In 2014 werd een onderzoek uitgevoerd onder lezers van het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen naar het belang van de maandelijkse signalen van het SignaleringsOverleg voor ZiekenhuisInfecties en AntiMicrobiële Resistentie ( SO-ZI/AMR Signaleringsoverleg Zorginstellingen / Antimicrobiële Resistentie (Signaleringsoverleg Zorginstellingen / Antimicrobiële Resistentie )). Deze signalen worden 1 keer per maand in het verslag van het Wekelijkse overzicht van infectieziektesignalen vermeld. Uit het onderzoek blijkt dat respondenten de SO-ZI/AMR-signalen over het algemeen positief waarderen met als gemiddeld rapportcijfer een 8. Suggesties ter verbetering waren: meer transparantie, frequentere rapportage bij belangrijke signalen, een selectie op relevantie, een overzicht van de uitbraken in tabelvorm en het opnemen van uitbraken in andere instellingen, zoals verpleeghuizen. In dit artikel worden de belangrijkste resultaten gepresenteerd.

content

Auteurs: F. Frakking, A. Monnier, A. Haenen, P. Bijkerk

Infectieziekten Bulletin: december 2016, jaargang 27, nummer 10

Wat is het SO-ZI/AMR Signaleringsoverleg Zorginstellingen / Antimicrobiële Resistentie (Signaleringsoverleg Zorginstellingen / Antimicrobiële Resistentie )?

Het SO-ZI/AMR is een ondersteuningsstructuur met als doel het vroeg signaleren van uitbraken die een bedreiging kunnen zijn voor de volksgezondheid en het ondersteunen van instellingen bij het nemen van maatregelen om deze bedreiging weg te nemen. Het SO-ZI/AMR is in 2012 opgericht op verzoek van de Inspectie van de Gezondheids-zorg ( IGZ Inspectie voor de Gezondheidszorg (Inspectie voor de Gezondheidszorg)), naar aanleiding van de toenemende antibioticaresistentie en het optreden van een grote uitbraak met antibioticaresistente micro-organismen in een Nederlands ziekenhuis. (1) Het overleg is een gezamenlijk initiatief van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Nederlandse Vereniging voor Medisch Microbiologie ( NVMM Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie)) en de Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg ( VHIG Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg)). De implementatie van het SO-ZI/AMR wordt ondersteund door een convenant dat getekend is door belanghebbende partijen.

Het melden van uitbraken van Bijzonder Resistente Micro-organismen ( BRMO bijzonder resistente micro-organismen (bijzonder resistente micro-organismen)) is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Op dit moment lijken alle uitbraken die aan de meldingscriteria van het SO-ZI/AMR voldoen, gemeld te worden. De criteria voor melding zijn als door de uitbraak de continuïteit van zorg in gevaar komt, bijvoorbeeld doordat een afdeling gesloten moet worden, of als de uitbraak, ondanks ingestelde infectiepreventiemaatregelen, voortduurt. Het SO-ZI/AMR schat de bedreiging voor de volksgezondheid in, volgt het verloop en kan het ziekenhuis zo nodig adviseren externe expertise in te schakelen. Bij bepaalde omstandigheden kan het SO-ZI/AMR waarschuwingen afgeven aan het ‘veld’.

Artsen-microbiologen melden een uitbraak via een besloten gedeelte van de website van de NVMM. De meldingen zijn alleen toegankelijk voor artsen-microbiologen en, op aanvraag via de NVMM, voor deskundigen infectiepreventie. (2) Sinds mei 2012 zijn meer dan 200 uitbraken in ziekenhuizen en verpleeghuizen gemeld. Alle nieuwe en nog lopende uitbraken worden in een maandelijks signaleringsoverleg besproken door vertegenwoordigers van het RIVM, de NVMM, de VHIG en, sinds 2015, de Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters ( Verenso Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters)). Het SO-ZI/AMR classificeert de uitbraak als behorende tot een bepaalde fase, waarbij fase 1-5 een oplopende duur en/of ernst aangeven en fase 0 aangeeft dat de uitbraak onder controle is (Tabel 1).


