Mannen met 1,5 meter afstand kijken naar voetbaltraining

Wanneer tijdens de tweede golf de sportkantines sluiten, de georganiseerde competitie wegvalt en wedstrijden zonder publiek worden gespeeld, staat de sportwereld op zijn kop. Voor de jeugdklasse in het voetbal en voor synchroonzwemmers is op een gegeven moment vrijwel niets meer mogelijk. Met bevlogen betrokkenen spraken we over de impact van de maatregelen op het voetbalveld en in het zwembad.

De interviews zijn afgenomen in april en mei 2021.

We spraken met secretaris Sandra Makkinga en bestuurslid Maurice Schippers van VV Berkum, hoofd opleiding Thijs Matla van SV Deurne en met wedstrijdsecretaris Maartje Mulder en voorzitter Hanneke Wiltjer van de zwemtak synchroonzwemmen bij Zwem en Polo Club (ZPC) Amersfoort.

Meer dan alleen een sportfaciliteit

Als hoofdopleider bij SV Deurne (ca. 1000 leden) is Thijs verantwoordelijk voor het aanstellen en scholen van de trainers. Voor de 30 jeugdteams komt dat neer op zo’n 100 man staf, die de kinderen zowel tijdens trainingen als wedstrijden begeleiden. "De fase waarin er echt niks meer mocht had veel impact", zegt Thijs. Want het voetbalveld is volgens hem niet alleen de plek waar kinderen kennismaken met de sport. "Nog veel belangrijker misschien, is het voor kinderen ook een plek waar je je sociaal-emotioneel ontwikkelt."

Toen de basisscholen dicht waren, maar het sporten voor kinderen tot en met 12 jaar wel door mocht gaan, werd dan ook nog meer dan anders de verantwoordelijkheid gevoeld om de kinderen met elkaar in contact te brengen. Zo werd bij slecht weer vaak besloten de training toch door te laten gaan. "We kunnen misschien geen geweldig goed voetbalmoment aanbieden op een drassig veld, maar de kinderen zijn al de hele week thuis en hebben nog geen andere kinderen gezien. Dit is het moment dat ze eindelijk even met vrienden kunnen uitrazen."

Alternatieve zwemtraining niet zonder risico’s

Hoe anders was dat voor de zwemvereniging. ZPC Amersfoort heeft ruim 900 leden in verschillende zwemtakken (waarvan 55 leden synchroonzwemmen). Maartje en Hanneke geven training synchroonzwemmen aan de jongste groep meisjes van 6 tot 13 jaar. Het hele jaar door zijn er individuele proeven en wordt er toegewerkt naar een gezamenlijke uitvoering.

Synchroonzwemmen - RIVM Corona Gedragsunit

Dit kwam allemaal tot stilstand toen ook de zwembaden de deuren moesten sluiten. Hoewel naar andere vormen werd gezocht om met de meiden in beweging te blijven, boden online trainingen en buitentrainingen bij lange na niet de mogelijkheid vaardigheden goed aan te leren en te onderhouden. "Want bij synchroonzwemmen is het cruciaal om samen te kunnen trainen met de weerstand van het water", vertelt Hanneke. "De uitvoering leren we nu op het droge aan. Daar doen we armbewegingen op muziek en tellen we samen. Maar uiteindelijk zie je pas in het water hoe ze dat doen. En hoe zwaar het voor ze is. Nu staan ze stevig op de grond, maar in het water is dat natuurlijk niet zo. Dan gaat het om rompstabiliteit, aanspanning en weerstand bieden tegen de stuwing van het water." 

"Daarnaast is er met online training niet alleen minder concentratie, ook corrigeren op afstand is moeilijk met alle risico’s van dien", zegt Hanneke. "Het is bij lenigheid best belangrijk dat het corrigeren goed gedaan wordt. Want rek je verkeerd, dan kun je blessures oplopen."

