De chemische kwaliteit van het bodem-watersysteem is een belangrijke zorg. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn veel ernstige gevallen van bodemverontreiniging gesaneerd.  Ook in de komende jaren is het belangrijk om bij het gebruik van de bodem de risico’s van chemische stoffen voor mens en milieu te beoordelen. Wat is de omvang van de verontreiniging, welke stoffen zijn gevonden, hoe verspreidt de stof zich door het bodem-watersysteem? De risicobeoordeling wordt gebruikt voor de onderbouwing van maatregelen voor beheer en herstel.  

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ontwikkelt methoden, modellen en instrumenten voor de risicobeoordeling van verontreinigd bodem en grondwater. 

In het project NIBO (Normen en Instrumentarium Bodem) wordt gewerkt aan de actualisatie van normen en risico-instrumentarium voor toepassing binnen de kaders van de Omgevingswet.

Wat doet het RIVM?

Advies over normen en risico’s

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft advies over normen en risico’s. De normen voor bodem en grondwater zijn gebaseerd op de risico’s voor de mens en het milieu en worden gebruikt ten behoeve van het grondverzet en het bodembeheer (maximale waarden) en voor de veilige uitvoering van activiteiten op en in de bodem. De interventiewaarden (voor grondwater de signaleringsparameters) geven  de grens aan waarboven significante risico’s voor mens, plant of dier bestaan, als gevolg van verontreiniging van de bodem en grondwater. Het RIVM stelt  de risicotoolbox beschikbaar voor de beoordeling van de kwaliteit van bodem en grondwater en de risico’s van gebruik. 

Onderzoeksmodellen

Het RIVM maakt modellen om de blootstelling aan stoffen te bepalen en de risico’s voor mens en milieu te beoordelen. Dit zijn vaak modellen voor onderzoek en ontwikkeling die door experts en collega-onderzoekers gebruikt worden. 

Voorbeelden van modellen zijn het CSOIL model voor berekening van de blootstelling aan verontreinigde landbodems-model voor berekening van de blootstelling aan verontreinigde landbodems, het SEDISOIL model voor berekening van de blootstelling aan verontreinigde waterbodems-model voor berekening van de blootstelling aan verontreinigde waterbodems, en het VOLASOIL model voor berekening van het risico van bodemverontreiniging door vluchtige stoffen-model voor berekening van gezondheidsrisico’s door een vluchtige bodemverontreiniging.

Modellen zelf gebruiken? De risicotoolbox

Het RIVM heeft de beslissingsondersteunend instrumentarium beschikbaar gesteld voor de uitvoering van bodemkwaliteitsbeheer  in de risicotoolboxbodem.nl. De risicotoolbox bodem bestaat uit diverse modules met een gebruiksvriendelijke toegang. Ze zijn toegespitst op het uitvoeren van wettelijke taken en ondersteunende berekeningen binnen de kaders van bijvoorbeeld het Aanvullingsbesluit Bodem en de Omgevingswet. Ga naar Risicotoolboxbodem.nl voor meer informatie over de verschillende rekenmodules.

Wet- en regelgeving

Het beheer van de kwaliteit van bodem en grondwater is ondergebracht in het stelsel van de Omgevingswet. In de Nota van Toelichting wordt gesteld dat de bodem een essentieel onderdeel is van de fysieke leefomgeving en dat het bodem-watersysteem in belangrijke maatschappelijke diensten voorziet, bijvoorbeeld voor: de energievoorziening, de drinkwatervoorziening, voedselveiligheid, grondwaterreserves, natuur, klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Een duurzaam, efficiënt beheer en gebruik van onze bodem biedt daarmee een belangrijke bijdrage aan de gezondheid, het welzijn en de welvaart. 

Een aantal normen voor bodem en grondwater uit de Circulaire Bodemsanering (2013) is overgebracht in het Aanvullingsbesluit Bodem Omgevingswet van 27 november 2020. Het betreft de interventiewaarden bodemkwaliteit, het humane Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR maximaal toelaatbaar risico), de toxicologisch maximaal Toelaatbare Concentratie in Lucht (TCL) en geurdrempels. De interventiewaarden grondwater zijn in het Aanvullingsbesluit opgenomen als signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering. Voorts is een stoffenlijst toelaatbare kwaliteit bodem opgenomen welke de reikwijdte van de instructieregels beperkt.

Voor de normen en beoordelingsmethoden voor de toepassing van bouwstoffen, grond en baggerspecie wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit.

Normen die niet in dit Aanvullingsbesluit zijn opgenomen kunnen worden gebruikt bij de onderbouwing van een duurzaam bodembeheer en voor de gewenste gebiedskwaliteit in omgevingsvisies, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen. Veel van deze normen, zoals de streefwaarden grondwater of de voormalige Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) zijn beschikbaar in het normenzoeksysteem op de website van het RIVM.

Een snelle screening van nieuwe stoffen in de bodem

Naast bekende stoffen hebben we te maken met nieuwe, opkomende stoffen in de bodem. Opkomende stoffen zijn stoffen die nog niet (wettelijk) genormeerd zijn en waarvan de schadelijkheid nog niet (volledig) is vastgesteld. Dit leidt tot onzekerheid bij burgers, overheden en bedrijven. Een voorbeeld van opkomende stoffen zijn de PFAS, waarnaar het RIVM in 2019 en 2020 verschillende onderzoeken heeft uitgevoerd. 

Het RIVM is momenteel bezig met een instrumentarium voor de beoordeling van nieuwe, opkomende stoffen in de bodem. Als een nieuwe stof gevonden wordt in de bodem is daar vaak weinig informatie over bekend. Het is dan belangrijk om snel het risico van de stof voor mens en milieu in te schatten. 

Dit wordt uitgevoerd middels een snelle screening. Hiertoe wordt een schatting gemaakt van de risico’s van de stof voor mens en milieu. Een snelle screening kan met veel onzekerheden omgeven zijn waardoor de risicobeoordeling in deze fase tot een veilige en conservatieve schatting (‘better safe than sorry’) zal moeten leiden. 

Naarmate  de stof meer gemeten wordt en er meer informatie beschikbaar komt kunnen de onzekerheden worden verkleind en een meer betrouwbare waarde voorgesteld. 

De snelle screening met de conservatieve schatting heeft voordelen. Daarmee kan bijvoorbeeld onnodige blokkering van grondverzet worden voorkomen. Via de screening is dan al bekend wat de mate van risico’s kan zijn. Wanneer vervolgens nieuwe informatie beschikbaar komt kan de risicobeoordeling verbeterd worden.

Lopende ontwikkelingen

Het RIVM heeft samen met het POPUP kennisplatform opkomende stoffen in 2020 een aanzet gegeven voor een signalerings-, beoordelings- en prioriteringssysteem. Het doel hiervan is een bijdrage te leveren aan de beoordeling en handelingskader voor nieuwe stoffen / opkomende verontreinigingen in grond en grondwater.

De kennis die hierbij is opgedaan wordt gebruikt in het project PREMISS, een samenwerking tussen kennisinstituten en adviesbureaus uit Nederland, België en Frankrijk, om tot een 'proof of concept’  te komen. Daarnaast is het RIVM ook bezig met de ontwikkeling van een ‘Risicotoolbox opkomende stoffen’.