April 2025
Dit is de halfjaarlijkse thermometer seksuele gezondheid waarin de meest recente gegevens van de Centra Seksuele Gezondheid (CSG’s) worden gepresenteerd. De belangrijkste soa worden hier getoond: chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv.
Voor een uitgebreid overzicht en voor soa-cijfers uit andere bronnen verwijzen we naar het soa jaarrapport dat jaarlijks in juni wordt gepubliceerd. In deze thermometer worden gegevens per groep getoond: vrouwen, heteromannen en mannen die seks hebben met mannen (MSM). MSM die voor reguliere soa-consulten bij het CSG komen, worden weergegeven als MSM-ASG (regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg). MSM die voor PrEP zorg bij de CSG’s komen worden weergegeven als MSM-PrEP. Genderdiverse personen (bijvoorbeeld transgender, non-binair of genderfluïde) worden niet meegenomen in de figuren, omdat de aantallen te klein zijn.
Samenvatting
In 2024 zijn bij de CSG’s:
- 159.252 soa- en PrEP consulten geregistreerd.
- 20.174 chlamydia-diagnoses gesteld, waarvan 512 LGV-diagnoses.
- 13.952 gonorroe-diagnoses gesteld.
- 1.798 syfilis-diagnoses gesteld.
- 178 hiv-diagnoses gesteld.
Soa-consulten
In 2024 zijn er in totaal 159.252 soa- en PrEP-consulten uitgevoerd bij de CSG’s, waarvan 82.266 in de eerste helft van het jaar en 76.986 in de tweede helft. Van de consulten in 2024, waren 54.367 (34%) consulten bij vrouwen, 25.752 (16%) bij heteroseksuele mannen, 50.056 (31%) bij MSM-ASG, 26.268 (17%) bij MSM-PrEP en 2.809 (2%) bij genderdiverse personen. Vergeleken met 2023 is het aantal soa- en PrEP-consulten afgenomen, toen waren er 172.113 soa- en PrEP-consulten. Het aantal consulten nam vooral af bij vrouwen.
Van alle consulten in 2024 was 48% onder personen van 25 jaar en jonger. In 24% van de consulten hadden personen soa-symptomen en in 18% van de consulten hadden personen een partnernotificatie ontvangen voor een soa.
Soa-vindpercentage
Het soa-vindpercentage (percentage consulten met minstens één positieve soa-test: chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv of hepatitis B) bij vrouwen was in 2024 18,2%, dit was lager dan in 2023 (19,6%). Bij heteromannen was dit 21,8%, ook lager dan in 2023 (22,0%). Het vindpercentage bij MSM-ASG was 23,2%, hoger dan in 2023 (23,1%). Het vindpercentage bij MSM-PrEP was 18,6%, lager dan in 2023 (19,2%). Het vindpercentage bij genderdiverse personen was 18,0%, lager dan in 2023 (19,4%).
Het soa-vindpercentage was het hoogste bij personen die een partnernotificatie ontvingen; bij alle groepen was dit boven de 30%. Ook was het vindpercentage hoog bij MSM met soa-symptomen (39,9% bij MSM-ASG en 44,2% bij MSM-PrEP).
Soa = chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hiv en/of infectieuze
hepatitis B;
H1 = eerste helft van het jaar; H2 = tweede helft van het jaar.
Chlamydia
In 2024 werden 20.174 chlamydia-diagnoses gesteld bij de CSG’s. De meeste diagnoses werden gesteld bij vrouwen (8.255) en heteroseksuele mannen (4.905). Van het totale aantal chlamydia-diagnoses bij vrouwen en heteroseksuele mannen was 89% bij personen van 25 jaar of jonger en had 39% soa-symptomen. Het chlamydia-vindpercentage daalde bij zowel vrouwen als heteroseksuele mannen, naar 15,3% bij vrouwen en 19,2% bij heteroseksuele mannen.
Er werden 4.637 chlamydia-diagnoses gesteld bij MSM-ASG en 2.137 bij MSM-PrEP. Bij MSM-ASG was het chlamydia-vindpercentage 9,3% en bij MSM-PrEP 8,3%, dit was voor beide groepen een daling in vergelijking met 2023.
Het chlamydia-vindpercentage onder genderdiverse personen was in 2024 8,7%, dit was lager dan in 2023.
Lymphogranuloma venereum
Lymphogranuloma venereum (LGV) is een zeldzamere en ernstigere vorm van chlamydia. Van de chlamydia-diagnoses in 2024, waren er 512 LGV-diagnoses; dit waren minder LGV-diagnoses dan in 2023. Van de 512 diagnoses waren er 503 bij MSM en 9 bij genderdiverse personen. Van de LGV-diagnoses bij MSM was 23% bij MSM met hiv. 58% van de MSM met LGV rapporteerde geen soa-gerelateerde klachten.
