Samenvatting

Met het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2050’ schetst het kabinet zijn plannen voor de transitie naar de circulaire economie. Om te kunnen volgen of die transitie op koers ligt, is een monitoringssysteem nodig; in dit rapport doen we daar een voorstel voor. Het monitoringssysteem brengt in beeld ‘wat we willen weten, en wat we nu al kunnen meten’. Dat laatste is de nulmeting. In het monitoringssysteem maken we onderscheid tussen de effecten die worden nagestreefd en het transitieproces dat daarvoor nodig is. Bij de gewenste effecten van de transitie naar een circulaire economie gaat het primair om vermindering van het grondstoffengebruik. Die vermindert de milieudruk (zoals door broeikasgasemissies) en de afhankelijkheid van grondstoffenimporten en verbetert daardoor de leveringszekerheid van die grondstoffen, en biedt kansen voor de Nederlandse economie.
Vermindering van het gebruik van grondstoffen vraagt om circulariteitsstrategieën, die bijvoorbeeld het langer gebruiken van producten en productonderdelen zoals bij smartphones, of het delen van producten zoals auto’s bevorderen. Om de invoering van deze circulariteitsstrategieën voor elkaar te krijgen, zijn de nodige inspanningen nodig, zoals samenwerking tussen ketenpartners, het opruimen van belemmerende regels en het ontwerpen van circulaire producten. Dit transitieproces is weerbarstig en in het begin nog traag. De effecten ervan zullen pas op termijn zichtbaar worden. Daarom is het relevant om zowel het transitieproces als de effecten ervan te monitoren.
In dit rapport stellen we indicatoren voor waarmee zowel het transitieproces als de bereikte effecten zijn te meten. Monitoring van de effecten is al gedeeltelijk mogelijk, vooral voor grondstoffengebruik, broeikasgasemissies en afval en de verwerking daarvan. Deze effecten zijn al gemeten voor Nederland als geheel en de vijf thema’s die in het Rijksbrede programma prioriteit krijgen (de prioriteiten): biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie, de bouw en consumptiegoederen. Voor elke ‘prioriteit’ is een transitieteam aangewezen dat een transitieagenda heeft opgesteld (de transitieagenda’s worden tegelijk met dit rapport gepubliceerd). Op dit moment kunnen nog niet alle indicatoren die in het monitoringssysteem worden voorgesteld worden gemeten; vooral die voor het transitieproces nog niet. Het monitoringssysteem in dit rapport moet daarom worden gezien als een groeimodel. De ambitie is om het monitoringssysteem in de komende jaren verder in te vullen en uit te werken, samen met andere kennisinstellingen en de bij de vijf transitieagenda’s betrokken partijen.

Overig

Grootte
0MB