Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu rapporteert jaarlijks het niveau van radioactiviteit dat onder normale omstandigheden voorkomt in het milieu en in voeding. De waarden in 2016 laten een normaal beeld zien en wijken niet af van voorgaande jaren. Doordat we de normale waarden jaarlijks rapporteren, kan bij een eventuele ramp of calamiteit bepaald worden of, en zo ja: hoeveel, de gemeten waarden verschillen van de normale situatie.

Radioactiviteit in lucht, voedsel, melk, gras en veevoer

De radioactiviteitsniveaus in lucht, voedsel, melk, gras en veevoer laten een normaal beeld zien dat niet verschilt van voorgaande jaren. Voor consumptie en export gelden Europese limieten. De niveaus voor voedsel en melk liggen daar onder.

Radioactiviteit in oppervlaktewater, zeewater en drinkwater

De radioactiviteitsniveaus in oppervlaktewater en zeewater verschillen niet van voorgaande jaren.
In ongezuiverd drinkwater is in 5% van de monsters een licht verhoogd niveau ten opzichte van de screeningswaarden aangetroffen. Bij overschrijding van screeningswaarden dient het betreffende drinkwater nader onderzocht te worden. Uit het nader onderzoek bleek dat de niveaus van het gezuiverde drinkwater ruim onder de screeningswaarden lagen.

Waarom doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dit onderzoek

In het EuratomEuropean Atomic Energy Community verdrag uit 1957 is afgesproken dat alle lidstaten jaarlijks meten hoeveel radioactiviteit er in het milieu en in voeding voorkomt. Met dit onderzoek voldoet Nederland aan deze Europese verplichting. Het RIVM werkt hierin samen met partnerorganisaties waaronder Rijkswaterstaat, RIKILT Wageningen URWageningen University en Research centre en de NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (iov de ANVSAutoriteit nucleaire veiligheid en stralingsbescherming ). Het RIVM rapporteert namens Nederland aan de Europese Unie over radioactiviteit in het milieu.