Een vergelijking van de weging van fijnstoffilters door laboratoria in 2022

Een vergelijking van de weging van fijnstoffilters door laboratoria in 2022

Go to abstract

Samenvatting

Verschillende luchtmeetnetten in Nederland en Europa meten de hoeveelheid fijnstof ( PM10 fijnstof (fijnstof) en PM2,5 fijnstof (fijnstof)) in de buitenlucht. Dit wordt gedaan met filters in een apparaat dat continu buitenlucht aanzuigt. Elk filter wordt na 24 uur vervangen. De laboratoria van de meetnetten wegen het filter voor en na de plaatsing. Hiermee wordt de concentratie fijnstof bepaald.

Elke twee tot vier jaar vergelijkt het RIVM het weegproces bij een aantal van deze laboratoria. Zo wordt gecontroleerd of de fijnstofconcentraties in de verschillende laboratoria overeenkomen. De resultaten van de wegingen waren in 2022 ongeveer gelijkwaardig.

Er waren kleine verschillen te zien die ruim binnen de grenzen vallen die voor fijnstofmetingen zijn bepaald. Dit betekent dat alle fijnstofmetingen onderling goed met elkaar overeenkomen en tussen de deelnemende meetnetten kunnen worden uitgewisseld. De laboratoria moeten de metingen volgens een Europees vastgestelde procedure doen (EN 12341). De weegkamers horen bijvoorbeeld een bepaalde temperatuur en luchtvochtigheid te hebben. Op één na voldeden alle deelnemende laboratoria aan deze procedure.

In 2022 deden acht laboratoria uit Europa mee aan de vergelijking. In totaal zijn 84 filters gemeten. Het RIVM doet de metingen samen met Nederlandse meetnetten en enkele lidstaten van de Europese Unie. Het RIVM is het nationaal referentielaboratorium voor luchtkwaliteitsmetingen in de buitenlucht en heeft daarom deze taak.

Abstract

Measurements of particulate matter (PM10 and PM2,5) in ambient air are performed by several air monitoring networks in Europe. These PM measurements are carried out by using filters in a monitoring device that ambient air passes through. Every filter is exposed to ambient air for 24 hours. The laboratories of the air monitoring networks calculate the concentration of PM by using the weight of the filters before and after exposure.

In order to investigate whether this weighing procedure – when applied by different laboratories – leads to similar results, a comparison between the laboratories is carried out every two to four years. The weighing results for 2022 were roughly similar.

The results show relatively small differences between the participating laboratories, and these are well within the limit values for PM measurements. This means there is a strong basis for comparing and exchanging PM measurements between the participating laboratories. The filters have to be weighed exactly as described in a European Standard (EN 12341). For example, temperature and relative humidity in the weighing rooms have to fall within specified value ranges. All but one of the participating laboratories matched these requirements.

In 2022, eight laboratories in Europe participated in this research. A total of 84 filters were compared. RIVM performs the measurements together with several air monitoring networks throughout the European Union.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
1390 kb