Tabel 1 Fasering van uitbraken (download de pdf voor een grotere weergave)

 


Aanleiding onderzoek naar verslag SO-ZI/AMR-signalen

Uit een onderzoek uit 2012 onder de lezers van het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen bleek dat zij graag meer inzicht wilden in uitbraken die aan het SO-ZI/AMR gemeld werden. (3) Hierop werd besloten om per januari 2013 de SO-ZI/AMR-signalen 1 keer per maand op te nemen in het verslag van de Wekelijks overzicht Infectieziektesignalen, het wekelijkse signaleringsoverleg van het RIVM. Dit verslag is gratis, vertrouwelijk en besloten; alleen bepaalde doelgroepen kunnen zich er op abonneren: artsen en verpleegkundigen infectieziektebestrijding van GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en, artsen-microbiologen, deskundigen infectiepreventie, internisten-infectiologen, analisten bij laboratoria en epidemiologen en/of beleidsmakers van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de IGZ en het RIVM.

Om te achterhalen wat de lezers vinden van de toevoeging van de signalen uit het SO-ZI/AMR aan het Wekelijks overzicht van Infectieziektesignalen en hoe de inhoud en kwaliteit van de signalen verbeterd kan worden, werd in juli 2014 een SO-ZI/AMR-lezersonderzoek uitgevoerd. Alle 1742 geregistreerde lezers werden door middel van een e-mail uitgenodigd om een online vragenlijst in te vullen. Een herhalingsuitnodiging werd na 1 en 2 weken gestuurd.

Belangrijkste resultaten

Respondenten

Van de 1742 geadresseerden op de mailinglijst voor het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen hebben 673 (39%) de vragenlijst ingevuld. Het antwoordpercentage was 74% in de beroepsgroep deskundigen infectiepreventie, terwijl het in alle andere beroepsgroepen rond de 30% lag. Ruim de helft van de respondenten (52%) werkt in een ziekenhuis en 19% werkt bij de GGD. De meeste respondenten zijn deskundige infectiepreventie (ziekenhuishygiënist, 25,7%) of (arts-) microbioloog (18,1%). Daarna volgde de groep sociaal-verpleegkundigen en artsen ( M&G maatschappij&gezondheid (maatschappij&gezondheid)) infectieziektebestrijding (16,1%). Overige respondenten waren huisartsen, internisten-infectiologen, dierenartsen, onderzoekers en beleidsmedewerkers.

Lezen

In tabel 2 staan de beoordelingen over de informatie van de signalen op de punten actualiteit/tijdigheid, betrouwbaarheid/wetenschappelijke onderbouwing, frequentie, kwaliteit, volledigheid, leesbaarheid, schrijfstijl, relevantie voor het werk en lengte.


Tabel 2 Beoordeling van het belang van 8 onderdelen van signalen van het SO-ZI/AMR in het Wekelijks overzicht (totaal: 652 antwoorden) (download de pdf voor een grotere weergave).

 


Het merendeel van de respondenten leest de signalen altijd (62%) of meestal (28%). Redenen om het verslag van het SO-ZI/AMR niet te lezen (3% van de respondenten) zijn dat het niet relevant is voor het werk (57%), dat de signalen geen nieuwe informatie bevatten (14%) of overig (38%). Andere redenen die genoemd werden zijn: het verslag wordt sowieso niet gelezen, de signalen zijn niet opgevallen of hebben geen prioriteit en het aandachtsgebied van de respondent ligt niet bij surveillance.

De meeste respondenten gebruiken de informatie van de signalen uit het SO-ZI/AMR voor het bijhouden van de actualiteit (91%) en voor persoonlijke kennisuitbreiding (70%). Daarnaast is het oppakken van regionale signalen belangrijk (45,7%). Het merendeel van de lezers (79%) wil graag alle uitbraken weten, terwijl 16% alleen over de bijzondere uitbraken wil lezen.

