Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft situaties in kaart gebracht die sinds 6 februari 2018 mogelijk onder de stralingsregelgeving vallen en waarin mensen kunnen blootstaan aan ioniserende straling. Dergelijke situaties worden 'bestaande blootstellingsituaties' genoemd. Deze inventarisatie is nodig voor eventuele beleidskeuzes over dergelijke situaties. Het gaat dus niet om situaties die nu al onder toezicht staan van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), zoals kerncentrales of röntgentoestellen.

Sinds 6 februari 2018 moeten lidstaten bestaande blootstellingsituaties inventariseren op grond van nieuwe Europese voorschriften over stralingsbescherming. Deze voorschriften zijn geïmplementeerd in het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs). In dit onderzoek zijn 24 blootstellingsituaties geïnventariseerd waarvan er vijftien zijn aangemerkt als mogelijke bestaande blootstellingsituatie. De overige negen zijn situaties waarop het Bbs niet van toepassing is, of situaties die al onder het controlestelsel blijken te vallen ('geplande blootstellingsituaties').

De blootstelling in gebouwen aan radon en thoron, en aan externe straling behoren sinds de nieuwe wetgeving tot mogelijke bestaande blootstellingsituaties. Deze drie blootstellingsituaties leiden voor een gemiddelde inwoner van Nederland gezamenlijk tot een dosis van ongeveer 1 millisievert per jaar. Dit komt overeen met circa 40 procent van de totale gemiddelde jaarlijkse blootstelling aan ioniserende straling in Nederland. Een blootstelling van 1 millisievert per jaar is relatief laag in vergelijking met de in Europese regelgeving gebruikte 'referentieniveaus', die tussen de 1 en 20 millisievert per jaar moeten liggen. Voor de resterende twaalf mogelijke bestaande blootstellingsituaties is de mate van blootstelling aanzienlijk lager, en in bijna alle gevallen lokaal van aard.

De inventarisatie is uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).

Abstract

RIVM has carried out a survey of situations in which people are (amenable to be) exposed to ionising radiation that have not been subject to radiation protection legislation, but are so since 6 February 2018. These situations are called 'existing exposure situations'. The survey is a first step for possible policy development on this matter. Existing exposure situations do not encompass situations that already are under regulatory control of the competent regulatory authorities, as for instance is the case for nuclear power plants and radiation generators.

Since 6 February 2018, new European radiation protection legislation requires member states to identify existing exposure situations. These requirements are implemented in the Dutch Decree on Basic Safety Standards for Radiation Protection ("Bbs"). Of the 24 situations identified in the survey, 15 are considered as possible existing exposure situations. The remaining 9 situations are situations that are excluded from regulation, or situations that appeared to be under regulatory control ('planned exposure situations').

The exposure to radon and thoron and exposure to external radiation in buildings are possible existing exposure situations. Taken together, these situations account for a dose of approximately 1 millisievert per year for an average member of the population. This corresponds with approximately 40% of the total average annual exposure to ionising radiation in the Netherlands. An dose of 1 millisievert per year is relatively low in comparison to the 'reference levels', as laid down in European legislation, which should range between 1 and 20 millisievert per year. The exposure in the remaining 12 situations is much lower and is also of a more local nature.

The survey was carried out at the request of the Authority for Nuclear Safety and Radiation Protection (ANVS).

Overig

Grootte
611KB