PELGRIM

De proeftuin Poplulatiemanagement Eerste Lijnen Gezondheidszorg Regio Arnhem in Model (PELGRIM) richt zich op de patiënten van huisartsen die zijn aangesloten bij van Onze Huisartsen (n = 61.000). PELGRIM bestaat uit een stuurgroep en twee werkgroepen. In PELGRIM werken vertegewoordigers  samen vanuit huisartsen, zorgverzekeraar, patiëntvertegenwoordiging, programmaondersteuning, apotheek, thuiszorg en ziekenhuis.

De ambitie van PELGRIM aan het begin van de proeftuin periode was om concreet te worden, door samen met de huisartsen, op een aantal locaties in de regio projecten te starten die vooral gericht waren op substitutie van zorg. De doelen van de proeftuin waren:

  • De verwachte gezondheid van de betreffende populatie als geheel en op individueel niveau, in termen van uitkomsten (objectief en subjectief) te handhaven of zelfs te verbeteren.
  • Reductie van de groei van de zorgkosten in brede zin (Zvw, AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten en WMOWet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen) bij de betreffende populatie.
  • Professionalisering van de Zorggroep tot een eigentijdse zorgorganisatie.
  • Realiseren en leren van innovatieve vormen van waarde-gedreven contractering en bekostiging.

Interventies

Een uitgeschreven versie van deze tabel is beschikbaar in het LMP-rapport op pagina  111 

Uitgelicht: Bewegingsapparaat

Doel: Een kaderarts bewegingsapparaat (KBA) wordt ingezet voor patiënten van wie het voor de eigen huisarts onduidelijk is welke diagnose en/of behandeltraject nodig zijn. Ook kan het zijn dat de eigen huisarts onvoldoende expertise heeft om behandeling uit te voeren. Het doel hierbij is het realiseren van kwaliteit van zorg en service, gezondheidswinst en kostenreductie door toegankelijke en betaalbare zorg op maat en dichtbij huis. Belangrijk zijn de korte lijnen tussen kaderarts en huisarts/specialist en doelmatig gebruik van de tweede lijn. Het project kaderarts bewegingsapparaat is in 2015 geëvalueerd op patiënten ervaringen en ervaringen van zorgverleners. Momenteel loopt het project in vijf huisartsengroepen en is het op diverse andere plaatsen in het land uitgerold.

Bekostiging: Het project is gefinancierd vanuit de M&I-gelden. Het bekostigingsprincipe is dat de kaderarts een freelance dienstverband heeft bij de zorggroep. De verwijzende huisarts ontvangt een vergoeding van 1 consult per verwijzing voor het extra werk. Alle verzekeraars volgen de M&I. Daarnaast zijn er RVVZ gelden bijgekomen en is de M&I-financiering omgevormd tot S3-financiering.

Resultaten: Van de patiënten die verwezen zijn naar de Kaderarts bewegingsapparaat blijft 82% in de eerste lijn en wordt 18% verwezen naar de tweede lijn (voornamelijk orthopeed en radioloog). Van deze 82% kan het merendeel (56%) door de kaderarts zelf worden behandeld (gemgemiddelde 1,8 behandelingen). De rest ontvangt vooral fysiotherapie. Patiënten zijn over het algemeen tevreden over de behandeling (verwijzing, wachttijd, informatie en communicatie, keuzevrijheid). Zorgverleners (huisartsen, fysiotherapeuten, orthopeden, radiologen) zien als belangrijkste succesfactoren de betere kwaliteit van zorg, betere samenwerking en hogere patiënttevredenheid. Ook worden kostenbesparing, geen eigen risico en betere toegankelijkheid veel genoemd.

Toekomstbeeld:  Op basis van de evaluatie in 2015 en de intensievere samenwerking tussen huisartsen en orthopeden is het project bewegingsapparaat 2.0 van start gegaan om de zorgketen rondom klachten aan het bewegingsapparaat optimaal te organiseren in de regio. Doel is de orthopedische zorg rondom de patiënt te organiseren, en hiermee verwijsstromen te optimaliseren, wachttijden te verkorten en deskundigheid van alle betrokken zorgverleners te bevorderen. Daarbij zorgen zorgverleners voor betere (digitale) en uniforme informatievoorziening naar patiënten, waardoor deze meer regie krijgen over hun eigen zorg en hun contact met zorgverleners.

Meer informatie

U kunt meer lezen over deze interventies in het rapport (PDF).