Het werkelijke aantal mensen dat in Nederland overlijdt aan de gevolgen van het nieuwe coronavirus is hoger dan de gemelde aantallen die het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dagelijks publiceert. Het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM monitoren de sterftecijfers in Nederland. Niet alle mensen die in Nederland overlijden zijn getest op COVID-19. Door naar het totaal aantal overledenen per week te kijken zoals gemeld aan het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek  - dus ongeacht de doodsoorzaak - ontstaat een completer beeld van de situatie in Nederland.

Sinds een aantal weken wordt er een oversterfte geconstateerd.  De opkomende hogere sterfte valt samen met het begin van de corona-epidemie in Nederland. Een aanzienlijk deel van de oversterfte is naar verwachting gerelateerd aan COVID-19. Welk deel dat is wordt later duidelijk in de doodsoorzakenregistratie. In de derde week van april neemt de oversterfte af blijkt uit gegevens van het CBS en het RIVM. 

In de week van donderdag 9 april tot en met woensdag 15 april 2020 was de totale sterfte in Nederland sterk verhoogd (sterfte binnen 2 weken gerapporteerd - rondom 97% gerapporteerd). In totaal zijn 4.500 sterfgevallen gemeld, gewoonlijk verwachten we in deze tijd van het jaar tussen de 2.654 en 2.959 sterfgevallen. Dat is tussen 1.541 en 1.846 meer sterfgevallen dan we zouden verwachten. Dit is ongeveer twee keer hoger dan de gemelde sterfte aan laboratoriumbevestigde COVID-19 in diezelfde week (876). De sterfte was licht verhoogd in de leeftijdsgroep 55-64 jaar en sterk verhoogd in de leeftijdsgroepen 65-74 jaar en 75 jaar en ouder.

Verpleeghuis- en verzorgingshuizen
De oversterfte in verpleeg- en verzorgingshuizen is in week 16 (13 april tot en met 19 april) voor het eerst in een aantal weken afgenomen.

Verschillen mannen en vrouwen wordt kleiner
In de afgelopen weken was de sterfte onder mannen hoger dan onder vrouwen. Vanaf week 14 werden de verschillen echter kleiner.