De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Voorbeelden van PFAS zijn GenX, PFOAperfluoro octanoic acid en PFOSperfluoroctaansulfonaten. PFAS zijn in veel producten toegepast. Daardoor, en door emissies en incidenten, zijn deze stoffen in het milieu terechtgekomen en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het oppervlaktewater.

Wat is PFAS?

PFAS is een verzamelnaam en staat voor poly- en perfluoroalkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. Bekende voorbeelden van PFAS zijn PFOAperfluoro octanoic acid (perfluoroctaanzuur), PFOSperfluoroctaansulfonaten (perfluoroctaansulfonzuur) en GenX-stoffen. Hoeveel verschillende PFAS'en er door mensen zijn gemaakt, is niet precies bekend. De OESOOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft vastgesteld dat er ruim 4000 PFAS’en bestaan, maar mogelijk zijn het er meer. Ook is binnen de wetenschap nog onduidelijkheid over welke stoffen precies PFAS zijn en welke niet.

Waarvoor wordt PFAS gebruikt?

PFAS’en hebben handige eigenschappen: ze zijn onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten, waaronder smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Mogelijk wordt PFAS ook nog op andere manieren gebruikt.

De stoffen komen in het milieu door emissies uit fabrieken die de stoffen maken of gebruiken. Ook kan het in het milieu komen door gebruik van PFAS-houdende producten, zoals blusschuim, impregneermiddel voor textiel, smeermiddelen, of als PFAS-houdende producten bij het afval terecht komen.

Wat doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

Het RIVM leidt op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis risicogrenzen af voor verschillende soorten PFAS. Zo zijn er risicogrenzen voor water, bodem, bagger en lucht afgeleid. Risicogrenzen geven de hoeveelheid van een stof aan waarbij de risico’s aanvaardbaar zijn. Deze grenzen worden gebruikt als signaalwaarden die helpen om de kans op nadelige effecten door blootstelling van mens en milieu aan PFAS zo klein mogelijk te houden. Risicogrenzen kunnen door beleidsmakers worden gebruikt in de onderbouwing van normen.

Het RIVM doet ook zelf wetenschappelijk onderzoek naar PFAS. In 2018 heeft het RIVM bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de schadelijkheid te schatten van mengsels van verschillende PFAS. In 2019 heeft het RIVM literatuuronderzoek gedaan naar PFAS in voedselcontactmaterialen.

Het RIVM adviseert beleidsdepartementen ook bij het opstellen van beleid om nadelige gevolgen van PFAS te beperken, bijvoorbeeld binnen het Nationaal Stoffenbeleid, de Europese REACH- en voedselveiligheidsregelgeving, de Kaderrichtlijn water en de EUEuropean Union Drinkwaterrichtlijn. Dit doet het RIVM bijvoorbeeld door relevante kennis beschikbaar te maken. Recent heeft het RIVM binnen de REACH wetgeving bijvoorbeeld meer informatie gevraagd over de mogelijke kankerverwekkendheid en ophoping van GenX-stoffen in de mens, en werden de GenX-stoffen op voorstel van Nederland aangeduid als Europese ZZSzeer zorgwekkende stoffen.