West Nile virus in The Netherlands: Integrated Vector Management 2021-2023

West Nile virus in The Netherlands: Integrated Vector Management 2021-2023

Go to abstract

Samenvatting

Het westnijlvirus veroorzaakt westnijlkoorts. Dit virus komt voor bij vogels en wordt overgebracht door muggen die zich voeden met bloed van besmette vogels. Deze muggen verspreiden het virus naar andere vogels, en soms ook naar mensen en zoogdieren, zoals paarden. In oktober 2020 hebben voor het eerst mensen in Nederland westnijlkoorts gekregen. Het RIVM heeft eerder met alle betrokken partijen een aanpak opgesteld om risico’s voor mensen te verminderen. In de aanpak is vastgesteld hoe signalen dat het westnijlvirus in Nederland is, vroeg kunnen worden opgepakt. Ook is vastgesteld wanneer er een risico is voor mensen, welke acties dan nodig zijn, en door wie. Op deze manier is Nederland goed voorbereid, mocht het westnijlvirus weer opduiken. Een onderdeel van deze aanpak is de strategie om de blootstelling van mens aan het westnijlvirus door muggen te verminderen. Deze strategie, Integraal Vectormanagement genoemd, wordt in dit rapport toegelicht. De strategie heeft zes onderdelen: muggen in de gaten houden (surveillance), de bevolking voorlichten en aangeven wat ze zelf kunnen doen, onderzoek doen, de larven van muggen bestrijden, volwassen muggen bestrijden, en preventie. Integraal Vectormanagement houdt rekening met ecologische, economische en maatschappelijke factoren. Op deze manier wordt zo veel mogelijk voorkomen dat muggen ziekten kunnen overdragen. Eventuele bestrijding gebeurt met zo weinig mogelijke chemische middelen om zowel de volksgezondheid, de gezondheid van dieren als het milieu te beschermen. Het westnijlvirus komt niet vaak voor. De meeste mensen worden niet ziek van een infectie met het virus. Ongeveer 1 op de 5 van de besmette mensen krijgt milde griepachtige symptomen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Slechts een zeer klein deel (1 procent) van de besmette mensen krijgt een ernstige ziekte, zoals hersenontsteking (encefalitis) of hersenvliesontsteking (meningitis).

Abstract

West Nile virus causes West Nile fever. This virus occurs in birds and is transmitted by mosquitoes that feed on the blood of infected birds. These mosquitoes spread the virus to other birds, and sometimes to humans and mammals, such as horses. In October 2020, humans contracted West Nile fever for the first time in the Netherlands.

RIVM has now collaborated with all parties involved to develop a plan to reduce the risk of humans acquiring WNV. The plan establishes how signals of West Nile virus circulation in the Netherlands can be picked up early. It has also been determined when there is a risk for people, what actions are needed and who need to carry out these actions. In this way, the Netherlands will be well prepared, in case West Nile virus resurfaces.

Part of this plan is the strategy to reduce human exposure to West Nile virus from mosquitoes. This strategy, called Integrated Vector Management, is explained in this report. The strategy has six components: monitoring mosquitoes, public communication about what people can do themselves, conducting research, controlling mosquito larvae, controlling adult mosquitoes, and prevention.

Integrated Vector Management takes ecological, economic and social factors into account. In this way, mosquitoes are prevented as much as possible from transmitting diseases. Any control is carried out with as few chemical agents as possible to protect public health, animal health and the environment.

Most people do not get sick from an infection with the virus. About 1 in 5 infected people develops mild flu-like symptoms such as fever, headache and muscle aches. Only a very small proportion (1 percent) of infected people develop a serious illness, such as inflammation of the brain (encephalitis) or meningitis (meningitis).

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
552 kb