Nederland telt volgens het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek ruim 26.000 sportverenigingen (telling 2018) [1]. Samen met alle vrijwilligers en de sportbonden zijn zij cruciaal in het faciliteren van de sportgelegenheid in Nederland. De KNVBKoninklijke Nederlandse Voetbalbond is de grootste sportbond met ruim 1,1 miljoen leden (seizoen 2019/2020) en 2904 amateur voetbalverenigingen (zaal -en veldverenigingen) [2]. De KNZB Koninklijke Nederlandse Zwembondzet zich in voor zwemmen, waterpolo, synchroonzwemmen en schoonspringen. Bij de bond zijn zo’n 400 verenigingen aangesloten met in totaal ongeveer 130.000 leden [3]. 

De coronamaatregelen hadden het afgelopen jaar veel impact op de sportverenigingen en haar leden. Het Mulier Instituut deed in de periode 24 maart tot en met 21 april 2021 onderzoek onder ruim 1600 sportverenigingen in Nederland. Bij ongeveer 50% van de verenigingen met trainingen, lessen en cursussen voor jeugdleden konden activiteiten minder dan de helft van het coronajaar plaatsvinden. Zelfs twee derde van de verenigingen meldt dat dit voor volwassenen ook het geval was. Bij verenigingen waar leden normaal gesproken ongeorganiseerd of zelfstandig op de accommodatie kunnen sporten (zoals bij zwemmen) is ongeveer de helft van de verenigingen minder dan 6 maanden open geweest voor leden. Binnensportverenigingen waren minder open dan buitensportverenigingen, voor zowel jeugdleden als seniorenleden [4].

Van actief aanspreken naar automatische piloot 

Tijdens de pandemie zetten de sportclubs alle zeilen bij om te voldoen aan de maatregelen voor een veilige sportomgeving. Voetbalverenigingen VV Berkum en SV Deurne stelden tijdens de eerste golf coronacoaches of -coördinatoren aan. Zij wezen waar nodig op de maatregelen, beantwoordden vragen en hielpen kinderen tijdens de training naar het toilet. Omdat kijkers op het sportveld niet meer welkom waren meldden veel betrokken ouders zich voor deze rol, vertelt Thijs: "Dan konden ze hun kind toch even zien sporten."

Er werden op en rond de voetbalvelden veel praktische zaken geregeld, zoals looproutes, hekken om de in- en uitgaande sporters te scheiden en ruimere trainingsvelden. De trainers kregen hiervoor specifieke instructies. Maar hoezeer je ook alles van tevoren uitdenkt, de kleine, praktische dingen zie je pas gaandeweg. Bijvoorbeeld als het gaat om 1,5 meter afstand houden van de kinderen. Thijs: "Ik zag trainers die de veters van een kind aan het strikken waren. Heel begrijpelijk, maar misschien is er wel een ander kind die al wel veters kan strikken." 

Beide voetbalclubs merkten dat ze, door alle geleverde inspanningen, tijdens de tweede golf meer op de automatische piloot konden doen. "Voldoen aan de basismaatregelen kostte iedereen minder energie", vertelt Sandra. "Het naleven van de regels ging op een gegeven moment relatief soepel", vult Thijs aan. "Het voordeel op onze club is ook dat mensen vanuit het dorp elkaar er elkaar op aan durven te spreken."

Ongemakken in het zwembad

In het zwembad werden looproutes en zwemrichtingen aangebracht. Doucheruimten en kleedkamers werden niet gebruikt. Dit bracht wel ongemakken met zich mee. Zo konden senioren, die voor een training soms van ver kwamen, geen gebruik maken van het toilet. "Dat is iets wat je eigenlijk niet kunt verbieden", vindt Hanneke. Ook konden ouders hun kinderen niet helpen met het aan- en uittrekken van natte badkleding. "Sommige meiden gingen met hun badjas aan zo de auto in." 

