Go to abstract

Samenvatting

Geitenhouders van wie het bedrijf is geruimd tijdens de Q-koortscrisis, maken zich grote zorgen over de toekomst van hun bedrijf. Net als hun partners en kinderen hebben ze veel stress ondervonden van de ruimingen, het fokverbod en de gevolgen ervan. Veel vaker dan de nietgetroffen geitenhouders en varkenshouders kampen zij met matig ernstige tot ernstige depressieve klachten. De zorgen over de toekomst blijken sterk samen te hangen met depressieve klachten. Wel is het merendeel tevreden over de informatievoorziening over de ruimingen, over de manier waarop de ruimingen zijn verlopen en hoe ze daarbij zijn bejegend
Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM en het IVP. Het is in opdracht van het ministerie van VWS en EL&I uitgevoerd om te inventariseren welke behoefte aan steun nog bestaat onder de getroffen geitenhouders. Het tweede doel is om lessen trekken voor toekomstige dierziektecrises.
De ondervraagde veehouders hebben na de ruimingen de meeste steun ervaren van mensen in de directe omgeving (familie, collega's). Eén op de vijf getroffenen heeft behoefte aan aanvullende ondersteuning. In overleg met de doelgroep zou een aantal punten kunnen worden besproken die nog verbetering behoeven. Dat betreft de voornamelijk ondersteuning voor bedrijfsmatige kwesties en de barrieres om professionele hulp te vragen als daar behoefte aan is.
Voor het onderzoek zijn onder 63 getroffen geitenhouders en 122 nietgetroffen geitenhouders en varkenshouders telefonische interviews afgenomen. Hierbij zijn vragen beantwoord over het verloop van de ruimingen, de financiele situatie, sociale steun en (psychische) gezondheid.

Abstract

In an attempt to halt an outbreak of Q-fever in the Netherlands, many goats had to be killed. The majority of affected farmers judges positively on the procedures followed during the killing of their livestock and how they were treated. However, farmers have serious concerns about the future of their farms. They perceive the current situation as very stressful, for themselves as well as for their partners and children. Compared to non-affected cattle farmers, they more often suffer from serious symptoms of depression. Worries about the future and depression symptoms are strongly correlated. These conclusions are based on research carried out by RIVM and IVP, in order to provide the relevant ministries with information on how to deal with future outbreaks.
During and after the crisis, the respondents felt most supported by people close to them (family, colleagues). One out of 5 owners of goat farms indicated to have a need for further support. In consultation with the target group, it could be pointed out which special issues could be improved. Special attention should be paid to financial issues and the barriers met by farmers in order to ask for professional support when needed.
The research consisted of 63 interviews by phone of owners of infected farms, and 122 interviews with other cattle farmers. Questions were related to the procedures of the killing, financial situation, social support and (mental) health.

Overig

Grootte
1.82MB