Klachten als hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid en slaapproblemen hebben geen duidelijk verband met elektromagnetische velden van zendmasten, hoogspanningslijnen, mobiele telefoons of elektrische apparatuur. Dit blijkt uit het onderzoek waarop Christos Baliatsas van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op dinsdag 10 februari promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Zogenaamde niet-specifieke lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid en slaapproblemen komen vaak voor. Soms worden deze klachten toegeschreven aan elektromagnetische velden afkomstig van zendmasten, hoogspanningslijnen, mobiele telefoons of elektrische apparatuur. Baliatsas onderzocht de relatie tussen deze klachten en genoemde elektromagnetische velden. Een overtuigend bewijs voor deze relatie bij de doorsnee bevolking vond hij niet.

Modellen en huisartsgegevens

Dergelijk onderzoek is nog niet veel uitgevoerd. Uniek aan Baliatsas’ aanpak is de combinatie van methoden en gegevens. Zo zijn modellen gebruikt om de werkelijke blootstelling aan de elektromagnetische velden te schatten van een groot aantal bronnen binnen en buiten de woning. Hij combineerde ook huisartsgegevens met vragenlijsten. Ook zijn waargenomen/gepercipieerde blootstelling en psychologische factoren onderzocht.

De nabijheid of het gebruik van sommige elektrische apparatuur hing soms samen met de gemelde symptomen. Voor deze bronnen kon echter de blootstelling niet goed geschat worden, waardoor de samenhang moeilijk te interpreteren is. Het idee aan elektromagnetische velden blootgesteld te zijn had wel een duidelijk verband met de klachten. Mensen die menen geen controle over hun omgeving te hebben en mensen die de neiging hebben om problemen te vermijden bleken vaker klachten te hebben.

Toekomstig onderzoek

Toekomstig onderzoek moet methodes opleveren om de blootstelling aan elektromagnetische velden nog beter in kaart te brengen. Daarmee kunnen stevigere conclusies worden getrokken over een verband tussen klachten en elektromagnetische velden. Ook moet de rol van algemene milieugevoeligheid en gevoeligheid voor die velden beter bestudeerd worden.