In Europa komen Hyalomma-teken (Hyalomma marginatum) voor in het Middellandse Zeegebied en in Zuidoost Europa. Net als onze schapenteek (Ixodes ricinus) heeft de Hyalomma-teek vier levensstadia: ei, larve, nimf en adult. Larven en nimfen hebben een bloedmaaltijd nodig om te kunnen vervellen naar een volgend levensstadium. Zij voeden vooral op kleine zoogdieren en vogels. Volwassen vrouwtjes teken voeden op hoefdieren, zoals runderen, schapen, herten, reeën en paarden, en soms op een mens. Volwassen mannetjes teken zijn ook op zoek naar hoefdieren, maar niet voor een bloedmaaltijd, maar om te paren met vrouwtjes teken. Na de paring en een bloedmaaltijd kunnen Hyalomma vrouwtjes tot wel 7000 eitjes leggen.

volgezogen Hyalomma teek

Komen Hyalomma-teken in Nederland voor?

Af en toe komen Hyalomma-larven en -nimfen met trekvogels uit Afrika en het Middellandse Zeegebied in Nederland terecht. Volgezogen Hyalomma-nimfen laten zich dan in het groen (de vegetatie) vallen. Onder klimatologisch gunstige omstandigheden kunnen zij dan vervellen tot volwassen teken. In Nederland komen zelden volwassen Hyalomma-teken voor. Meestal is het te koud en te nat in Nederland en gaan ze dood. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat deze tekensoort in Nederland heeft kunnen overwinteren.

2018 was een bijzonder jaar met een (zeer) lange warme en droge periode in heel Europa. In dat najaar waren er in Duitsland 35 meldingen van volwassen Hyalomma-teken op paarden en een schaap. In Nederland zijn dat jaar geen Hyalomma-teken op hoefdieren gemeld door veeartsen of jagers.

Hyalomma teek

Hoe herken je een Hyalomma-teek?

Het meest typische kenmerk van Hyalomma-teken zijn de gestreepte pootjes. Daarnaast zijn ze een stuk groter (2-3x) dan de Nederlandse schapenteek. (Ixodes ricinus) en de vlekkenteek (Dermacentor reticulatus). Hyalomma-teken hebben geen gevlekt scutum (schild).

Volwassen Hyalomma teken gaan op zoek naar hoefdieren zoals runderen, reeën en paarden. Vrouwtjes zoeken een hoefdier op voor een bloedmaaltijd en mannetjes om te paren. De reden dat Hyalomma-teken meestal op paarden worden aangetroffen, is dat paardenhouders hun paarden regelmatig borstelen en inspecteren. In landen waar Hyalomma-teken voorkomen, worden sporadisch mensen gebeten door deze tekensoort.

Afbeelding van vier teken, hyalomma vrouw man, schapenteek vrouw man, en een schapenteek vrouw op een duimnagel

Deze tekensoort heeft haar naam te danken aan haar glasheldere (hyalos = glas) ogen, die op de uithoeken van hun schild zijn gepositioneerd. Zij gebruiken hun ogen om te kunnen jagen op hun gastheer. Zij verstoppen zich in de bodem en komen tevoorschijn als er een gastheer in buurt komt. Met de snelheid van een pissebed proberen zij dan op hun gastheer te klimmen voor een bloedmaaltijd. De Nederlandse schapenteek (Ixodes ricinus) doet dat anders: schapenteken zijn blind, maar kunnen wel goed ruiken. Schapenteken wachten op een grassprietje of in het struikgewas op een voorbijganger waar zij zich dan aan vast proberen te klampen.

Mogelijke ziekteverwekkers

De Hyalomma-teek kan in gebieden waar het Krim-congovirus van nature voorkomt, zoals in Azië, Afrika en Zuid(oost) Europa, dit virus overdragen naar de mens. In deze regio’s lopen mensen daardoor Krim-Congo-hemorragische koorts op. Mensen kunnen besmet raken met het virus via een beet van de Hyalomma-teek of door het fijnknijpen van een volgezogen teek. De kans om deze ziekte te krijgen waar het virus van nature voorkomt is klein. In 2016 waren er zes gevallen van CCHF in héél Europa en in 2017 waren dat er twee.

Wat doet de overheid?

Het Centrum Monitoring Vectoren (CMV) houdt de introductie, verspreiding en vestiging van vectoren zoals teken en steekmuggen in de gaten door middel van zowel actief speurwerk als door het verzamelen en natrekken van meldingen. Het CMV adviseert over de mogelijkheden van bestrijding. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzoekt vectoren op de aanwezigheid van ziekteverwekkers en zorgt dat gezondheidsprofessionals op de hoogte zijn van de ziekteverwekkers en de beschikbare diagnostiek. Veterinaire partners, zoals Gezondheidsdienst voor Dieren (GDGezondheidsdienst voor Dieren) en de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, doen dat voor dierziekten. Het RIVM informeert GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en, burgers en (dieren)artsen over mogelijke gezondheidsrisico’s en welke maatregelen zij kunnen nemen. 

Foto's op deze pagina: Zati Vatansever, Kafkas University