Wat en waarom

Een grote brand of een ongeval met gevaarlijke stoffen, zoals lekkages, maakt mensen in de omgeving onrustig. Door sirenes, rookwolken en vreemde geuren zit de schrik er vaak goed in. Dat kan ook gebeuren bij incidenten met radioactieve of biologische stoffen, zoals een poederbrief, of met verdachte objecten. Mensen willen zo snel mogelijk weten wat er aan de hand is en of er gevaar is voor hun gezondheid of voor het milieu. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ondersteunt lokale en regionale overheden en de rijksoverheid vóór, tijdens en na milieu- en stralingsongevallen. Voor deze zogeheten responstaak is het 24/7 bereikbaar en beschikbaar.

Hoe en met wie

RIVM biedt diverse vormen van ondersteuning. We kunnen duiden of er gevaar voor de gezondheid te verwachten is en kunnen advies geven hoe daarover te communiceren. Indien gewenst meet het RIVM tijdens of zo snel mogelijk na een incident welke gevaarlijke stoffen en straling in lucht, bodem en water zijn vrijgekomen en in welke hoeveelheid. Het heeft hiervoor meetwagens en mobiele laboratoria om ter plaatse analyses te kunnen uitvoeren. Verder kunnen we berekenen hoe de stoffen zich verspreiden. Ook na een incident is expertise inzetbaar. Bijvoorbeeld voor advies over nut en noodzaak van nazorg, psychosociale hulpverlening en gezondheidsonderzoek.

Het RIVM werkt samen met andere organisaties en kennisinstituten om eenduidige adviezen te kunnen geven bij een incident of ramp. Naast lokale en regionale overheden zijn dat bijvoorbeeld Departementale Crisiscentra, het ministerie van Defensie, het KNMIKoninklijk Meteorologisch Instituut, het Instituut Fysieke Veiligheid (IFVInstituut Fysieke veiligheid), het Nationale Vergiftigingen Informatie Centrum (NVICNVWA Nederlandse voedsel- en warenautoriteit  Incident en Crisiscentrum (NVIC) ), het Nederlandse instituut voor voedselveiligheid Rikilt en TNO. Juist dit netwerk van (crisis)partners maakt het mogelijk tijdens en na incidenten snel de benodigde kennis en kunde in te zetten.