Hier vindt u de artikelen bij de AMR@RIVM nieuwsbrief voor professionals nummer 9, 2026.

De schatten van ISIS-AR

PhD Doctor of Philosophy (Doctor of Philosophy)-student Sophie van Kessel werkt aan haar promotieonderzoek met de titel ‘i3-AMR: van informatie naar inzicht naar interventie voor de bestrijding van antibioticaresistentie’. Een van haar onderzoeksprojecten betreft een ecologische studie: de associaties tussen sociaal-economische status, antibioticagebruik en antibioticaresistentie in Nederland. Hiervan heeft zij een abstract ingediend bij het Congress of the European Society of Clinical Microbiology and Infectious Diseases (ESCMID Global) 2026, dat zij zal toelichten met een posterpresentatie tijdens het congres in München in april 2026.

  • Associations between socioeconomic status, antibiotic use, and antimicrobial resistance in the Netherlands: an ecological study.
    S.A.M. van Kessel, I.M. Nauta, C.C.H. Wielders, S.C. de Greeff, A. Verbon, A.F. Schoffelen, on behalf of the ISIS-AR Infectious Disease Surveillance Information System for Antibiotic Resistance (Infectious Disease Surveillance Information System for Antibiotic Resistance) study group

PhD-student Chiara de Groot werkt voor haar promotieonderzoek aan het ZonMW Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie)-project CAUTION: Candida auris screening, surveillance en infectiepreventie. Een van de subprojecten gaat over de vraag of de gegevens in ISIS-AR geschikt zijn voor nationale surveillance van candidemie en antifungale gevoeligheid. De eerste bevindingen van dit onderzoek heeft ze beschreven in een abstract, dat is ingediend bij het congres ESCMID European Society of Clinical Microbiology and Infectious Disease (European Society of Clinical Microbiology and Infectious Disease) Global 2026. Ook zij mag het abstract presenteren met een poster.

  • Suitability of a national antimicrobial surveillance system for the surveillance of candidemia and associated antifungal susceptibility – C.C. de Groot, A.F. Schoffelen, A.W. de Jong, P.E. Verweij, J.B. Buil, G.M. Chong, R. Klont, E. Schaftenaar, A. Voss, E.F.J. Meijer, K. van Dijk

Daarnaast zijn meerdere projecten, gebaseerd op analyses met data uit ISIS-AR, gepresenteerd op het gezamenlijke webinar van ISIS-AR/WMEDA/WAMM op maandag 9 februari jl.

  • Klinische prevalentie van collaterale sensitiviteit: een systematische studie van antimicrobiële surveillance data – Coen van Hasselt, hoogleraar Farmacologie Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR)
  • Watervrije zorg op Nederlandse IC Intensive care (Intensive care) patiëntenkamers: invloed op de incidentie van gram-negatieve bacteriën – Sophie van Kessel, promovendus, RIVM, Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten
  • Antimicrobiële resistentie bij Streptococcus pneumoniae in Nederland: een trendanalyse van surveillancedata tussen 2013 en 2024 – Ilse Nauta, epidemioloog, RIVM, Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten

Wil je meer informatie over de inhoud van de abstracts en andere onderzoeksprojecten met/door ISIS-AR? Mail dan naar ISIS@rivm.nl.

Antibioticaresistentie bij pneumokokken in Nederland

Streptococcus pneumoniae (pneumokok) is een gram-positieve bacterie waarvan meer dan 90 verschillende serotypen bekend zijn. Deze bacterie kan verschillende ziektes veroorzaken, zoals neusbijholteontsteking, oorontsteking, longontsteking (pneumonie), sepsis en meningitis. In Nederland worden zulke infecties veelal behandeld met penicillines of tweede- of derde generatie cefalosporines, afhankelijk van het ziektebeeld en of de pneumokok als verwekker geïdentificeerd is. Vanuit het klinische veld zijn informatieverzoeken binnengekomen bij ISIS-AR over het vóórkomen van pneumokokken die verminderd gevoelig zijn voor penicillines en over derde generatie cefalosporine-resistente pneumokokken in Nederland. Wereldwijd heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) penicilline-resistente pneumokokken in 2017 en macrolide-resistente pneumokokken in 2024 aangemerkt als ‘high priority’. Gecombineerd met de verminderde penicilline-gevoeligheid bij pneumokokken die reeds in NethMap 2024 en NethMap One Health 2025 getoond werd, is besloten antibioticumresistentie bij pneumokokken nader te onderzoeken.

