1. Inleiding

De Werkgroep Infectie Preventie (WIPWerkgroep Infectiepreventie) is weggevallen. Daardoor zijn veel richtlijnen voor de thuiszorg al meer dan 10 jaar niet herzien. Voor thuiszorgmedewerkers (zowel verpleegkundigen, verzorgenden als huishoudelijk medewerkers) is het nu soms onduidelijk hoe zij goed om moeten gaan met infectiepreventie. Het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid) heeft vijf tijdelijke hygiëneadviezen gemaakt om de thuiszorgmedewerker te ondersteunen in de juiste hygiënische werkwijze. Het zijn dus uitdrukkelijk geen richtlijnen, maar deze adviezen:

  • handhygiëne,
  • persoonlijke hygiëne,
  • persoonlijke beschermingsmiddelen,
  • reiniging & desinfectie, en
  • MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus/BRMObijzonder resistente micro-organismen.

De adviezen zijn besproken met de doelgroep. Wat de status van deze tijdelijke hygiëneadviezen zal zijn bij de start van het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI), als opvolger van de WIP, zal dan worden bepaald.

1.1 Doel

Wie zich goed houdt aan de hygiëneadviezen, maakt het risico op overdracht van (ziekmakende) micro-organismen kleiner. Daarmee bescherm je cliënten en medewerkers.

1.2 Voor wie zijn deze hygiëneadviezen?

De hygiëneadviezen zijn voor iedereen die werkt in de thuiszorg. Onder ‘thuiszorg’ vallen thuiszorg, wijkzorg en wijkverpleging. Deze woorden worden vaak door elkaar gebruikt.

2. Handhygiëne

Een goede handhygiëne maakt de kans op overdracht van micro-organismen kleiner. De meeste ziekteverwekkers worden via de handen verspreid. Van medewerkers naar cliënten en hun directe omgeving, en omgekeerd. Thuiszorgmedewerkers doen veel zorghandelingen achter elkaar. Daarom is het belangrijk om op de juiste momenten goede handhygiëne toe te passen. Deze juiste handelingen en momenten komen uitgebreid aan bod in dit hygiëneadvies.

2.1 Definities

In deze tekst betekenen deze termen:

Infectiepreventie

Alle handelingen die je uitvoert om infecties en verspreiding hiervan te voorkomen.

Handhygiëne

De handelingen om de micro-organismen van de handen te verwijderen. Dit kan door handalcohol of water, zeep en een (papieren) handdoek.

Handreiniging

(=handen wassen)

Het verwijderen van vuil en micro-organismen van de handen. De handen wassen met stromend water en vloeibare zeep en afdrogen met een (papieren) handdoek.

Handdesinfectie

Handen inwrijven met handalcohol uit een flacon*. Daarmee dood je de micro-organismen op je huid. Dit kun je doen als:

  • de huid van de handen niet zichtbaar vies is
  • je handen niet plakkerig aanvoelen
  • je handen niet nat zijn
  • je niet net zelf naar het toilet bent gegaan,

Handdesinfectans

Een handalcohol die door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides** is toegelaten. Wrijf je handen hiermee in. Daardoor dood je de micro-organismen op de handen.

Aan handalcohol is een stof toegevoegd die je huid verzorgt.

* Flacon: kunststof fles met een pompje of een klein flesje met een duwdop.

** Ctgb: College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Centrale databank voor toegelaten middelen in Nederland.

 

2.2 Keuze handreiniging en/of handdesinfectie

Wat

Wanneer

Waarmee

Handreiniging

Zichtbaar vuil, plakkerig, nat of na toiletbezoek

Water en zeep

Handdesinfectie

Niet zichtbaar vuil

Handalcohol

Handreiniging

Was de handen met water en zeep wanneer ze zichtbaar vuil zijn, plakkerig aanvoelen, nat zijn of wanneer je zelf naar het toilet bent gegaan. Handalcohol werkt hier niet. Handalcohol desinfecteert je handen maar verwijdert geen vuil.

Handdesinfectie

Wanneer de handen niet zichtbaar vuil zijn, kun je ze desinfecteren met handalcohol. Dit heeft een aantal voordelen. Het is minder belastend voor de huid. Ook kun je het ter plekke gebruiken, zonder een wastafel. Dat bespaart tijd.

