duurt voordat gebruik van irrigatiewater met veel  PFOA en GenX in leidt tot overschrijding van de risicogrens. Dit blijkt vele tientallen jaren te duren. De berekening laat wel zien dat gebruik van irrigatiewater leidt tot een beperkte toename van het bodemgehalte en de daarmee samenhangende gezondheidsrisico's.

Ondanks dat het water veilig gebruikt kan worden voor de irrigatie van moestuinen, zijn de gevonden concentraties GenX en PFOA in het sloot- en/of regenwater hier en daar erg hoog. De Europese Kaderrichtlijn Water heeft tot doel om de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. Hiervoor moet worden gestreefd naar een verlaging van de concentratie van stoffen als GenX en PFOA in het oppervlaktewater.