De overheid streeft naar een circulaire economie in 2050. De acties uit het Uitvoeringsprogramma circulaire economie 2019-2023 zijn goed van start gegaan. Uit  analyse blijkt dat veel acties gaan over recycling van materialen en kennisuitwisseling.

De Rijksoverheid heeft samen met veldpartijen doelen en acties opgesteld om de overgang te maken naar de circulaire economie. Het hoofddoel is om in 2050 volledig circulair te zijn. Het tussentijdse doel is om in 2030 het gebruik van grondstoffen te halveren. Vijf sectoren hebben hierbij prioriteit: biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie, consumptiegoederen en de bouw.

Acties

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft de uitvoering van de acties in  het Uitvoeringsprogramma 2019-2023 geanalyseerd. Het blijkt dat de acties goed van start zijn gegaan: in september 2019 was ruim tachtig procent in uitvoering. Voor een goede monitoring is het belangrijk om de voortgangsinformatie voor alle acties op dezelfde wijze beschikbaar te hebben. Het RIVM heeft ook geanalyseerd waar de acties nadruk op leggen. Er blijkt relatief veel nadruk te liggen op recycling van materialen en kennisontwikkeling. Om de overgang naar de circulaire economie te versnellen beveelt het RIVM aan om acties meer te richten op productontwerp, hergebruik en reparatie. Het bleek verder waardevol om de voortgang met alle betrokken partners te bespreken en het resultaat te gebruiken voor de jaarlijkse actualisatie van het uitvoeringsprogramma. De eerste actualisatie is op 25 september jongstleden uitgekomen.

Indicatoren

Het RIVM heeft per sector indicatoren voorgesteld om de resultaten van de acties te meten. Bijvoorbeeld in hoeverre de bouwsector of maakindustrie gebruik maakt van materialenpaspoorten. Of de mate waarin de overheid circulair inkoopt. Het blijkt dat een deel van de acties niet gekoppeld is aan concrete doelen. Het RIVM beveelt daarom aan om dit voor elk van de sectoren concreter te benoemen. Met concretere doelen kan makkelijker worden bepaald welke acties nodig zijn en is de voortgang beter te monitoren.

De resultaten en aanbevelingen kunnen worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling van de actiemonitoring binnen het werkprogramma Monitoring en Sturing Circulaire Economie 2019-2023.
Dit rapport is tot stand gekomen binnen dit werkprogramma, dat wordt geleid door het Planbureau voor de Leefomgeving, en heeft als doel kennis te verzamelen en monitoringsinstrumenten te ontwikkelen die nodig zijn voor het realiseren en evalueren van een circulaire economie in Nederland.

Meer informatie over het werkprogramma.