De Centra Seksuele Gezondheid van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en weten steeds effectiever mensen op te sporen en te behandelen die een hoog risico hebben op seksueel overdraagbare aandoeningen (soaSeksueel overdraagbare aandoeningen’s). In 2014 zijn er 141.191 nieuwe soa-consulten geregistreerd. Dit is een stijging van 6% ten opzichte van 2013. Dit blijkt uit de Thermometer seksuele gezondheid 2014 van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, waarin gegevens staan over het voorkomen van soa en hivhumaan immunodeficientievirus onder hoogrisicogroepen in Nederland.

Het percentage bezoekers van de Centra Seksuele Gezondheid met een of meer gediagnostiseerde soaSeksueel overdraagbare aandoeningen’s is ten opzichte van 2013 licht gestegen (15,5%), vooral bij heteroseksuele mannen. Ook is het percentage positieve soatesten hoog bij personen die voor een soa gewaarschuwd zijn (31,2%). Bij 19,9% van de mannen die seks hebben met mannen (MSMmannen die seks hebben met mannen) is een soa gevonden. Dit blijft stabiel ten opzichte van 2013. Daarnaast blijft het percentage bezoekers met risicogedrag, zoals het hebben van 3 of meer partners in de afgelopen 6 maanden, hoog. Bij MSM van wie het meest recente sekscontact een losse partner was, is het percentage dat rapporteerde geen condoom te hebben gebruikt gedaald van 66% in 2012 naar 50% in 2014. Het aantal Sense-consulten is met 33% gedaald ten opzichte van 2013.

Hivhumaan immunodeficientievirus

Het aantal hivdiagnoses bij de Centra Seksuele Gezondheid is gedaald met 9% en het percentage positieve hivtesten bij MSM is verder gedaald tot 1,1% in 2014. Het aantal nieuw geregistreerde personen in zorg met hivhumaan immunodeficientievirus in Nederland was 1.076 in 2014. Dit waren er 1.180 in 2013. In totaal zijn op 31 december 2014 22.948 hiv geïnfecteerde personen (met bekende diagnosedatum) door de behandelcentra aan de Stichting HIVhumaan immunodeficientievirus Monitoring (SHMthe HIV Monitoring and HIV Treatment Centres Foundation) gemeld (18.368 mannen en 4.580 vrouwen). 

Gonorroe

Het aantal gonorroe diagnoses is in 2014 gestegen met 11% tot 4.594.Het vindpercentage van gonorroe bij heteroseksuele mannen, MSM en vrouwen lijkt te stabiliseren. Resistentie tegen het huidige 1ste keuze middel voor gonorroe, ceftriaxon, is niet gevonden in 2014.

Syfilis

Na een jarenlange dalende trend van syfilis vindpercentages bij MSM, nam deze soa weer licht toe tot 2,3% in 2014. Dit komt voornamelijk door een stijgende trend in het vindpercentage bij bekend hivpositieve MSM van 4,5% in 2011 naar 6,6% in 2014. Van alle MSM met syfilis was 41% bekend hivpositief in 2014. Het vindpercentage syfilis bij heteroseksuele mannen en vrouwen blijft onder de 0,1%.

Chlamydia

Het aantal soaconsulten is toegenomen en hierdoor is het aantal chlamydiadiagnoses ook gestegen naar 17.753 (+13%). Het percentage positieve testen is gestegen bij heteroseksuele mannen van 12,8% in 2013 naar 13,9% in 2014.
Het chlamydia vindpercentage bij MSM ligt al jaren rond de 10% (2014: 10,2%). Van alle 15-19 jarige heteroseksuelen bleek 19,6% een chlamydia infectie te hebben. Onder jongeren zonder indicatie voor een soaconsult en die sinds 2012 in eerste instantie alleen op chlamydia worden getest, vonden in 2014 17.635 consulten plaats. In 8,4% van deze consulten werd een chlamydia infectie vastgesteld en verder getest op andere soa.

Deze cijfers zijn beschikbaar gesteld door de centra seksuele gezondheid, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en Stichting HIV Monitoring (SHM), Rutgers WPFWorld Population Foundation en de medisch microbiologische laboratoria. In juni 2015 verschijnt het jaarrapport 2014 hiv/soa in Nederland.