Go to abstract

Samenvatting

Restanten van humane geneesmiddelen komen voornamelijk via gezuiverd rioolwater in het oppervlaktewater terecht. Aangezien oppervlaktewater wordt gebruikt voor de drinkwaterproductie, is het van belang dat dit water zo min mogelijk verontreinigingen bevat. Daarom is met een rekenmodel onderzocht in hoeverre de waterkwaliteit bij de innamepunten voor de drinkwaterproductie wordt beïnvloed door restanten uit Nederlands rioolwater, dan wel door de aanvoer uit het buitenland via de Rijn en de Maas.

Het onderzoek is uitgevoerd door het RIVM samen met kennisinstituut Deltares en richt zich op vier geneesmiddelen. Deze middelen worden door de drinkwaterbedrijven als probleemstoffen beschouwd. Er bestaan nog geen wettelijke normen voor. Het gaat om metformine, een medicijn tegen diabetes type 2, carbamazepine, een anti-epilepticum, metoprolol, een bloeddrukverlager en amidotrizoïnezuur, een röntgencontrastmiddel.

De bijdragen vanuit het buitenland en Nederland blijken sterk te verschillen per stof, per rivier en per innamepunt. Ook is de hoeveelheid water die door de rivieren wordt aangevoerd van invloed. Bij de innamepunten langs de Maas zijn zowel de buitenlandse aanvoer als emissies vanuit Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's) van belang voor de waterkwaliteit. Met name in droge perioden is de invloed van gezuiverd rioolwater vanuit Nederland groter. Bij de meeste innamepunten langs de Rijn is de buitenlandse aanvoer via de Rijn belangrijker, zelfs in droge perioden. Een uitzondering vormt metoprolol, waarvoor de bijdrage vanuit Nederlandse rwzi's het grootst is. Dit komt doordat dit middel in Nederland meer wordt gebruikt dan in het buitenland.

Op basis van de bevindingen kan worden bepaald welke maatregelen effectief zijn om de concentraties van deze geneesmiddelen bij de innamepunten voor drinkwater te verlagen. Zowel bij de Rijn als de Maas zal de waterkwaliteit verbeteren als de emissies in het buitenland dalen. Als emissies vanuit Nederlandse rwzi's afnemen, heeft dat een groter effect bij de innamepunten langs de Maas dan langs de Rijn, vooral stroomafwaarts.

De bevindingen zijn ondermeer relevant voor de strategie die de Europese Commissie momenteel ontwikkelt met betrekking tot de aanpak van waterverontreiniging door restanten van geneesmiddelen.

De conclusies zijn gebaseerd op een landelijk model met daarbij passende schematisatie. Lokaal kan het beeld anders zijn, evenals bij kleinere wateren in Nederland die niet zijn meegenomen in deze studie.

Abstract

Degradation products of human pharmaceutials predominantly reach the surfacewater through treated sewage water effluents. Because surface water is abstracted for the production of drinking water, it is important that this water contains as little contaminants as possible. A mathematical model was used to investigate if the water at these abstraction points was contaminated by degradation products of pharmaceuticals from either Dutch sewage water treatment plants, or from the upstream countries along the Rhine and Meuse river basins.

The research was carried out by RIVM in cooperation with Deltares and focusses on four pharmaceuticals. It concerns carbamazepine (epilepsy), metoprolol (heart failure) metformin (diabetes) and amidotrizoic acid (an X-ray contrast medium). During the past years, these pharmaceuticals have been found in surface water in the Netherlands. They are considered as emerging contaminants by drinking water companies. They were included in the so-called 'watchlist' of substances which can negatively affect water quality. So far, there are no legal water quality standards for these substances.

The contribution from upstream countries versus Dutch sewage water treatment plants appears to be different for each of the individual pharmaceuticals. It also appears to be different for the river Meuse compared to the Rhine, and different for each abstraction point. Also the amount of water flowing through these rivers is important. For the intake points along the Meuse, both contribution from upstream countries and emissions from Dutch sewage water treatment plants are important for the water quality. During dry periods with low river discharges, the influence of Dutch sewage water treatment plants is greater. At most abstraction points along the river Rhine, the contribution from upstream countries is more important, even during dry periods. The only exception is metoprolol for which the contribution from Dutch sewage water treatment plants is more important. This is due to the fact that this pharmaceutical has a relatively high consumption rate in the Netherlands compared to other countries.

Based on these results, effective adaptation strategies can be chosen to lower concentrations of these pharmaceuticals at abstraction points for drinking water. Both for the Rhine and the Meuse the water quality will improve when emissions in upstream countries decrease. When emissions from all Dutch sewage water treatment plants decrease, the effects are expected to be greater at the abstration points along the Meuse than along the Rhine, especially futher inland.

The results are among others relevant for the strategic approach that the European Commission currently is developing in order to prevent pollution of water by pharmaceutical substances.These conclusions are based on model calculations on a national scale. Locally the conclusions can be different, as well as for local waters in the Netherlands which are not included in this study.

Overig

Grootte
1.72MB