Handdesinfectie is niet nodig na handreiniging. Het belast de huid onnodig extra. Volgens de ARBOArbeidsomstandigheden-wet moet de werkgever ervoor zorgen dat handalcohol beschikbaar is voor thuiszorgmedewerkers.

2.3 Handen wassen in stappen

Doorloop de volgende stappen voor het handenwassen:

  1. Maak je handen nat.
  2. Doe vloeibare zeep op je handen.
  3. Wrijf de zeep minimaal 10 seconden goed uit. Ook op je duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen je vingers.
  4. Spoel de zeep af.
  5. Droog je handen en polsen af. Doe dit liefst met een papieren handdoek of keukenrol. Pak anders een schone stoffen handdoek.

Raak de kraan bij het dichtdraaien niet meer aan met je handen. Gebruik desnoods je handdoek of een stuk keukenrol om hem dicht te draaien.

2.4 Handen desinfecteren in stappen

  1. Zorg dat je handen droog zijn. Vocht maakt het desinfecterende middel dunner. Daardoor werkt het veel minder.
  2. Neem zo veel handalcohol dat het kuiltje van je hand vol is.
  3. Wrijf je handen hier helemaal mee in. Ook je duimen, vingertoppen, polsen en de huid tussen je vingers.
  4. Blijf het middel uitwrijven tot alles is opgedroogd. Pas dan zijn de ziekteverwekkers gedood.

Was of ontsmet je handen zoals in de figuur. Vergeet je polsen niet! 

2.5 Handhygiëne: wanneer

Wanneer

Of ook

Voor contact met de cliënt

Woning in/voor aanvang zorghandelingen

Na contact met de cliënt

Woning uit

Na contact met de omgeving van de cliënt

Woning uit

Voor schone/steriele handelingen

Voor schoon ( bijv. maken van eten)

Na contact met lichaamsvloeistoffen

Na vies (bijv. contact met afval)

2.6 Handhygiëne: waarmee

 

Zeep

Handdoek

Handalcohol

1e keus

Vloeibare zeep

Schone handdoek, alleen voor de zorghandelingen

Flacon bij cliënt (vooral bij chronische zorg)

2e keus

Vloeibaar afwasmiddel

Keukenrol

Zakflacon bij medewerker

3e keus

Alleen water

Toiletpapier

Flacon in auto/tas medewerker

3. Persoonlijke hygiëne

Een goede persoonlijke hygiëne maakt de kans op overdracht van micro-organismen kleiner. Zowel van medewerkers naar cliënten en hun directe omgeving als omgekeerd. Daarmee wordt ook de kans op infecties kleiner bij medewerkers en cliënten.

3.1 Definities

In deze tekst betekenen deze termen:

Cliëntgebonden werkzaamheden

Werkzaamheden met direct cliëntcontact. Zooals de verzorging van een cliënt of therapeutische handelingen (bijvoorbeeld toedienen oogdruppels en aantrekken steunkousen). Sociaal contact valt hier niet onder; zie verder in de tabel.

Dienstkleding

Werkkleding die je van de werkgever krijgt.

Persoonlijke hygiëne

De persoonlijke verzorging van de medewerker die beschermt tegen infecties.

Sieraden

Sieraden aan handen en polsen zoals (trouw)ringen, armbanden en horloges.

Sociaal contact

Contact met de cliënt zonder cliëntgebonden werkzaamheden. Er kan direct cliëntcontact zijn, bijvoorbeeld het geven van een hand. ­

Werkkleding

Eigen kleding die voldoet aan de voorgeschreven eisen door de werkgever. Deze kleding draag je tijdens werktijd.

Werkkleding:

  • heeft korte mouwen waardoor de onderarmen niet bedekt zijn;
  • is wasbaar en wordt gewassen op 60 °C of;
  • is wasbaar en wordt gewassen op 40 °C en daarna in de droger ‘kastdroog’ gedroogd of gestreken op minimaal stand 3 (···) of 150 °C.

Lichaamsvloeistoffen

Bloed, urine, ontlasting en sputum, etc. Of stoffen waar lichaamsvloeistoffen zitten, zoals bloed in water.

Mogelijk besmet materiaal

Materiaal dat mogelijk besmet is met lichaamsvloeistoffen, bijvoorbeeld incontinentiemateriaal en beddengoed.

