In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&WMinisterie van Infrastructuur & Waterstaat) ontwikkelt een consortium van experts een rekenmodel voor spoortrillingen om in de toekomst trillingen van het spoor eenduidig te kunnen bepalen. Met dit rekenmodel kunnen de verwachte trillingsniveaus bij woningen worden berekend. Ook biedt het de mogelijkheid om de omvang van de blootstelling aan trillingen eenvoudiger in beeld te brengen en te monitoren. De coördinatie van de ontwikkeling van het rekenmodel is in handen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

 

Spoortrillingen

Sinds 2018 wordt gewerkt aan het rekenmodel voor spoortrillingen. Het is nodig een dergelijk rekenmodel te ontwikkelen omdat er nog geen rekenmethode beschikbaar is om spoortrillingen te voorspellen. Dit bleek uit een inventariserend onderzoek van het RIVM in 2016. Er wordt wel veel gemeten, maar deze metingen langs het spoor brengen alleen de huidige situatie in beeld. Met het nieuwe rekenmodel Spoortrillingen kunnen straks ook voorspellingen worden gedaan. Als er bijvoorbeeld een ander type goederentrein gaat rijden op hetzelfde traject kan met behulp van het model het verwachte trillingsniveau worden berekend.

Het uitvoeren van metingen bij woningen maakt ook deel uit van de ontwikkeling van het rekenmodel. Op basis van bodemsoort, bouwjaar, type woning en afstand tot het spoor heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adressen geselecteerd waar wordt gemeten. Aan de hand van metingen in en buiten de woningen kan het RIVM onder andere het rekenmodel verder toetsen en verfijnen.

Naast de metingen bij woningen doet het RIVM ook onderzoek naar de beleving van wonen langs het spoor. Hiervoor worden bewoners van 3500 adressen binnen 300 meter van het spoor gevraagd een vragenlijst in te vullen. Dit onderzoek startte op 15 oktober 2019.

Voorspellen van het verwachte trillingsniveau

Met het rekenmodel Spoortrillingen wil men de te verwachten trillingsniveaus kunnen berekenen. Spoorbeheerder ProRail kan het rekenmodel gaan gebruiken bij de voorbereiding van spoorprojecten. Ook projectontwikkelaars kunnen het model inzetten als zij willen gaan bouwen langs het spoor. Daarnaast kan met het rekenmodel ook eenvoudiger onderzoek naar de schaal van blootstelling en de mogelijke effecten worden gedaan.

Het rekenmodel in beeld

Het rekenmodel gaat de trillingsniveaus berekenen op basis van de geluidbron (emissie van treinen en spoor) en de overdracht in de bodem richting de fundering van het gebouw. Zo nodig kan met behulp van het rekenmodel ook de overdracht in het gebouw zelf worden voorspeld.

Onderdelen rekenmodel

Het rekenmodel Spoortrillingen gaat de volgende onderdelen bevatten:

  • een methode om spoorgegevens in te lezen;
  • een eindige elementen-rekenmethode;
  • een koppeling met de basisregistratie ondergrond (BRO) om de bodemeigenschappen te achterhalen;

In de toekomst kan het rekenmodel worden aangevuld met bijvoorbeeld extra trillingsmetingen als er nieuwe treinen of spoorbaanconstructies toegevoegd worden.

Partners bij de ontwikkeling

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&WMinisterie van Infrastructuur & Waterstaat) gaf het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de opdracht voor de ontwikkeling van het Rekenmodel Spoortrillingen. Het RIVM richtte op haar beurt een zogenoemd consortium van experts op. Ieder consortiumlid levert met zijn eigen expertise een belangrijke bouwsteen voor het uiteindelijke model. Het consortium bestaat uit de volgende leden: Cauberg-Huygen, Level Acoustics & Vibration, DGMR, Deltares, Movares en het RIVM.