Go to abstract

Samenvatting

Dit rapport met nummer 711701081 is een herziene versie van het eerder uitgebrachte RIVM-rapport 711701060. In de vorige versie is er verwezen naar een SOP (Standaard Operating Procedure) voor de destructie van bodem die op dit moment niet meer wordt gebruikt. Tevens was deze SOP in de appendix van het rapport opgenomen, zonder een houdbaarheidstermijn erbij te voegen. De vernieuwde versie verwijst naar de geldende NEN-norm voor destructie van bodem. De NEN-normen en het RIVM in vitrodigestie model worden regelmatig geevalueerd en verbeterd. De lezer wordt daarom verzocht om de op het moment geldende NEN-normen en SOP's aan te vragen.
Het RIVM heeft een richtlijn ontwikkeld om nauwkeurig te bepalen hoeveel lood in de grond op een specifieke locatie schadelijk is voor de mens. Hierdoor is beter in te schatten of maatregelen nodig zijn om de loodverontreiniging aan te pakken.
De bodem in Nederland is op een groot aantal locaties verontreinigd met lood. Vooral kinderen lopen gevaar doordat ze naar schatting gemiddeld 100 mg grond via hun vuilgemaakte handen inslikken. Echter, niet al het lood in de bodem komt na inname beschikbaar in het lichaam. Een deel van het lood hecht bijvoorbeeld aan de bodemdeeltjes en wordt uitgescheiden via de ontlasting. Het overige lood dat in de bloedbaan terechtkomt vormt een (potentieel) risico voor de gezondheid van mensen.
Dit rapport beschrijft een richtlijn voor het bepalen van het biobeschikbare lood uit de bodem, dat wil zeggen de hoeveelheid lood die in het bloed kan komen en schade kan aanrichten. De richtlijn bevat een protocol voor het nemen en meten van bodemmonsters. Deze worden getest in een kunstmatig maag-darmsysteem (digestiemodel) om realistisch de relatieve orale biobeschikbaarheidsfactor te berekenen. Dit is een maat voor het biobeschikbare gedeelte lood in de bodem. Deze maat kan worden ingevoerd in een blootstellingsmodel om het humane risico te berekenen.
De richtlijn is bestemd voor laboratoria die de biobeschikbaarheid van lood uit bodems willen bepalen. Door de bepaling uit deze richtlijn wordt de risicobeoordeling realistischer en in de meeste gevallen minder conservatief. Ook vraagt het RIVM de laboratoria om hun resultaten door te geven voor gegevensonderzoek. Door relaties te leggen tussen bodemkarakteristieken en de biobeschikbaarheid van lood wordt het wellicht in de toekomst mogelijk de biobeschikbaarheid van lood in de bodem te schatten op basis van eenvoudige bodemeigenschappen.

Abstract

This report is a revised edition of RIVM rapport 711701060.
The RIVM has developed a guideline to accurately determine, for a specific location, the amount of lead in soil that may pose a risk to human health. Such a determination will allow a more accurate risk assessment of lead-contaminated soil.
Many sites in the Netherlands are contaminated with lead. Lead intoxication puts especially children at risk, since they are assumed to swallow, on average, 100 mg soil per day via dirty hands. However, not all the lead will become bioavailable in the human body after ingestion. Part of the lead remains soil-bound in the gastrointestinal tract, for example, and will be excreted via feces. However, lead released into the blood circulation can cause a (potential) risk to human health.
The guideline serves to assist in determining the bioavailable lead from soil, in other words, the amount of lead that reaches the blood. On absorption, the lead may cause adverse effects. This guideline describes how soil samples should be collected, handled and tested. These samples are tested with an artificial gastrointestinal tract to obtain a relative bioavailability factor (a measure of the bioavailable lead in soil). This factor can be used to assess the human health risk using a specific exposure model (Sanscrit).
This guideline is intended for laboratories with an interest in determining the bioavailability of lead from soil with a method that makes risk assessment more realistic and, in most cases, less conservative. Laboratories are requested by the RIVM to return their results for database-screening. The relationship between soil characteristics and bioavailability of lead might, in future, result in estimation of the oral bioavailability of lead from soil on the basis of simple soil properties.

Overig

Grootte
309KB