3.2 Uitvoering

Soorten werkkleding

 

  • Draag dienstkleding als deze door de werkgever voorgeschreven wordt en beschikbaar wordt gesteld.
  • Draag eigen kleding die aan de eisen van werkkleding voldoet, als er geen dienstkleding beschikbaar wordt gesteld.

Eisen werkkleding

  • De onderarmen zijn onbedekt. De stof is glad en niet pluizend, hangt niet los, heeft bij voorkeur een lichte kleur;
  • Kan in de wasmachine worden gewassen op:
    • een volledig wasprogramma dat niet verkort is 
    • een temperatuur van minimaal 60 °C;
      ÓF
    • op een temperatuur van 40 °C tot 60 °C.
  • Kan daarna worden gedroogd in de droger (minimale stand kastdroog);
  • en/of gestreken (minimale stand 150 °C = warme stand voor wol/polyester/zijde).

Werkkleding dragen

  • Draag elke dag schone kleding.
  • Draag op/over de kleding geen sieraden of andere accessoires die tijdens de uitvoering van werkzaamheden in contact kunnen komen met de cliënt of met (materiaal in) de omgeving van de cliënt.
  • Draag geen vest/bodywarmer/jas tijdens werkzaamheden/zorgverlening aan de cliënt. Doe deze bij binnenkomst uit.

Schoeisel dragen

  • Draag schoenen of klompen die je goed kunt schoonmaken, bij voorkeur met dichte neus.
  • Maak schoeisel schoon als ze zichtbaar vies zijn van lichaamsvochten.

Haren

  • Het haar is schoon (ook baard en snor).
  • Draag lang haar in een staart of opgestoken, zodat dit niet in het werkgebied en gezichtsveld kan komen.
  • Houd baarden en snorren kort geknipt.

Nagels

  • Houd nagels kortgeknipt en schoon.
  • Draag geen nagellak en/of (gel)kunstnagels.

Sieraden

  • Draag tijdens de werkzaamheden geen sieraden aan handen en polsen zoals (trouw)ringen, armbanden, piercings en horloges.

Hygiëne voor hoesten, snuiten en naar toilet gaan

  • Hoest/nies met een afgewend gezicht in de elleboogplooi.
  • Snuit je neus in disposable zakdoeken en deponeer deze na gebruik direct in de afvalemmer.
  • Was of desinfecteer de handen na gebruik van een zakdoek en was de handen na toiletbezoek.

Eten, drinken en medicijnen

 

  • Eet, drink of rook nooit tijdens zorghandelingen.
  • Pas handhygiëne toe voor het klaarmaken van eten en medicijnen voor de cliënt en voor hulp bij de maaltijd.

Telefoon en tablet

  • Gebruik een telefoon en/of tablet bij voorkeur niet tijdens zorghandelingen.
  • Maak een telefoon en/of tablet schoon als die toch tijdens een zorghandeling is gebruikt en je daarvoor geen handhygiëne hebt toegepast. (zie 5.5 voor meer informatie).
  • Pas handhygiëne toe voordat je weer begint met de zorghandeling.

Infecties melden

  • Meld je leidinggevende/opdrachtgever als je opgenomen was in een buitenlands ziekenhuis.  En ook als je een van deze infecties hebt:
    • Conjunctivitis/oogontsteking
    • Diarree en/of braken
    • Nagelbedontsteking
    • Hepatitis A
    • Influenza(-achtig beeld)
    • Huidinfectie (bijvoorbeeld steenpuist)
    • Verdenking op of vastgestelde MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus

4. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen) gebruik je wanneer je verwacht dat je in contact kan komen met lichaamsvochten. En ook bij aanvullende maatregelen zoals bij MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus en BRMObijzonder resistente micro-organismen. Hier leggen we uit hoe je de PBM kunt gebruiken. Ook lees je hoe je deze het beste aan en uit kunt doen, zonder jezelf of de omgeving (alsnog) te besmetten.

De werkgever, ofwel de organisatie waarvoor de thuiszorgmedewerker werkt, is volgens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht om te zorgen voor voldoende PBM op de werkplek. Deze PBM moeten ook aan de gestelde eisen voldoen ( verwoord in verordening (EUEuropean Union ) 2016/425, 9 maart 2016 ). Verdere informatie over eisen staat ook in de LCHV-richtlijn ‘Hygiënerichtlijn voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen’.

