Lange-termijncomplicaties van vaginaal ingebrachte bekkenbodemmatjes : Een literatuuronderzoek

Lange-termijncomplicaties van vaginaal ingebrachte bekkenbodemmatjes : Een literatuuronderzoek

Go to abstract

Samenvatting

Bekkenbodemmatjes worden al sinds 2002 gebruikt en kunnen worden geplaatst bij verzakkingen in het bekkenbodemgebied. Naar aanleiding van klachten zijn in Nederland sinds 2011-2012 maatregelen getroffen. Sindsdien worden bekkenbodemmatjes alleen nog geplaatst wanneer alternatieve behandelingen zoals fysiotherapie, een pessarium, en een operatie met behulp van lichaamseigen materiaal onvoldoende effect hebben gehad. Bovendien mogen de behandelingen uitsluitend in een beperkt aantal, gespecialiseerde centra worden uitgevoerd door erkende specialisten. Dit omdat de plaatsing precisie en maatwerk vergt.

Het RIVM heeft in de internationale wetenschappelijke literatuur onderzocht welke complicaties een jaar of langer na de plaatsing van bekkenbodemmatjes zijn opgetreden. Dit zijn pijn, het zichtbaar worden van het bekkenbodemmatje in de vagina, incontinentie en pijn bij het vrijen. Ook kan opnieuw een verzakking optreden, bijvoorbeeld op een andere plaats dan waar het matje is geplaatst. Hoe vaak de onderzochte complicaties voorkomen varieert sterk in de literatuur. Daarnaast zijn in de literatuur weinig gegevens te vinden over de duur en de ernst van deze complicaties. Dit komt onder andere doordat de complicaties internationaal niet eenduidig worden geïnventariseerd. In de internationale media is veel aandacht voor complicaties bij bekkenbodemmatjes. Uit klachten die gemeld zijn bij Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tussen 2009 en 2012 blijkt dat er ernstige complicaties op kunnen treden. Het RIVM pleit daarom voor een gestandaardiseerde richtlijn om complicaties van bekkenbodemmatjes te rapporteren.

Inmiddels zijn er vernieuwde producten op de markt gekomen die naar verwachting minder complicaties veroorzaken. In deze literatuurstudie zijn voornamelijk complicaties gevonden bij producten die niet meer op de Nederlandse markt zijn.

Abstract

Since 2002 synthetic mesh implants are used to treat patients with pelvic organ prolapse. Because of serious complaints, measures were taken in the Netherlands in 2011-2012. Since then mesh products are only implanted if alternative treatments such as physiotherapy, a vaginal ring and an operation using the body's own tissue were not effective to treat pelvic organ prolapse. In addition, mesh implantation may only take place in a limited number of specialized centers by well-trained recognized specialists. This is because mesh implantation requires experience and precision.

International scientific literature was examined by National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) to determine complications that can occur one year or longer after mesh implantation. Complications that were observed in literature were: pain, mesh exposure and erosion, incontinence and pain during intercourse. In addition, a prolapse can recur, for example in another area then where the mesh was implanted. The complication rates varied widely in the literature. Additionally, data on the duration and severity of a complication was limited. This variation and the limited data can partially be attributed to the lack of an unambiguous, international inventory of complications. There is a lot of attention for mesh implants in the international media. Complaints reported to the Dutch Health and Youth Care Inspectorate between 2009 and 2012 demonstrated the occurrence of serious complications. For these reasons, RIVM is calling for a standardized guideline with universal definitions to facilitate the reporting of the complications of mesh implants for pelvic organ prolapse.

In the meantime, newly developed mesh implants entered the market, that are expected to have less complications. In this literature study, identified complications were primarily associated with products that are no longer available on the Dutch market.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
703 kb