Sinds de griepepidemie van 2009 houdt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wekelijks het aantal overleden mensen in de gaten met gegevens van het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek. Het doel van het monitoren van sterftecijfers is om de impact van een epidemie of een incident in beeld brengen. In het verleden zijn er pieken in de totale sterfte te zien bij koude- en hittegolven en bij uitbraken van infectieziekten, zoals griep.

Stand van zaken

In de week van 10 tot en met 16 september 2020 was de totale sterfte in Nederland niet verhoogd (sterfte binnen 2 weken gerapporteerd - rondom 97% gerapporteerd). In totaal zijn 2.687 sterfgevallen gemeld, gewoonlijk verwachten we in deze tijd van het jaar tussen de 2.488 en 2.811 sterfgevallen. De gemelde sterfte aan laboratoriumbevestigde COVID-19 was in diezelfde week 20. De sterfte was wel verhoogd in de leeftijdsgroep 65-74 jaar en licht verhoogd in de gecombineerde regio Groningen/Friesland/Drenthe.

Overige trends

Van 5 tot en met 17 augustus was er een hittegolf in Nederland. Ook heerst er een COVID-19 epidemie; op 27 februari 2020 is de eerste COVID-19 patiënt gemeld in Nederland.

In de week van 10 tot en met 16 september 2020 was de totale sterfte in Nederland niet verhoogd (sterfte binnen 2 weken gerapporteerd - rondom 97% gerapporteerd). In totaal zijn 2.687 sterfgevallen gemeld, gewoonlijk verwachten we in deze tijd van het jaar tussen de 2.488 en 2.811 sterfgevallen.

Figuur. Sterfte in Nederland binnen 2 weken gerapporteerd (alle leeftijden en regio’s gezamenlijk).

De verklaring van de verschillende lijnen in de grafiek is als volgt:

  • Zwarte lijn: sterfte tot en met 16 september 2020, die gemeld is binnen twee weken.
  • Sterfte verlaagd: de sterfte bevindt zich onder de onderste grijze lijn.
  • Sterfte verhoogd: de sterfte bevindt zich boven de bovenste grijze lijn.

De sterfgevallen worden door de gemeenten aan het Centraal Bureau voor Statistiek (CBSCentraal Bureau voor de Statistiek) doorgegeven. Binnen 2 weken zijn circa 97% van alle sterfgevallen bekend bij het CBS. De reden van sterfte is ten tijde van deze wekelijkse rapportage nog niet bekend.

Terugblik

In de winter van 2019/2020 was de influenza-epidemie kort en mild (week 5 tot en met 7 2020). De oversterfte was in deze periode met 404 veel lager dan de gemiddelde oversterfte in de afgelopen 5 griepepidemieën (6.443). Een korte opleving van de griepepidemie in week 10 en11 2020 overlapte met de eerste 2 weken van de COVID-19 epidemie. De oversterfte in week 10 tot en met 19 van de COVID-19 epidemie was 9.768, waarvan 213 in de eerste 2 weken.  

In de winter van (2018/2019) duurde de griepepidemie 14 weken (week 50 2018  tot en met 11 2019) en was de sterfte significant verhoogd in 5 afzonderlijke weken (week 3, 4, 7, 11, 12 2019). Tijdens de griepepidemie werd de totale oversterfte geschat op 2.894 (3.124 voor de gehele winter periode van week 40 tot en met 20). Dit is ongeveer de helft van de gemiddelde oversterfte in de afgelopen 5 epidemieën en betrof voornamelijk mensen van 75 jaar en ouder. 

In de winter van (2017/2018) was de sterfte 15 weken lang verhoogd (week 51 2017 t/m 14 2018). De verhoogde sterfte viel samen met de griepepidemie die plaatsvond van week 50 2017 tot en met week 15 2018. De oversterfte tijdens de 18 weken griepepidemie werd geschat op 9.444 (8.885 voor de gehele winter periode van week 40 t/m 20). Hiermee was de oversterfte het hoogst ooit gemeten sinds het begin van de monitoring in 2009. De oversterfte betrof voornamelijk mensen van 75 jaar en ouder, maar er waren ook enkele weken waarin de sterfte verhoogd was in mensen tussen de 55-64 jaar en 65-74 jaar.

In de winter van (2016/2017) was de sterfte 12 weken lang verhoogd (week 48 2016 t/m 10 2017). De verhoogde sterfte begon 2 weken nadat de griepepidemie begon en duurde tot en met de laatste week van de epidemie (met uitzondering van week 52 2016). De oversterfte betrof voornamelijk de mensen van 75 jaar en ouder. Tijdens de 15 weken griepepidemie werd de oversterfte geschat op 7.503 (8.890 voor de gehele winter periode van week 40 t/m 20). Hiermee was de oversterfte relatief hoog.  In de voorafgaande 5 jaar was de oversterfte alleen hoger in 2014/2015, toen de langste griepepidemie heerste ooit gemeten in Nederland (oversterfte van 8.600 in 21 weken). 

In de winter van (2015/2016)  was de sterfte verhoogd van week 1 t/m 14 van 2016 (met uitzondering van week 7). De verhoogde sterfte viel samen met en duurde 3 weken langer dan de griepepidemie (die plaatsvond van week 1 t/m 11). Tijdens de 11 weken griepepidemie werd de oversterfte geschat op 3,900 sterfgevallen (6.085 voor de gehele winterperiode van week 40-20) en was daarmee gemiddeld vergeleken met de afgelopen 5 jaar. Dit betrof voornamelijk 75-plussers maar er waren enkele weken waarin de sterfte ook verhoogd was in 65-74 jarigen.

De winter ervoor (2014/2015) lag de piek van de totale sterfte in de week van 8 tot en met 14 januari 2015 en de piek was hoger dan de pieken in de afgelopen 5 jaar. Tijdens de gehele lange griepepidemie van de afgelopen winter was de sterfte verhoogd. Er stierven ruim 65.000 mensen, dat is ruim 8.600 meer dan in deze 21 weken was verwacht (voornamelijk onder de 75-plussers). De oversterfte was hoger dan in de 4 eerdere influenza seizoenen.

In de winter van (2013/2014) was de sterfte niet verhoogd. Dit viel samen met een mild griepseizoen (een lage incidentie griep-achtig ziektebeeld en een korte griepepidemie van 4 weken).

Andere informatiebronnen