Other greenhouse gases in the national climate and energy surveys (CES) 2021. Background to the prognoses for the other greenhouse gas emissions from all sectors excluding the agricultural sector

Other greenhouse gases in the national climate and energy surveys (CES) 2021. Background to the prognoses for the other greenhouse gas emissions from all sectors excluding the agricultural sector

Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft de methode beschreven waarmee de uitstoot van de ‘overige broeikasgassen’ door alle sectoren behalve de landbouw (veeteelt en akkerbouw) wordt geraamd voor de toekomst. Het gaat om methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde broeikasgassen (HFK’s, PFK’s en SF6), ook wel F- gassen genoemd. Verschillende sectoren stoten deze gassen uit zoals de afvalsector, de industrie en de landbouw. De methodebeschrijving is een bijlage bij de Klimaat- en Energieverkenning (KEV), die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) elk jaar uitbrengt. De KEV kijkt vooruit: hierin staat aangegeven hoeveel uitstoot van broeikasgassen tot 2040 worden verwacht (ramingen). Deze ramingen worden gemaakt voor twee scenario’s: de effecten van het huidige klimaatbeleid en van voorgenomen beleid. De methodebeschrijving voor de uitstoot van CO2 en van de overige broeikasgassen uit de landbouw staan niet in deze bijlage. Zij worden in het hoofdrapport beschreven omdat zij het grootste deel van de uitstoot vormen. De overige broeikasgassen worden omgerekend naar zogeheten CO2-equivalenten, zodat ze met CO2 kunnen worden vergeleken. Deze rekeneenheid geeft aan in welke mate broeikasgassen bijdragen aan het broeikaseffect.

Abstract

RIVM have described the method used to estimate the future emissions of ‘other greenhouse gases’ from all sectors with the exclusion of the agricultural sector (livestock and arable farming). These other greenhouse gases are composed of methane (CH4), nitrous oxide (N2O) and the fluorinated greenhouse gases (HFCs, PFCs, and SF6), also referred to as F-gases. Various sectors are responsible for the emission of these gases, including the waste sector and the industrial and agricultural sectors.

The method used is described in an appendix to the Climate and Energy Survey (CES), which is released each year by the Netherlands Environmental Assessment Agency (Planbureau voor de Leefomgeving: PBL). The CES is a prognosis for the future: it provides estimates of the quantities of climate gases expected to be emitted until 2040. These prognoses are generated for two different scenarios: a scenario based on the consequences of the present climate policy and a scenario based on intended policy. The methods used for the emission of CO2 and the other greenhouse gases from agriculture are not described in this appendix. They are described in the main body of the report, as they comprise the largest share of the emissions.

The other greenhouse gases are converted into so-called CO2 equivalents, so that they can be compared to CO2. This reference unit provides an indication of the degree to which greenhouse gases contribute to global warming.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Overig

Grootte
489 kb