Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft literatuuronderzoek verricht naar de hormoonverstorende effecten van de drie meest gebruikte parabenen (methyl-, ethyl- en propylparabeen) en de blootstelling van consumenten aan deze stoffen. Op basis van de beschikbare informatie uit dierstudies is het niet mogelijk een conclusie te trekken over de eventuele hormoonverstorende werking van deze drie stoffen in dieren of mensen. De blootstelling van consumenten aan de afzonderlijke parabenen lijkt lager te zijn dan de hoeveelheid waarbij een gezondheidseffect kan worden verwacht.

Parabenen gaan de groei van schimmels en bacteriën tegen en worden daarom als conserveermiddel toegevoegd aan verschillende consumentenproducten, zoals persoonlijke verzorgingsproducten, voedsel en medicijnen. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat hun werking vergelijkbaar is met het vrouwelijk geslachtshormoon, maar dan veel zwakker. 

De huidige risicobeoordeling van de drie parabenen is gebaseerd op beschikbare informatie over mogelijke gezondheidseffecten van deze stoffen. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er onvoldoende informatie is om een conclusie te trekken over de eventuele hormoonverstorende werking van deze drie stoffen. 

Blootstelling

In het onderzoek is ook geschat in welke mate consumenten aan de afzonderlijke parabenen worden blootgesteld via persoonlijke verzorgingsproducten, voedsel en medicijnen. Hieruit blijkt dat de blootstelling lager lijkt te zijn dan de hoeveelheid waarbij een gezondheidseffect kan worden verwacht. De blootstelling door

persoonlijke verzorgingsproducten lijkt de grootste bijdrage te leveren aan de totale blootstelling. De bijdrage aan de totale blootstelling vanuit voedsel is klein. Voor een nauwkeurige schatting van de blootstelling vanuit medicijnen is te weinig informatie beschikbaar, daarom zijn veiligheidshalve aannames gedaan die uitgegaan van een maximaal gebruik. 

Combinatie van verschillende stoffen

De mogelijke blootstelling aan de afzonderlijke parabenen lijkt weliswaar niet tot een risico te leiden, maar in de praktijk worden mensen aan een combinatie van verschillende stoffen blootgesteld. Het is nog onduidelijk of en hoe de blootstelling aan de verschillende parabenen bij elkaar opgeteld in de risicobeoordeling kan worden meegenomen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert om aanvullend onderzoek naar de gezondheidseffecten en het werkingsmechanisme van deze stoffen uit te voeren en de blootstellingsschatting nauwkeuriger te maken.