Zorgmedewerker

Het programma Nieuwsuur heeft op zijn website aangegeven dat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de uitgangspunten over het gebruik van mondmaskers in de zorg buiten het ziekenhuis stilzwijgend heeft aangepast. Het RIVM heeft op 17 augustus de relevante beroeps- en brancheorganisaties per e-mail geïnformeerd over de aanpassing van de uitgangspunten. In deze e-mail hebben we niet expliciet aangegeven dat de passage over vluchtige contact was verwijderd. Het was beter geweest als we dit duidelijk hadden vermeld.

Concreet gaat het om een passage over het gebruik van mondneusmaskers wanneer zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis vluchtig contact hebben met een patiënt die (mogelijk) COVID-19 heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aangeven van medicijnen of een glas water of iemand even te hulp schieten.

De uitgangspunten voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen) buiten het ziekenhuis zijn opgesteld door het RIVM, omdat een specifieke richtlijn voor deze sector ontbrak. Het RIVM heeft op basis van een risico-inschatting adviezen gegeven over het gepast gebruik van PBM in verschillende situaties. Het besmettingsrisico van vluchtig contact werd daarbij als minimaal ingeschat. Het gebruik van een mondneusmasker werd niet geadviseerd.

Beroeps- en brancheorganisaties maken de vertaalslag van uitgangspunten naar de praktijk. Daarbij zijn er soms redenen om onderbouwd van bepaalde uitgangspunten af te wijken. In de loop van de tijd bleek dat het advies over vluchtige contacten tot onduidelijkheid en problemen in de praktijk leidde. Ook werden we erop geattendeerd dat vluchtig contact in de richtlijnen voor ziekenhuizen niet werd vermeld als uitzondering op het gebruik van PBM bij patiënten met COVID-19. Daarom heeft het RIVM de uitgangspunten voor het gebruik van PBM buiten het ziekenhuis in augustus aangepast.