Mogelijkheden om minder microplastics uit textiel uit te stoten. Een dynamische probabilistische materiaalstroomanalyse van kleding en schoenen gericht op Nederland

Mogelijkheden om minder microplastics uit textiel uit te stoten. Een dynamische probabilistische materiaalstroomanalyse van kleding en schoenen gericht op Nederland

Go to abstract

Samenvatting

Microplastics uit kleding en schoenen zijn een steeds groter probleem in het milieu. Deze kleine plastic deeltjes vervuilen oppervlaktewater, de lucht en de bodem en kunnen schadelijk zijn voor de natuur en gezondheid. Ze komen vrij bij het dragen, wassen en drogen (vooral bij de eerste beurten) van kleding en het dragen van schoenen. 

De uitstoot van microplastics door kleding en schoenen was in Nederland in 2022 430 ton. Dat zal naar verwachting meer worden als er geen maatregelen worden genomen. Volgens het RIVM is het mogelijk om deze uitstoot te verminderen. Vier maatregelen lijken daarvoor het meest effectief. 

Als eerste kunnen fabrikanten kleding maken die minder vezels verliezen. De tweede mogelijkheid is andere materialen te gebruiken die afbreekbaar zijn. Minder synthetische vezels betekent minder microplastics. Ten derde kan worden gestimuleerd dat mensen kleding langer gebruiken. Ten slotte kunnen consumenten vaker wasmachineprogramma's voor fijne was gebruiken. Synthetische kleding wordt daarmee schoon en slijt er minder door. 

De eerste twee maatregelen hebben het meeste effect, maar een combinatie vanuit de hele keten levert nog meer op. Het is aan de partijen, zoals beleidsmakers en producenten van kleding of wasmachines, om dat samen te gaan uitwerken. Vrijwillige maatregelen hebben veel minder effect; wettelijke verplichtingen en duidelijke normen zijn nodig om het meeste effect te bereiken. 

Het RIVM rekende alleen de uitstoot van microplastics uit kleding en schoenen uit. Er is niet gekeken naar de kosten van de maatregelen, of naar de effecten van andere productieprocessen en materialen op bijvoorbeeld klimaat. 

Het RIVM beveelt aan om deze punten wel mee te nemen om het effect van maatregelen goed tegen elkaar te kunnen afwegen. Zo zijn voor kleding van katoen meer pesticiden en land nodig om katoenplanten te laten groeien. Een tweede aanbeveling is om dit onderzoek te gebruiken om te stimuleren dat betrokken partijen innoveren en samenwerken.

Abstract

Microplastics from clothing and shoes are an ever-growing environmental problem. These small plastic particles pollute surface water, the air and the soil and may be harmful to environmental and human health. The particles are released when clothing is worn, washed and dried (particularly the first few times) and when shoes are worn.

Emissions of microplastics from clothing and shoes amounted to 430 tonnes in the Netherlands in 2022. This is expected to increase if no action is taken. RIVM believes that it is possible to reduce these emissions. Four measures would appear to be the most effective to achieve this.

The first measure would be to have manufacturers produce clothing that sheds fewer fibres. The second measure would be to use decomposable materials. Fewer synthetic fibres would mean fewer microplastics. The third measure would be to encourage people to use their clothing for a longer period of time. The final measure would be to have consumers use the delicate wash cycle more often. This would reduce wear while still cleaning synthetic clothing.

The first two measures would be the most effective, but a combination from the entire chain would yield even greater results. It is up to the parties, such as policymakers and clothing and washing machine manufacturers, to come up with a plan. Voluntary measures are not nearly as effective; statutory obligations and clear standards are required to achieve the greatest effect.

RIVM only calculated the emissions of microplastics from clothing and shoes. It did not consider the costs of the measures or the effects of other production processes and materials on, for example, the climate.
RIVM recommends assessing these aspects in order to properly weigh the effects of the measures against each other. For example, cotton production needs more pesticides and more land to grow cotton plants. A second recommendation is to use this study to encourage the parties involved to innovate and collaborate.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Resterend

Grootte
5.175 kb