Ook werden mondkapjes voor trainers verplicht. "Naast dat zwemmers hierdoor de instructies niet goed konden verstaan, maakte het de werkomstandigheden voor de badmeesters erg onprettig", vertelt Maartje. "Het is echt niet te doen om het mondkapje tijdens trainingen op te houden. We hebben er zelf klachten van gehad: hoofdpijn, benauwdheid tot aan echt onpasselijk worden." Om het werkbaar te houden, is in overleg met het bestuur besloten dat het mondkapje tijdens het geven van instructies op afstand af mocht. We zochten naar de kleine mazen in de wet."

Vanaf 3 november 2020 werden binnenzwembaden in Nederland gesloten. Op 16 maart 2021 werden zwemlessen voor kinderen tot en met 12 jaar hervat. Vanaf 19 mei 2021 mochten binnenbaden onder strikte voorwaarden weer open voor andere zwemactiviteiten. Alle activiteiten moeten voldoen aan het Protocol Verantwoord Zwemmen. Aan ondernemers in de zwembadbranche is gevraagd in hoeverre andere activiteiten zijn aangeboden of bestaande activiteiten op een alternatieve manier georganiseerd. Uit de vragenlijst blijkt dat verreweg het grootste gedeelte van de zwembadbranche geen alternatief aanbod of alternatieve activiteiten heeft aangeboden. Vooral omdat het fysieke karakter van zwembaden het moeilijk maakt om activiteiten te vervangen. Toch heeft een deel van de aanbieders, net als in dit verhaal, aandacht gehad voor ander aanbod. Bijvoorbeeld door activiteiten op het buitenterrein van de eigen sportaccommodatie en het organiseren van digitale lessen en challenges [3]. 

Inleveren en elkaar de ruimte geven 

Synchroonzwemmen - RIVM Corona Gedragsunit

Zodra de maatregelen het toelieten, werd geprobeerd het bad voor alle zwemgroepen en leeftijden toegankelijk te maken. De verschillende zwemgroepen gaan vanaf dan verspreid het bad in en uit, zodat niemand elkaar kruist en de kleedruimtes niet overvol zijn. "Een flinke logistieke organisatie", vertellen Hanneke en Maartje. Zo deelden ze op zaterdag het bad met de wedstijdzwemmers en de introductietraining voor nieuwe kinderen.

Ook houden ze zich aan strakke tijden waarop de groepen in en uit het bad stappen en dat kost tijd. Hanneke: "Zo mocht iedereen onder de 18 tegelijk in één bad. Maar op het moment dat er een persoon ouder dan 18 inligt, mogen er maar 30 mensen in dat bad. Dat maakt het heel, heel ingewikkeld." "Continu op de klok kijken levert daarbij veel stress op", vertelt Maartje. "Ik heb minder plezier in het trainen omdat ik heel gehaast ben. Ik moet pushen. Mijn meisjes leren heel snel dingen weer af, omdat ze het nauwelijks nog aangeleerd hebben. Er is dus heel veel druk. Ook mis ik het kwartiertje aan het einde om dan nog wat leuks te doen." 

Kansen en zorgen

Ook bij de voetbalclubs lagen er nieuwe logistieke vraagstukken. Zo moest het aanbod van trainingen continu worden aangepast op de maatregelen en leeftijdsgroepen. Maurice: "We hebben nu al het zesde trainingsschema gelanceerd. In de vrijwilligershoek is heel veel werk verzet om die trainingen ook door te kunnen laten gaan." 

Ook werden interne mixtoernooien opgezet toen de georganiseerde competitie volledig werd stilgelegd. "Maar dit bleek onverwacht eigenlijk heel waardevol," vertelt Thijs van SV Deurne. Leden kwamen vaker met elkaar in aanraking door met en tegen elkaar te spelen. Daardoor leerden ze elkaar beter kennen. "Ieder kind van de vereniging was opeens elk weekend op ons sportpark. Dat was dus een gigantische kans." Zo wordt bijvoorbeeld het invallen in een ander team makkelijker. Ook ouders zagen het kennis maken met leeftijdgenoten als een groot pluspunt bij de overstap naar de middelbare school. 