4.1 Definities

In deze tekst betekenen deze termen:

Werkkleding

Kleding die je tijdens het werk draagt en die is voorgeschreven door je werkgever. Werkkleding kan dienstkleding zijn en/of eigen kleding die ook aan de eisen (zie ook paragraaf 3.2 ) voldoet.

Beschermende kleding

Kleding die je over je eigen kleding of dienstkleding draagt. Deze kleding heeft het doel verontreiniging van eigen of dienstkleding te voorkomen, net als de overdracht van micro-organismen.

Cliëntgebonden werkzaamheden

Werkzaamheden met direct cliëntencontact zoals de verzorging van een cliënt, bed opmaken of therapeutische handelingen (bijv. aantrekken steunkousen).  Onder cliëntgebonden werkzaamheden valt niet het geven van een hand.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen)

Middelen en materialen die besmetting van de medewerker voorkomen, maar ook de overdracht van micro-organismen via de medewerker. Het gaat om:

  • handschoenen;
  • vochtwerende jas met lange mouwen;
  • vochtwerende halterschort;
  • beschermende bril;
  • mondneusmasker
  • ademhalingsbeschermingsmasker

(Plastic beschermhoesjes voor schoenen vallen niet onder de PBM, omdat deze het besmettingsrisico niet kleiner maken. Ze kunnen wel gedragen worden om natte schoenen te voorkomen, bij bijvoorbeeld een douchebeurt.)

Mogelijk (potentieel) besmet materiaal

Lichaamsvloeistoffen zoals bloed, urine, sputum, ontlasting en speeksel. Of stoffen met lichaamsvloeistoffen zoals bloed in water.

Aanvullende maatregelen

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen op indicatie bij cliënten met MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus, BRMObijzonder resistente micro-organismen of met een bepaalde infectie zoals het NORO-virus. Deze term vervangt de term isolatie, wat in de thuiszorg meestal niet van toepassing is.

4.2 Gebruik handschoenen (niet steriel)

Functie

  • voorkomen van contact van de handen met potentieel besmet materiaal zoals bloed, lichaamsvochten, slijmvliezen of niet-intacte huid;
  • risico kleiner maken op overdracht van micro-organismen via de handen van medewerkers naar cliënten of omgeving.

Indicatie

  • Draag handschoenen wanneer de handen in contact kunnen komen met lichaamsvocht zoals bloed, urine, ontlasting, sputum en slijmvliezen.
  • Voorbeelden zijn:
    • Wassen van genitaal gebied (gebied rondom de geslachtsdelen)
    • Verzorgen van wonden
    • Stomazorg
    • Opruimen van ontlasting en urine
    • Handelingen aan de urinezak
    • Niet-intacte huid
    • Verpleeg- en behandelmaterialen die (mogelijk) in contact zijn geweest met lichaamsvochten.
  • Het dragen van handschoenen is geen vervanging van handhygiëne.

Eisen

  • Gebruik nitril of latex handschoenen die voldoen aan de normen EN 420, EN 455 en EN 374, zichtbaar op de verpakking. 

Hoe gebruiken

  • Gebruik handschoenen altijd maar één keer.
  • Gebruik handschoenen bij voorkeur direct uit de doos. Als dit niet kan, bewaar ze dan in bijvoorbeeld een afsluitbaar zakje (ziplock), niet in je (broek)zak of los in de tas.
  • Vervang handschoenen tussendoor als je handelingen in volgorde van vuil naar schoon doet.
  • Gebruik handschoenen alleen voor de handeling waarvoor je ze aandoet, doe ze daarna weer uit. Laat handschoenen tijdens het dragen niet in contact komen met omgevingsmaterialen zoals contactpunten (telefoons, deurknoppen), apparatuur, toetsenborden, cliëntendossiers, schrijfgerei, etc.
  • Handschoenen dienen niet te worden gewassen of gedesinfecteerd.

Uitdoen handschoenen

  • Trek handschoenen altijd binnenstebuiten uit.
  • Was of desinfecteer de handen direct na het uitdoen van de handschoenen. Handen en polsen kunnen altijd besmet raken bij het uitdoen van de handschoenen.

4.3 Gebruik beschermende kleding

Functie

  • Voorkomen van besmetting van de werkkleding met lichaamsvochten zoals bloed en urine
  • Beschermen van de medewerker en omgeving tegen (ziekmakende) micro-organismen bij cliënten.

