Monitoring the physical activity, sports participation, and sitting behaviour of the Dutch population with objective measuring methods

Monitoring the physical activity, sports participation, and sitting behaviour of the Dutch population with objective measuring methods

Go to abstract

Samenvatting

Bewegen is belangrijk voor een goede gezondheid. Om beleid te kunnen maken wil het ministerie van VWS weten hoeveel de Nederlander gemiddeld beweegt, sport en zit. Om daar inzicht in te krijgen vult een representatieve groep Nederlanders elk jaar een enquête in voor de zogeheten Leefstijlmonitor. Een nauwkeuriger beeld ontstaat als mensen een week lang met een beweegmeter op het lichaam bijhouden hoeveel ze bewegen, sporten en zitten. Mensen blijken het namelijk lastig te vinden om bij een enquête zelf in te schatten hoelang ze bewegen of zitten. Een beweegmeter geeft precies aan hoelang zij dat doen.

Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het RIVM beveelt aan om de beweegmeter naast de Leefstijlmonitor in te voeren en de resultaten te combineren. De combinatie heft de nadelen van beide methoden op. De beweegmeter registreert namelijk niet wat voor activiteit iemand doet, en in welke context (bijvoorbeeld fietsen naar het werk of als sport). De enquête voor de Leefstijlmonitor vraagt daar wel naar. Bovendien geven de cijfers van de Leefstijlmonitor over een lange periode inzicht in de ontwikkelingen in beweeg- en zitgedrag. Hoe de onderzoeken het beste kunnen worden gecombineerd, moet nog in overleg met het ministerie van VWS worden besloten.

Een ander nadeel van de beweegmeter is dat minder mensen bereid lijken om hem te dragen dan een enquête in te vullen. Van de 11.000 mensen die zijn uitgenodigd voor het onderzoek met de beweegmeter, hebben er maar 1100 meegedaan. Waarschijnlijk komt dat omdat ze, naast het invullen van een vragenlijst, zeven dagen de beweegmeter moesten dragen en een dagboekje moesten invullen. De deelnemers zijn mede daardoor niet representatief voor heel Nederland: zij zijn gezonder en actiever dan de gemiddelde Nederlander. De onderzoekers zullen daarom meer inspanning moeten verrichten om een representatieve groep mensen te laten deelnemen.

Abstract

Physical activity is important for good health. In order to create policy the Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS) needs information on how much, on average, Dutch people engage in physical activity, sports and sitting. For that reason, every year a representative group of Dutch people complete a questionnaire for the so-called Lifestyle Monitor (Leefstijlmonitor). A more accurate picture can be obtained if people wear an activity tracker for a week to register how much time they spend on physical activity, sports and sitting. It turns out that it is difficult for people to estimate how much time they spend on physical activity or sitting in a questionnaire. An activity tracker gives a precise indication of the time they spend on these activities.

These are the findings of a study by RIVM. RIVM recommends using activity trackers in addition to the Lifestyle Monitor questionnaire and combining the results. This combination cancels out the disadvantages of both methods. The activity tracker, for example, does not register the specific activity the person is engaging in, nor the context (for example cycling to work or cycling in a sports setting) of that activity. The Lifestyle Monitor questionnaire does ask about this. Moreover, the data from the Lifestyle Monitor provides insight into the trends in physical activity, sports participation and sitting behaviour over a long period of time. How these methods can best be combined is yet to be decided in agreement with the ministry of VWS.

Another disadvantage of activity trackers is that fewer people are willing to wear an activity tracker, than to complete a questionnaire. Of the 11,000 people who were invited to take part in the study using the activity tracker, only 1,100 actually participated. This is probably because, in addition to completing a questionnaire, they were asked to wear the activity tracker and keep a diary for seven days. In addition, these participants are not representative of the Dutch population; they are healthier and more active than the average Dutch person. Therefore, researchers will have to make an effort to ensure that a representative group of people participate in these studies.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
869 kb