Gonorroe
In totaal werden er in 2024 13.952 gonorroe-diagnoses gesteld. Hiervan werden 7.451 diagnoses gesteld bij MSM-ASG en 3.001 bij MSM-PrEP. Het gonorroe-vindpercentage steeg naar 15,0% onder MSM-ASG en bleef stabiel op 11,7% bij MSM-PrEP. Het hoogste vindpercentage was bij MSM die een partnernotificatie voor gonorroe ontvingen.
Bij vrouwen werden er 2.263 gonorroe-diagnoses gesteld en bij heteroseksuele mannen 937. In beide groepen steeg het gonorroe-vindpercentage licht; bij vrouwen naar 4,2% en bij heteroseksuele mannen naar 3,7%. Bij vrouwen was het vindpercentage het hoogste onder vrouwen die een partnernotificatie voor gonorroe ontvingen, bij heteroseksuele mannen was die het hoogste bij mannen met soa-gerelateerde klachten.
Het gonorroe-vindpercentage onder genderdiverse personen was in 2024 10,9%, dit was hoger dan in 2023.
Er is geen resistentie gevonden voor ceftriaxon, het huidige voorkeursmiddel voor de behandeling van gonorroe.
Infectieuze syfilis
In 2024 werden er 1.798 diagnoses van infectieuze syfilis gesteld bij de CSG’s. De meeste diagnoses werden vastgesteld bij MSM-ASG (1.181) en bij MSM-PrEP (474). Het infectieuze syfilis-vindpercentage was 2,4% bij MSM-ASG en 1,8% bij MSM-PrEP. Dit was voor beide groepen een stijging in vergelijking met 2023. Vindpercentages waren het hoogste bij MSM met een partnernotificatie voor syfilis.
Bij vrouwen werden er 39 diagnoses vastgesteld en bij heteroseksuele mannen 59. Deze twee groepen worden niet standaard getest op syfilis. Bij vrouwen bleef het vindpercentage stabiel op 0,2% en bij mannen steeg het naar 0,5%.
Het infectieuze syfilis-vindpercentage onder genderdiverse personen was in 2024 1,7%, dit was lager dan in 2023.
Hiv
In 2024 werden er 178 hiv-diagnoses gesteld bij de CSG’s. Van de 178 diagnoses waren er 130 bij MSM-ASG en 19 bij MSM-PrEP. Na een jarenlange daling steeg het hiv-vindpercentage onder MSM-ASG in 2024 naar 0,3%. Ook het vindpercentage bij MSM-PrEP steeg licht, naar 0,07%. Het vindpercentage was het hoogste bij MSM-ASG die een partnernotificatie voor hiv ontvingen.
Er waren 7 hiv-diagnoses onder vrouwen en 4 onder heteroseksuele mannen. Deze twee groepen worden niet standaard getest op hiv. Het vindpercentage was voor beide groepen laag: 0,03% bij vrouwen en op 0,04% bij heteroseksuele mannen.
Er waren 18 hiv-diagnoses bij genderdiverse personen. Het vindpercentage was bij deze groep in 2024 0,7%, dit was hoger dan in 2023.
PrEP
De CSG’s bieden PrEP-zorg aan personen met een verhoogd risico op hiv. Tot halverwege 2024 was dit binnen de PrEP-pilot, vanaf augustus 2024 is de PrEP-zorg onderdeel van de reguliere zorg van de CSG’s. In 2024 ontvingen in totaal 11.934 personen PrEP-zorg via het CSG, waarvan 96% MSM.
In 2024 werden in totaal 27.322 PrEP-consulten uitgevoerd. In deze periode hadden 2.944 personen een eerste PrEP-consult bij een CSG. De meest voorkomende indicatie om met PrEP te starten was anale seks zonder condoom (82%). In 49% van de PrEP follow-up consulten rapporteerden gebruikers dagelijks PrEP-gebruik, 44% rapporteerde intermitterend gebruik.
Er zijn in 2024 572 personen gestopt met PrEP-zorg via het CSG. Bij de deelnemers die een reden om te stoppen met PrEP-gebruik opgaven, was verminderd risico (63%) veruit de meest voorkomende reden. Ook zijn 30 personen gestopt omdat ze een hiv-diagnose kregen, hiervan waren er 12 diagnoses in het eerste PrEP consult van de persoon voordat ze waren gestart met PrEP via het CSG.
April 2025
Met dank aan alle Centra Seksuele Gezondheid, GGD-en en de medisch microbiologische laboratoria.Contact: soap@rivm.nl