In Nederland is de bodem op verschillende plekken verontreinigd met PFAS. Meestal gaat het om lage concentraties die geen probleem vormen voor de gezondheid. Op plekken waar bijvoorbeeld in het verleden gewerkt is met PFAS-houdende producten kunnen ook hogere concentraties in de bodem en het grondwater zitten. Om te bepalen of er in dit situaties maatregelen nodig zijn, is informatie nodig over de ernst van de verontreiniging. Daarom heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zogeheten Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) voor PFOSperfluoroctaansulfonaten, PFOAperfluoro octanoic acid en GenX in  grond en grondwater afgeleid.

Bij een overschrijding van de waarden is er sprake van ernstige bodemverontreiniging. Provincies of gemeenten bepalen dan of de bodemverontreiniging met spoed of op termijn moet worden opgeruimd. Zo’n sanering is nodig als er onaanvaardbare risico’s zijn voor mensen of het milieu. Als de concentratie van de stoffen onder de INEV blijft, zijn er meestal geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu.

Soorten locaties

PFAS kunnen door het gebruik van materialen of producten, of door lokale uitstoot, in het milieu terechtkomen. Een bekend voorbeeld zijn de oefenplaatsen van de brandweer door het gebruik van PFAS in brandblusschuim. Op plaatsen waar in het verleden veel is geoefend met blusschuim, zijn de concentraties PFAS in grond en grondwater relatief hoog.

INEV’s: voorlopige interventiewaarden

Voor PFOSperfluoroctaansulfonaten, PFOAperfluoro octanoic acid en GenX waren er tot nu toe nog geen interventiewaarden bepaald. De INEV’s die nu zijn afgeleid, zijn voorlopige interventiewaarden. Later dit jaar volgen er mogelijk nieuwe inzichten over de gezondheidskundige grenswaarde voor PFOS en PFOA, omdat de Europese voedselautoriteit EFSAEuropese Voedselveiligheidsautoriteit ook bezig is met het bepalen van een nieuwe gezondheidskundige grenswaarde voor PFOS en PFOA. Provincies en gemeenten hebben echter nu al te maken met locaties met verhoogde concentraties PFAS. Om de risico’s van deze locaties te kunnen beoordelen hebben zij er bij het Ministerie van IenWInfrastructuur en Waterstaat en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu op aangedrongen om alvast INEV’s te bepalen. Daarmee kunnen zij bepaalde locaties beoordelen op basis van de meest actuele kennis. Later dit jaar, na publicatie van de EFSA, bepaalt het RIVM of er dat aanleiding geeft om de INEV's aan te passen.

INEV’s en de normen uit het Tijdelijk Handelingskader

De INEV’s en de normen uit het Tijdelijk Handelingskader hebben verschillende doelen en bestaan naast elkaar. De normen uit het tijdelijk handelingskader gaan over het toepassen en hergebruiken van licht verontreinigde grond en bagger. Het uitgangspunt van deze normen is dat we voorkomen dat schone grond vervuild raakt. De normen moeten garanderen dat de kwaliteit van grond en bagger die ergens wordt toegepast ook voor lange tijd geschikt is voor het beoogde gebruik.

De INEV’s hebben een ander doel. Deze waarden zijn bedoeld om een anders soort verontreiniging te beoordelen. Het gaat dan om verontreinigingen met een beperkte omvang met hogere concentraties. Deze verontreiniging is het gevolg van de aanwezigheid van één of meer lokale bronnen van vervuiling. In die situaties is niet de vraag of de grond voor langere tijd geschikt is voor het gebruik, maar of er sprake kan zijn van onaanvaardbare risico’s waardoor maatregelen nodig zijn.