We onderzochten of de gevoeligheid van S. pneumoniae voor klinisch relevante antibiotica in Nederland is veranderd tussen 2013 en 2024, gebaseerd op data van ISIS-AR. Hiervoor keken we naar (benzyl)penicilline, derde generatie cefalosporines (cefotaxim/ceftriaxon) en macroliden (erytromycine; gezien het WHO World Health Organization (World Health Organization) rapport). We analyseerden een combinatie van resistente (‘R’) en verminderd gevoelige (‘I’) infectie-gerelateerde S. pneumoniae isolaten uit alle kweekmaterialen, waarbij de gevoeligheid volgens EUCAST 2025 bepaald werd. De categorie (‘I’) betekent gevoelig bij toediening van een verhoogde dosering van het antibioticum (EUCAST S-I-R; bij erytromycine is er geen ‘I’ categorie). Ook onderzochten we of verminderde penicilline-gevoeligheid toegeschreven kon worden aan specifieke serotypen. Om deze vraag te beantwoorden werd data geanalyseerd van het Referentielaboratorium Bacteriële Meningitis (NRLBM). Invasieve pneumokokken isolaten worden vrijwillig ingestuurd naar het NRLBM Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriële Meningitis (Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriële Meningitis), waar onder andere het serotype en de penicillinegevoeligheid wordt bepaald.

De resultaten laten zien dat in 2024 resistentie (‘R’) voor derde generatie cefalosporinen bij pneumokokken laag was (0,1%) en de gevoeligheid niet veranderde over de tijd (2013-2024). Macrolide resistentie was in 2024 hoog (9,3%), maar stabiel over de tijd. Om die reden worden in het Nederlandse antibioticumbeleid macroliden afgeraden bij de behandeling van pneumokokkeninfecties. Penicilline resistentie (‘R’) was in 2024 laag (1,0%), echter zagen we een toename in verminderd gevoelige isolaten over de tijd ( ‘I’ en ‘R’ gecombineerd). In 2013 waren 4,2% van de pneumokokken isolaten verminderd gevoelig, wat is gestegen naar 10,6% in 2024. Met betrekking tot de serotypen van invasieve pneumokokkenisolaten van het NRLBM, zagen we dat de verminderd gevoelige isolaten voornamelijk behoorden tot serotypen 19A (48%) en 23B (15%) en daarnaast ook 3, 6C, 11A en 12F (3-6%). Een deel van deze serotypen wordt gedekt door de huidige pneumokokkenvaccins (o.a. serotype 19A, 12F, 3, 11A). Over de tijd namen de serotypen 19A, 3 en 6C relatief gezien toe als aandeel van het totaal aantal pneumokokkenisolaten, terwijl 12F afnam en 23B en 11A stabiel bleven. Daarnaast nam de verminderde penicilline-gevoeligheid ook toe binnen serotypen (o.a. 19A, 23B, 12F).

Hoewel verminderde penicilline-gevoeligheid bij pneumokokken geconcentreerd is binnen specifieke serotypen, is de waargenomen afname in gevoeligheid niet volledig  toe te schrijven aan veranderende serotype-ecologie. De afname van penicilline-gevoeligheid is relevant voor de klinische praktijk en kan implicaties hebben voor de behandeling van pneumokokkeninfecties.

Recente publicaties met data uit ISIS-AR

  • Increasing trend in fusidic acid resistance among MRSA Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (Methicilline-resistente Staphylococcus aureus) isolates in the Netherlands, 2016-23 – F. Velthuis et al, on behalf of the ISIS-AR study group. JAC Antimicrob Resist 2025
  • Water-free care in Dutch ICU intensive care unit (intensive care unit) patient rooms: impact on gram-negative bacteria detections in routine patient care – S.A.M. van Kessel, et al, on behalf of the ISIS-AR study group. J Hosp Infect 2026

Eenheid van Taal en ISIS-AR

Op 1 februari 2026 zijn er 35 MML medisch microbiologisch laboratorium (medisch microbiologisch laboratorium)’s die data aanleveren aan ISIS-AR via Eenheid van Taal. Per 1 januari 2027 stopt de mogelijkheid van klassieke aanlevering van data aan ISIS-AR.