Go to abstract

Samenvatting

Hout stoken in open haarden en houtkachels is in Nederland de meest genoemde bron van geuroverlast in de leefomgeving. Ook kan er angst bestaan voor de gevolgen van houtrook voor de gezondheid. Bij de verbranding van hout in kachels en haarden komen verschillende chemische stoffen vrij, zoals fijn stof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen en PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Op basis van beschikbaar onderzoek is echter niet goed in te schatten in hoeverre deze uitstoot gezondheidseffecten kan veroorzaken. Dit komt onder meer vanwege de grote variatie in samenstelling en dat is gekoppeld aan type kachel of haard, brandstof en stookgedrag. De uitkomsten van verschillende onderzoeken naar het effect van het stoken van hout op de gezondheid zijn divers. Blootstelling aan houtrook wordt in sommige studies geassocieerd met meer (ziekenhuisopnamen voor) hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en een verslechterde longfunctie. Andere studies laten geen relatie met gezondheidseffecten zien. Voorzover bekend is fijn stof afkomstig van houtverbranding niet duidelijk meer of minder schadelijk dan fijn stof afkomstig van andere (verbrandings)bronnen, zoals verkeer. Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit een literatuuronderzoek van het RIVM naar de mogelijke gezondheidseffecten van houtrook. De geraadpleegde studies zijn vooral uitgevoerd in gebieden waar haarden en houtkachels de enige verwarmingsbron zijn. Deze situatie komt in Nederland nagenoeg niet voor. Daardoor is het lastig de resultaten te vertalen naar de Nederlandse situatie. Een uitgebreide verkenning van de lokale blootstelling aan schadelijke stoffen als gevolg van houtverbranding in Nederland is nodig om meer inzicht te krijgen in de lokale bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging, zeker op locaties waar bronnen en bewoning dicht bij elkaar liggen. Algemene stookadviezen voor stokers kan de overlast vaak al verminderen, maar deze adviezen alleen zorgen doorgaans niet voor een bevredigende oplossing van de klacht. Dit komt mede omdat de mogelijkheden om ongewenste situaties aan te pakken gering zijn en zich vooral beperken tot vrijwillige maatregelen. Bij GGD'en wordt dan ook geregeld melding gemaakt van overlast als gevolg van houtverbranding.

Abstract

In the Netherlands, the most commonly cited source of odour nuisance in the surrounding environment is the burning of wood in fireplaces and wood burning stoves. Fears concerning the health effects of inhaled wood smoke may also be an issue. Various chemical substances are emitted when wood is burnt in fireplaces and wood burning stoves, such as particulate matter, carbon monoxide, different volatile organic compounds and polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs). However, based on the research available, it is not possible to accurately estimate the extent to which these emissions can cause health effects. One reason for this is the large variation in the composition of wood smoke which is linked to the type of wood burning stove or fireplace, the type of fuel and heating behaviour. The results of the many different studies investigating the effects of wood burning on human health vary. While some studies have found an association between exposure to wood smoke and increased (hospital admissions for) cardiovascular disease, respiratory symptoms and decreased lung function, other studies have not found an association between health effects and wood smoke. Currently, particulate matter originating from the burning of wood is not considered more detrimental to human health than that from other sources of combustion, such as traffic. These are the most important results of a literature review carried out by the RIVM on the potential health effects of exposure to wood smoke. The studies included in the literature review were primarily performed in areas where wood burning fireplaces and stoves are the only source of domestic heating. As this situation rarely occurs in the Netherlands, extrapolation of the results of these studies to the situation in the Netherlands is problematic. An extensive survey of local exposure to harmful substances due to wood burning in the Netherlands is necessary to obtain more insight into the contribution of wood burning to local air pollution. Such a survey would be particularly relevant in areas where sources of wood smoke and housing are in close proximity. In many cases, providing general recommendations for the burning of wood can result in decreased odour nuisance. However, these recommendations often do not lead to a complaint being resolved satisfactorily. One reason for this is that the avenues open to local government agencies for dealing with undesirable situations are few and primarily limited to voluntary measures. Consequently, complaints of odour nuisance related to the burning of wood are received regularly by municipal public health authorities (GGDs).

Overig

Grootte
231KB