Samenstelling van de signalen

Ruim 97% van de respondenten is tevreden met de samenstelling van de signalen. De meeste respondenten vinden de mate van informatie over de signalen precies goed. Het aantal mensen dat de informatie te uitgebreid vindt (6%) is ongeveer even groot als het aantal mensen dat ze onvoldoende uitgebreid vindt (8%). Slechts 13% mist relevante informatie over de signalen zoals de naam van het ziekenhuis en de betrokken GGD, de typering(methode), ziekenhuisafdelingen die betrokken zijn, de bron, de getroffen maatregelen en implicaties voor andere ziekenhuizen of de GGD na ontslag van patiënten. Enkele respondenten willen deze informatie juist niet weten en vinden de signalen te lang of te saai.

De signalen worden meestal anoniem gemeld, met vermelding van de regio. Veertig procent van de lezers vindt dit begrijpelijk omdat ze verwachten dat ziekenhuizen anders niet melden. Bijna de helft van de lezers vindt het aangeven van de regio waar de uitbraak zich afspeelt voldoende. Opvallend is dat 39% van de lezers wil dat de namen van de ziekenhuizen vermeld worden en 15% geeft zelfs aan dat zij niet zoveel heeft aan de melding als die anoniem blijft.

De meeste respondenten zijn tevreden met het rapporteren van alle uitbraken die bij het SO-ZI/AMR gemeld worden (79%). Een minderheid (16%) leest alleen over bijzondere uitbraken. Enkele respondenten stellen voor om alle uitbraken op regionaal niveau te vermelden en alleen de belangrijke, leerzame of bedreigende uitbraken op landelijk niveau. In het verslag wordt vaak opgenomen welke maatregelen getroffen werden. Negentig procent van de lezers vindt dit relevant. Ook het weergeven van de fase van de uitbraak wordt door de overgrote meerderheid als nuttig ervaren. Uitbraken worden meestal 1 maand na de melding gerapporteerd. Een aantal respondenten vindt dat niet snel genoeg en wil zo snel mogelijk van alle (regionale) uitbraken op de hoogte zijn. De meeste respondenten (78%) zouden graag geïnformeerd willen worden wanneer uitbraken afgerond zijn.

Waardering en belang

De respondenten beoordelen de rapportage van het SO-ZI/AMR-signalen over het algemeen zeer positief. Ruim 97% is tevreden met de samenstelling van de signalen. Het gemiddelde rapportcijfer is een 8. De grootste lezersgroepen, (artsen-) microbiologen, deskundigen infectiepreventie (ziekenhuishygiënisten), artsen (M&G) en sociaal-verpleegkundigen infectieziektebestrijding geven een gemiddeld rapportcijfer van 7 tot 8. Uitbraken in de regio’s van de lezers zijn het meest interessant. Met name als er vanuit de beroepsgroep nog geen signalen waren. Andere factoren die een uitbraak interessant maken zijn: bijzondere of zeer pathogene verwekkers met een bijzonder gevoeligheidspatroon, grote moeilijk controleerbare uitbraken waarbij ondanks maatregelen transmissie optreedt, uitbraken met beroepsspecifieke consequenties, zoals uitbraken waarbij de GGD of arbodienst betrokken is en uitbraken met bijvoorbeeld een bijzondere bron, een ongewone transmissieroute of die zorgen voor nieuwe inzichten.

Suggesties ter verbetering

  • Veel respondenten vragen om meer informatie, zoals de namen van ziekenhuizen, maar vrezen tegelijkertijd dat verplichte naamsvermelding ziekenhuizen ervan kan weerhouden om te melden.
  • Een aantal respondenten vindt dat de rapportage vaker uitgebracht moet worden, bijvoorbeeld wekelijks of met een tussentijdse update.
  • Er zou op relevantie geselecteerd moeten worden: niet iedereen vindt het nuttig om te lezen over kleine uitbraken die snel onder controle zijn.
  • Een overzicht van de uitbraken in een tabel opnemen.
  • De getroffen maatregelen meer gestructureerd weer-geven met een korte uitleg waarom zij genomen zijn.
  • Taalgebruik aanpassen om beter tegemoet te komen aan het belang van het verslag voor bijvoorbeeld de GGD.
  • Ook uitbraken in andere instellingen, zoals verpleeg-huizen, opnemen in het verslag.