Indicatie

  • Draag beschermende kleding wanneer je verwacht dat de werkkleding in aanraking komt met lichaamsvochten en, als het is voorgeschreven, bij aanvullende maatregelen.
  • Kies bij aanvullende maatregelen voor de voorgeschreven soort schort zoals beschreven in tabel 6.4 .
  • Kies voor een halterschort als je verwacht dat alleen de voorkant van je kleding vies kan worden bij de handeling.
  • Kies voor een schort met lange mouwen als je verwacht dat ook je armen en/of schouders besmet kunnen raken bij de handelingen.
  • Trek beschermende kleding voor eenmalig gebruik in ieder geval aan wanneer je verwacht in contact te komen met lichaamsvochten (bijv. bed verschonen, wasbeurt incontinente cliënt, wondbehandeling, verzorging cliënt met diarree).
  • Hou je aan de voorschriften die gelden bij eventuele infectieziekten.

Na gebruik

  • Gebruik beschermende wegwerpkleding en gooi deze direct na gebruik weg in de afvalbak. Als er geen wegwerpkleding beschikbaar is, moet de beschermende kleding binnenstebuiten worden opgehangen en dagelijks worden vervangen.

4.4. Gebruik ademhalingsbeschermingsmasker (FFP1 en FFP2)

Functie

  • Voorkomen van inademen van ziekteverwekkende micro-organismen die zich via druppels en door de lucht kunnen verspreiden.

Indicatie

  • Draag een ademhalingbeschermingsmasker bij cliënten in druppelisolatie (bijvoorbeeld influenza) en bij cliënten in aerogene isolatie (bijvoorbeeld TBCtuberculose). De indicatie wordt gegeven door de behandelaar, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst of deskundige infectiepreventie

Na gebruik

  • Gooi het masker na gebruik direct weg, het is voor eenmalig gebruik. Voorkom hierbij contact met de voorkant van het masker.
  • Bewaar het masker niet in de dienstkleding en draag het nooit los om de hals.

4.5 Gebruik chirurgisch mondneusmasker en spatbril

Functie

  • Voorkomen van contact met lichaamsvloeistoffen op het mondneusslijmvlies en oogslijmvlies bij handelingen met spatrisico.

Indicatie

  • Draag een chirurgisch mondneusmasker en een spatbril bij elke handeling, waarbij kans is op spatten van lichaamsvloeistoffen. Voorbeeld is het spoelen van de wond bij wondzorg.
  • Het chirurgisch mondneusmasker is ook geïndiceerd bij de verzorging van een cliënt met MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus, zie verder tabel 6.4

Na gebruik

  • Reinig de spatbril en desinfecteer na elk gebruik de spatbril met alcohol 70%.
  • Gooi het masker na gebruik direct weg, het is voor eenmalig gebruik. Raak het masker niet aan bij het uitdoen, verwijder deze door middel van het elastiek of ‘touwtjes’. Bewaar het masker niet in de dienstkleding en draag het nooit los om de hals.

4.6 Gebruik combinatie van PBM

Functie

  • Voorkomen dat lichaamsvloeistoffen in contact komen met werkkleding, handen en de ademhalingswegen.

Indicatie

  • Draag handschoenen, schort en chirurgisch mondneusmasker bij MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus. En ook wanneer je verwacht dat de werkkleding, handen en/of de ademhalingswegen (zoals bij spatten) in aanraking komen met lichaamsvochten.
  • Gebruik, indien voorgeschreven, in isolatiesituaties een ademhalingsbeschermingsmasker

Na gebruik

  • Doe de PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen in onderstaande volgorde uit en in afvalzak:
  • Handschoenen, pas hierna handhygiëne toe.
  • Schort; trek, na gebruik of bij verwisselen, de beschermende kleding uit door deze voorzichtig binnenstebuiten te keren en op te rollen. Zorg daarbij dat de buitenkant van de beschermende kleding niet in contact komt met de huid of de omgeving.
  • Ademhalingsbeschermingsmasker.

Pas daarna handhygiëne toe.

5. Reiniging en desinfectie

Dit hoofdstuk gaat over de schoonmaak en desinfectie van zowel verpleegkundig materiaal als van de woning zelf. Uitgangspunt is dat de verpleegkundige of verzorgende reiniging en desinfectie van het verpleegkundig materiaal verzorgt en dat de huishoudelijk medewerker de schoonmaak en eventueel desinfectie van het interieur verzorgt.

