De instituten RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, TNO, IRASInstitute of Risk Assessment Sciences en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst-Amsterdam zijn in het stookseizoen van 2020-2021 gestart met een gezamenlijk onderzoek naar houtrook. Dit is onder andere in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Europese Unie (IRAS). Het onderzoek geeft inzicht in de relatie tussen blootstelling aan houtrook en gezondheidsklachten. Ook is de verwachting dat het inzicht biedt in de mogelijkheden van specifieke meetapparatuur voor het meten van houtrook voor handhaving door gemeenten.  

Onderzoeksopzet

Het onafhankelijke gezondheids- en blootstellingsonderzoek vindt plaats op vier locaties (Bergen, Amsterdam IJburg, Utrecht de Meern en Zutphen). De onderzoekers voeren het uit in nauwe samenwerking met burgers in de vorm van een panelstudie.

Op alle locaties is een centraal meetpunt ingericht voor dagelijkse meting van voor houtrook relevante stoffen. Zo vindt er filtermonstername met referentieapparatuur plaats voor de meest specifieke houtrookmarker levoglucosan. Ook zijn er op de locaties IJburg en Bergen geavanceerde, automatische en mobiele fijnstof-, roetmonitoren en enkele CO-, roet- en fijnstofsensoren geplaatst. De fijnstofsensoren zijn zowel ter ijking bij de centrale meetpunten, als bij enkele deelnemers aan de panelstudie geplaatst. De deelnemers houden een dagboek bij en meten regelmatig hun longfunctie.

Met dit onderzoek kunnen de onderzoekers meer inzicht krijgen in de relatie tussen specifieke stoffen en houtrook en de relatie tussen blootstelling aan houtrook en gezondheidsklachten. Door luchtmetingen met eenvoudige sensoren te vergelijken met die met geavanceerdere mobiele (referentie)apparatuur, wordt onderzocht of het mogelijk is om houtrook betrouwbaar en eenvoudig te meten.

Meer informatie

Meer informatie over het onderzoek volgt binnenkort op deze website. Op de website van IRAS Universiteit Utrecht is meer informatie te vinden over de opzet van de panelstudie, deelname aan de panelstudie en het onderdeel burgerwetenschap.