Agricultural practices and water quality at farms registered for derogation in 2017

Agricultural practices and water quality at farms registered for derogation in 2017

Go to abstract

Samenvatting

In Nederland mogen agrarische bedrijven die aan specifieke randvoorwaarden voldoen, meer dierlijke mest op hun land gebruiken dan in de algemene norm van de Nitraatrichtlijn is voorgeschreven. Deze verruiming wordt derogatie genoemd. Het RIVM en Wageningen Economic Research monitoren de gevolgen van deze derogatie voor de waterkwaliteit op driehonderd bedrijven. Dit rapport beschrijft de monitoringsresultaten voor derogatiebedrijven in het jaar 2017 en de trend vanaf 2006. Op basis van deze resultaten concluderen we dat de derogatie geen negatieve effecten heeft op de waterkwaliteit.

Bedrijfsvoering
In 2017 hebben derogatiebedrijven gemiddeld 245 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. Een derogatiebedrijf mag 230 of 250 kilogram stikstof per hectare uit graasdiermest gebruiken, afhankelijk van de bodemsoort en regio.

Door verbeteringen in de bedrijfsvoering in de afgelopen jaren wordt meer stikstof uit mest gebruikt voor de aanwas, en dus productie, van gewassen: de indicator 'stikstofbodemoverschot' is daardoor sinds 2006 met 20 procent gedaald. Een dalend stikstofbodemoverschot houdt in dat stikstof efficiënter wordt gebruikt. Hierdoor kan er minder nitraat met regenwater wegzakken naar diepere lagen in de bodem en in het grondwater terechtkomen.

Grondwaterkwaliteit
Bij derogatiebedrijven is daardoor sinds 2006 minder of evenveel nitraat in het grondwater terechtgekomen. Sinds 2015 ligt de gemiddelde nitraatconcentratie van derogatiebedrijven in alle regio's onder de EU-norm van 50 milligram per liter. Dit geldt voor gemiddelden per regio. Op bedrijfsniveau wordt de nitraatnorm soms nog wel overschreden, maar gemiddeld genomen voldoen steeds meer derogatiebedrijven de laatste jaren aan deze norm.

De hoogste regio gemiddelde nitraatconcentraties zijn in 2017 aangetroffen in de Lössregio (38 milligram per liter) en in het zuidelijk en oostelijk deel van de Zand regio (31 milligram per liter). In deze regio's komen drogere gronden voor, waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan wegzakken naar het grondwater.

De monitoring wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV).

Abstract

Dutch grassland farms that meet certain conditions may use more animal manure than the general limit of 170 kg nitrogen per hectare, as prescribed by the European Nitrates Directive. This partial exemption is referred to as 'derogation'. The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) and Wageningen Economic Research monitor the effects of this derogation on the water quality on 300 farms in the derogation monitoring network. This study shows the results for 2017 and the development from 2006 onwards.

management
On average, derogation farms have used 245 kilograms of nitrogen from animal manure per hectare in 2017. The permissible amount of nitrogen from animal manure varies from 230 to 250 kilograms per hectare, depending on the soil and region.

In recent years, improvements in management resulted in more efficient use of nitrogen for crop production; the nitrogen surplus on the soil surface balance has dropped by 20 percent since 2006. And lower nitrogen surpluses lead to less nitrate leaching to groundwater.

Groundwater quality
From 2006, leaching of nitrate to the groundwater has decreased or stabilized on derogation farms. Since 2015, the average nitrate concentration in groundwater on derogation farms has been below the EU-standard of 50 milligram per litre, in all regions. Individual farms however, may still exceed the standard. Even so, the share of farms with nitrate concentrations below 50 mg/l still increases.

In 2017, highest nitrate concentrations have been found in the Loess region (38 mg/l) and in Sand 230 (31 mg/l). In these regions there are soils in which nitrate is degraded in a lesser extent, and therefore a larger share can leach to groundwater.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
3769 kb