In veel situaties is alleen reinigen voldoende. Wanneer het gaat om besmettelijke infectieziekten is soms desinfectie nodig. Overleg dit met een deskundige infectiepreventie en/of de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Desinfectiemiddelen hebben geen reinigende werking. Dat wil zeggen dat met deze middelen geen zichtbaar vuil verwijderd kan worden. Als er vuil aanwezig is, werkt het desinfectans ook minder goed. Daarom moet vóór desinfectie het oppervlak altijd eerst gereinigd worden.

5.1 Definities

In deze tekst betekenen deze termen:

Reinigen/schoonmaken

Het verwijderen van zichtbaar en onzichtbaar vuil. Om te voorkomen dat micro-organis­men zoals bacteriën en virussen in leven blijven en zich vermeerde­ren.

Desinfecteren

Het aantal micro-organismen sterk verlagen; niet alle micro-organismen worden per definitie gedood.

Mogelijk besmet materiaal

Lichaamsvochten zoals bloed, urine, ontlasting, braaksel en sputum of stoffen met lichaamsvochten zoals bloed in water.

5.2 Werkwijze

Algemene uitgangspunten

  • Niet desinfecteren als reinigen voldoende is.
  • Reinig van schoon naar vuil. Gebruik bij overgang van vuil naar schoon nieuw/schoon materiaal (doek).
  • Reinig van boven naar beneden.
  • Reinig droog wat droog gereinigd kan worden (losliggend vuil).
  • Altijd reiniging vóór desinfectie.
  • Desinfecteer niet met een chemisch middel als het ook in de wasmachine kan (thermische desinfectie).
  • Gebruik bij voorkeur alcohol (70-80%), toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (=College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Dit is herkenbaar aan een 5- of 7- cijferig N-nummer op het etiket. Verdere informatie staat in de LCHV-richtlijn ‘verpleeghuizen’.

Wanneer reinigen en desinfecteren van materialen

Reinig vóór:

Gebruik van materiaal dat zichtbaar vies is

Voorbeeld: vieze waskom, vieze schaar

Desinfectie van materialen of oppervlakken

Voorbeeld: schaar met bloed, gebruikte po

Reinig na:

Zichtbare bevuiling

Voorbeeld: vieze waskom, vieze schaar

Gebruik bij cliënt als het daarna gebruikt wordt/kan worden bij een volgende cliënt

Voorbeeld: vieze stethoscoop, vieze telefoon

Desinfecteer vóór:

Gebruik bij cliënt in aanraking met slijmvliezen

Voorbeeld: handen voor oog druppelen, aansluiten urinezak

Materiaal gebruikt bij wondzorg

Voorbeeld: schaar voor knippen wondmateriaal

Omgang met steriele systemen

Voorbeeld: aansluiten infuuszak, aanprikken infuuszak

Desinfecteer na:

  • Materiaal gebruikt bij een cliënt met een BRMObijzonder resistente micro-organismen of MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus
  • Voorbeeld: materiaal dat meegenomen wordt naar een volgende cliënt

Contact met lichaamsvochten zoals bloed, ontlasting en urine

Voorbeeld: po, pincet

 

Uitvoering reiniging

Losliggend vuil

Afhankelijk van hoe veel en hoe groot vuil, stofwissen, verwijderen met stoffer en blik.

Gebruik reinigingsmiddel

Gebruik altijd de aangegeven concentratie van een reinigingsmiddel, zoals op de verpakking staat. Gebruik geen reinigingsmiddel in combinatie met een microvezel.

Gehecht vuil en/of natte vlekken

  • Voor kleine oppervlakken een klamvochtige (microvezel)doek of sopdoek/dweil.
  • Voor grote oppervlakken een (microvezel)vlakmop.
  • Vóór natte reiniging altijd stofwissen.

Frequentie reiniging

  • Afstemmen op functie van de ruimte.
  • Afstemmen op intensiteit van gebruik van de ruimte.
  • Afstemmen op de aard van de vervuiling.

