Go to abstract

Samenvatting

Dit rapport is de herziene versie van het oorspronkelijke rapport (mei 2014). Op pagina 3 staat een erratum met uitleg over de wijzigingen Het RIVM heeft een methode ontwikkeld waarmee in kaart kan worden gebracht welke producten een bepaald ingrediënt bevatten, en zo ja in welke hoeveelheden ('post-launch monitoring'). Het gaat hierbij om producten die na mei 1997 op de Europese markt zijn verschenen en waarvoor beoordeeld moet worden of ze veilig zijn om op de markt te mogen worden toegelaten - zogenoemde nieuwe voedingsmiddelen en voedselingrediënten. De methode is in opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ontwikkeld. Als testcase is de aanwezigheid van het in de markt opkomende additief Stevia onderzocht. Deze natuurlijke zoetstof zit bijvoorbeeld in zoetjes, limonade en frisdranken en drinkyoghurt. De methode is bruikbaar gebleken en in totaal is in 37 merken het Stevia-extract steviolglycosiden geïdentificeerd. Vervolgens is met twee scenario's geschat hoeveel van deze stof mensen binnenkrijgen (inname): het worst-case scenario en het '25 procentmarktaandeel' scenario. Het worst-case scenario gaat ervan uit dat alle producten die in productcategorieën zitten waarin het nieuwe voedselingrediënt is geïdentificeerd, de stof ook daadwerkelijk bevatten en dan tot het hoogste niveau dat in het product gemeten is of dat producenten hierover hebben gerapporteerd. Bij dit scenario wordt de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) voor Stevia bij minder dan 5 procent van de kinderen overschreden, en bij minder dan 9 procent van de volwassenen. Het 25 procent-marktaandeel scenario is een realistischere schatting. Bij dit scenario wordt de ADI bij minder dan 3 procent van de kinderen en volwassenen overschreden. Het is niet duidelijk of deze mate van overschrijdingen concrete risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengen. Regelmatige monitoring is gewenst, vooral omdat verwacht wordt dat Stevia aan meer producten en soms in hogere concentraties zal worden toegevoegd.

Abstract

This report is a revised version of the original report (May 2014). On page 3 you will find an erratum with the modifications The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) developed a method to monitor in what foods and to what levels an ingredient is added (concept of post-launch monitoring). The method deals with foods that were introduced on the European market after May 1997 and for which it is required to assess whether they are safe for introduction on the market, so-called novel foods and novel food ingredients. The method was developed by order and for the account of the Dutch Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA). As a case study, introduction on the market of the emerging food additive Stevia was investigated. This natural sweetener is added among others to tabletop sweeteners, flavoured drinks, and milk drinks. The method has appeared to be feasible and the stevia-extract steviol glycosides was identified in 37 brands. With two scenarios we estimated the intake of Stevia: the worst-case scenario and the '25%-market share' scenario. The worst-case scenario assumes that all food products in those food categories to which the novel food ingredient is actually added, contain the novel food ingredient and to the maximal reported or measured level. In this scenario, the Acceptable Daily Intake (ADI) for Stevia was exceeded in less than 5% of the children and in less than 9% of the adults. The 25%-market share scenario gives a more realistic estimation. In this scenario, the ADI was exceeded in less than 3% of the children and adults. It is unclear whether exceeding the ADI to these levels can involve health effects. Regular monitoring is warranted, especially because it is expected that Stevia will be added to more foods and in higher concentration levels.

Overig

Grootte
894KB