Door het wegvallen van de competities is vooral voor de oudere jeugd vanaf 14 jaar de lol er wel wat af. Dat baart Thijs zorgen. Juist het wedstrijdelement motiveert hen om naar het sportveld te komen en niet te kiezen voor een bijbaantje op zaterdag. "Ik ben bang dat jongeren steeds minder intrinsiek gemotiveerd raken nu er in hun ogen niets meer op het spel staat." 

Uit eerdergenoemd onderzoek van Het Mulier Instituut blijkt dat ongeveer een derde van de bestuurders van de deelnemende verenigingen zich (ernstige) zorgen maken over de gevolgen van de coronacrisis voor de vereniging. Er zijn vooral zorgen over het verlies van leden/vrijwilligers, de financiële situatie, het verlies aan sociale binding en de gezondheid van (oudere) leden. Bij zo’n 4 op de 10 verenigingen daalde het ledental in het afgelopen jaar. Bij ongeveer de helft bleef het ledental gelijk en bij ongeveer 1 op de 10 steeg het ledental (sterk). Vooral binnensportverenigingen, verenigingen zonder eigen accommodatie en middelgrote verenigingen (101-250 leden) hebben met (sterke) ledendaling te maken [4]. 

Omdat amateurs door de maatregelen ruim 8 maanden geen wedstrijden konden voetballen, hield ook de KNVB Koninklijke Nederlandse VoetbalBond rekening met opzeggingen van lidmaatschappen. Maar de inschrijvingen van de teams voor het seizoen 2021/’22 geven een indicatie dat dit meevalt, bericht de bond deze zomer [5]. Tijdens de coronaperiode was het moeilijk om te zien of veel leden zijn gestopt met voetbal. In september wordt voor een heel seizoen contributie betaald, waardoor er geen financiële prikkel is om tussentijds op te zeggen. Het aantal teams dat zich voor het komend seizoen inschreef, is slechts 1,13% minder dan vorig seizoen.

Verbinding en reflectie op maatschappelijke rol

Estafette VV Berkum - RIVM Corona Gedragsunit

De pandemie maakt volgens de twee voetbalclubs nog meer zichtbaar dat je als lokale sportvereniging een essentiële maatschappelijke rol vervult. Niet alleen voor sporters, ook voor trainers en vrijwilligers is het een belangrijke plek voor ontspanning en verbinding. "Zo ook het gevoel ergens deel van uit te maken", benadrukt Sandra. Maar wat als je elkaar niet meer kunt ontmoeten op het sportpark? Maurice vult aan: "Als bestuur hebben wij wel wat sessies gewijd aan de vraag hoe ervoor zorgen dat we de verbinding met de leden blijven houden."

"Een van de manieren om dat te doen was de serie Berkum TV in Coronatijd", vertelt Sandra. Via dit kanaal - waar voor de crisis al video’s over de club werden gepubliceerd - deelden leden hun ervaringen over de impact van corona en het voetbalgemis. Een ander initiatief was de VV Berkum Postcodeloperij, een estafetteparcours waardoor leden met elkaar in contact werden gebracht. De opdracht was om individueel een afstand af te leggen naar een (vaak onbekend) verenigingslid en daar het stokje over te dragen. Sandra: "Ik heb zelf ook meegedaan en droeg het stokje over aan een dame uit het eerste elftal. Die had ik nog nooit gezien. Ik weet zeker dat ik nu een praatje maak als ik haar de volgende keer op het sportpark tegenkom." 

