Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM controleert achtmaal per jaar de metingen van de kerncentrale Borssele. Het gaat hierbij om lozingen van radioactiviteit in water en lucht. De contra-expertise onderbouwt de betrouwbaarheid van de analyses die de kerncentrale uitvoert. Doorgaans komen de analyses overeen, zo ook in 2012. Enkele verschillen in dat jaar betreffen radionucliden in afvalwater met een grote neiging tot adsorptie aan vaste deeltjes. Deze verschillen komen voort uit de inhomogene verdeling van activiteit in een watermonster en zijn daardoor nauwelijks kleiner te maken. De vergelijking in de 3H data in afvalwater was redelijk, maar kan nog verbeterd worden.

In ventilatielucht is slechts in twee monsters door RIVM een zeer lage concentratie aan 131I aangetroffen en wel onder de detectiegrens van KCB. De data voor 3H en 14C in ventilatielucht zijn vertraagd door de tijdrovende validatie van de uitstookmethode door het RIVM. Deze data worden in 2014 door RIVM gerapporteerd.

Het RIVM heeft in 2012 acht afvalwatermonsters en acht monsters van ventilatielucht geanalyseerd, die verspreid over het jaar gedurende een week door KCB zijn genomen. Opdrachtgever is de Kernfysische Dienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport, Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Abstract

Within the framework of a monitoring programme, the RIVM measures the release of radioactivity into the waste water and atmosphere of the nuclear power plant at Borssele. Measurements are carried out eight times per year. This form of counter-expertise is aimed at verifying and supporting the reliability of the analyses carried out by the Borssele plant. The two different sets of measurements are generally in agreement, as is also the case in 2012. The agreement in the activity concentrations of gamma emitters in waste water was reasonable. Some differences concern radionuclides in waste water with a tendency to attach to solid particles. These differences originate from an inhomogeneous distribution in the water sample and can hardly be improved. For 3H the agreement was acceptable, but there is still room for improvement. In ventilation air only in two air samples a minute concentration of 131I was observed. This was well below the detection limit of KCB.

The data for 3H and 14C are delayed because of the time-consuming validation of the thermal desorption procedure. These data are due in 2014. The RIVM analyzed eight waste water samples and eight samples of ventilation air taken by KCB at various time points dispersed throughout 2012. The analyses were carried out on behalf of the Department of Nuclear Safety, Security and Safeguards of the Dutch Ministry of Infrastructure and Environment.

Overig

Grootte
2.33MB