Conclusie

De meeste respondenten zijn zeer tevreden over de vermelding van signalen van het SO-ZI/AMR. Ze worden het meest gelezen door deskundigen infectiepreventie en artsen-microbiologen, de beroepsgroepen die het meest betrokken zijn bij ziekenhuisinfecties en uitbraken met bijzonder resistente micro-organismen. Het SO-ZI/AMR is opgericht om het risico hiervan voor de volksgezondheid in te schatten. Om de rapportage toegankelijk te maken voor een breder publiek is gekozen voor verspreiding via het verslag van het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen. Het is dus belangrijk om te lezen dat ook de beroepsgroepen die niet direct werkzaam zijn in het ziekenhuis (zoals GGD en overheidsmedewerkers), tevreden zijn.

Een reden voor het lage responspercentage kan zijn dat de enquête in de zomervakantie periode is verricht.

Gevolgen lezersonderzoek

  • Sinds begin 2015 wordt actiever aan de melders gevraagd of de naam van de instelling genoemd mag worden en geven steeds meer instellingen daarvoor toestemming.
  • Sinds maart 2015 wordt er elke maand in het verslag een tabel gepubliceerd met de actuele landelijke uitbraken, het betrokken micro-organisme met eventueel resistentie-mechanisme, de betrokken ziekenhuisafdeling en de fase waarin de uitbraak zich bevindt. Uitbraken die afgesloten zijn worden uit dit overzicht verwijderd.
  • In de tekst na de tabel worden alleen nog leerzame, grote of uitzonderlijke meldingen besproken, inclusief de mogelijke besmettingsbron van de index patiënt, de mate van verspreiding (aantal personen, personeels-leden, afdelingen), de genomen maatregelen, de typeringsuitslagen en de eventuele rol van de GGD. Zo is geprobeerd tegemoet te komen aan de verschillende lezersgroepen. Enerzijds de beroepsgroepen die direct met de ziekenhuisuitbraken te maken hebben en alle details willen weten en anderzijds de beroepsgroepen binnen de openbare gezondheidszorg die een globaal overzicht willen hebben van wat er speelt in het land of in de regio.
  • Een van de suggesties van de respondenten was om ook uitbraken in andere zorginstellingen op te nemen. De afgelopen jaren zijn meer dan 20 uitbraken in verpleeg-huizen gemeld. Het plan is om in de loop van 2017 ook BRMO-uitbraken in verpleeghuizen te laten melden bij het SO-ZI/AMR. Momenteel wordt over de uitvoer hiervan gesproken met de betrokken partijen. Tot die tijd kunnen uitbraken in zorginstellingen ander dan ziekenhuizen, volgens de geldende procedure voor ziekenhuizen gemeld worden.

De bevindingen van de eerste 2 jaar van het SO-ZI/AMR zijn in 2015 beschreven in een overzichtspublicatie. (4) Daarnaast wordt jaarlijks een overzicht gepubliceerd in Nethmap. (5)

Voor het volledige verslag van het lezersonderzoek van het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen kunt u contact opnemen met de auteurs.

Auteurs

F. Frakking1, A. Monnier3, A. Haenen2, P. Bijkerk2

  1. Afdeling Medische microbiologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht
  2. Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven
  3. IQ intelligentie quotiënt (intelligentie quotiënt ) healthcare, Raboudumc, Nijmegen

Correspondentie

F.N.J.Frakking@umcutrecht.nl

Literatuur

  1. Ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ). RIVM. Steunpunt bacteriële ziekenhuisinfecties van start. Publicatiedatum 08-05-2012. Geraadpleegd op: 31-01-2016, URL
  2. Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM). Uitbraak meldingen. Geraadpleegd op 31-01-2016. 
  3. Kardamanidis K, Bijkerk P. Resultaten lezersonderzoek Wekelijks overzicht van infectieziektensignalen.
  4. van der Bij AK, Kardamanidis K, Frakking FN, Bonten MJ. Signaleringsoverleg Ziekenhuisinfecties en Antimicrobiële Resistentie. Nosocomial outbreaks and resistant microorganisms. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8585. Dutch.
  5. SWAB