De pandemie bracht het verenigingsbestuur van de voetbalclubs terug naar de basis omdat er ruimte ontstond om te reflecteren op de eigen kernwaarden. De clubs zien nu meer dan ooit in dat het creëren van verbinding en saamhorigheid essentieel zijn. Sandra: "Ik ben benieuwd of dat 'wij-gevoel' straks groter is en of we ons beter bewust zijn van hoe bijzonder fijn het is deel uit te maken van zo’n vereniging. Dat gevoel van verbinding wil ik graag behouden." Thijs ziet het met elkaar blijven mixen van de jeugd als een leerervaring die hij graag meer ruimte geeft in het trainingsprogramma voor het komend seizoen. 

Ook in het zwembad nemen ze de geleerde lessen mee. Ondanks de beperkingen is er volgens Hanneke ook veel creativiteit en samenwerking losgekomen. Zo was er nauw contact met ouders en was er zelfs een vader die een deel van de buitentraining overnam. Ook werd er met andere trainers en zwemverenigingen veel uitgewisseld over oplossingen en mogelijkheden in en buiten het water. Beide trainsters hopen dat het zwemmen snel weer terug kan naar het oude normaal. Tot die tijd zetten ze zich onverminderd in om de zwemsters enthousiast te houden. "Als je de meiden maar samen kan brengen. Ik denk dat dat het belangrijkst is."  

Op basis van een bevraging van sportverenigingen in het najaar van 2020 [6], concludeert het Mulier Instituut dat de toekomst van sportverenigingen sterk afhankelijk is van de bindingskracht van leden en vrijwilligers. Het onderzoeksinstituut noemt het in standhouden van deze binding tussen leden en de vereniging dan ook essentieel voor het toekomstperspectief van verenigingen. De onderzoekers onderstrepen dat het belangrijk is dat verenigingen zo snel en veel als mogelijk (weer) open gaan, en dat in ieder geval het volledig stilleggen van de vereniging wordt vermeden. De verenigingen in dit verhaal zijn zich door corona nog bewuster geworden van het belang en de functie van de verbinding met en tussen leden en vrijwilligers, en hebben zich hier sterk voor ingezet. Bijvoorbeeld door het organiseren van een estafetteloop, het delen van onlinevideo’s over ervaringen in coronatijd en ouders een vrijwilligerstaak te geven als coronacoördinator. De derde monitor Sport en Corona (juni 2021) [3] laat zien dat verenigingen zich op verschillende manieren inzetten om vrijwilligers te behouden. Ongeveer de helft van de ondervraagde verenigingen hield tijdens de coronaperiode online en/of offline contact met vrijwilligers en/of  heeft vrijwilligers extra bedankt voor hun inzet. Daarnaast hebben verenigingen vrijwilligers onder meer betrokken bij het vormgeven en bedenken van de corona-aanpak binnen de club, en vrijwilligers aangespoord met alternatieve ideeën te komen [3].

Met dank aan en bronnenlijst

Met dank aan:

Sandra Makkinga, Maurice Schippers, Thijs Matla, Maartje Mulder en Hanneke Wiltjer en Frederike Zwenk (KNVB Koninklijke Nederlandse VoetbalBond).

Bronnenlijst:

  1. CBS Sportclubs; personeel, exploitatie, ledental, gebruik accommodaties (dd 23-07-2020)
  2. KNVB Jaarverslag ledenaantallen, seizoen 2019/’20.
  3. KNZB
  4. Pulles, I., Eldert, P. van, Nafzger, P., Poel, H. van der (2021). Monitor Sport en corona III. De gevolgen van coronamaatregelen voor de sportsector. Mulier Instituut, Utrecht.
  5. Ondanks corona bijna evenveel teams aan de start van het nieuwe seizoen. KNVB ,10 juli 2021
  6. Hoeijmakers R. & Kalmthout, J. (2020) Sportverenigingen. Stand van zaken najaar 2020. Mulier Instituut, Utrecht. 

De interviews zijn afgenomen in april en mei 2021.