Gebruikte materialen

  • Doeken in de was of weggooien (bij disposables).
  • Schuurpads in de was of weggooien.
  • Sponzen in de was of weggooien.
  • Emmers schoonmaken en droog wegzetten.
  • Vloermoppen in de was of weggooien.
  • Vloerwisdoeken minimaal per ruimte in de was doen of weggooien (bij disposables).
  • Mopstelen bij zichtbare verontreiniging reinigen.
  • Stofzuigerzak vervangen wanneer deze ¾ gevuld is. Aanwezige filters vervangen volgens aanwijzingen van de fabrikant. Zuigmond na gebruik reinigen.

Uitvoering desinfectie

5.3 Omgang en reiniging communicatieapparatuur en toegangsmiddelen

Gebruik van telefoons, tablets en sleutels/druppels/toegangspassen is niet meer weg te denken uit de zorg. Het biedt flexibiliteit en een optimale inzet van tijd en communicatie. Telefoons en toegangsmiddelen draag je echter ook tijdens zorgmomenten, en indien nodig tijdens zorgcontact. Dat betekent dat deze materialen besmet kunnen raken met mogelijk besmet materiaal zoals lichaamsvochten. Zonder reiniging, kunnen micro-organismen zich makkelijk via deze materialen verspreiden en bij jezelf en anderen terechtkomen. Desinfectie van deze materialen/apparatuur is vaak niet mogelijk, omdat met name telefoons en tablets hier niet tegen kunnen. Vandaar dat alleen reiniging is aangewezen. Als je goed reinigt, wordt het grootste deel van de vervuiling en micro-organismen verwijderd.

Afhankelijk van het type apparatuur is het toepassen van een folie over het scherm soms wel mogelijk. Dan is desinfectie wel mogelijk. De folie vervangt hierbij dus niet het reinigen en desinfecteren.

Dit advies beschrijft de maatregelen die je moet nemen om verspreiding van micro-organismen via communicatieapparatuur en toegangsmiddelen te voorkomen.

 Definities

Mobiele communicatieapparatuur

Apparatuur die tijdens het werk wordt gebruikt zoals telefoons en tablets.

Toegangsmiddelen

Middelen en materialen die de medeweker toegang geven tot een ruimte of kast zoals sleutels, druppels en toegangspasjes.

(Mogelijk) besmet materiaal

Lichaamsvochten zoals bloed, urine, ontlasting en sputum of stoffen met lichaamsvochten zoals bloed in water.

Benodigdheden

  • Klamvochtige (microvezel)doek, bij voorkeur wegwerp. Gebruik anders vochtige keukenrol.
  • Eventueel alcohol 70%.

Werkwijze

Wanneer gebruiken

  • Alleen met schone handen (dus na handhygiëne).
  • Niet tijdens intensieve zorgmomenten (indien mogelijk).
  • Niet tijdens het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals bij isolatiesituaties.
  • Tip: leg het apparaat niet in de buurt van de klant (bed/kastje).

Indien toch gebruikt bij intensieve zorg en isolatie

  • Beschouw de apparatuur als mogelijk besmet.
  • Reinig direct na gebruik met een schone klamvochtige (microvezel)doek, bij voorkeur wegwerp.
  • Na contact met lichaamsvloeistoffen of na (per ongeluk) gebruik in isolatie ( als de handschoenen de telefoon wordt gebruikt), telefoon en/of toegangsmiddelen reinigen met een schone klamvochtige (microvezel)doek. Alleen sleutels en andere toegangsmiddelen na reiniging desinfecteren met alcohol 70%.

Altijd reiniging

  • Aan het begin van de dienst.
  • Voor terugplaatsing in/aan oplader of opslaan van toegangsmiddelen.
  • Voor overdracht aan collega.

Bescherming communicatieapparatuur

  • Als communicatieapparatuur niet tegen reiniging kan, maak gebruik van een beschermende hoes die hier wel tegen kan.

6. MRSA/BRMO

Hier wordt beschreven welke maatregelen je moet nemen in een woning van een MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus- of BRMObijzonder resistente micro-organismen-positieve cliënt. Door zowel de zorgmedewerker als de huishoudelijk medewerker van de thuiszorg. Omdat deze maatregelen van toepassing zijn bij positieve kweken, wordt geadviseerd om in overleg met de behandelaar periodiek controlekweken uit te voeren. Aan de hand van landelijke richtlijnen kan bij negatieve kweken worden besloten om de aanvullende maatregelen te beëindigen.

6.1 Definities

In deze tekst wordt onder deze termen het volgende verstaan:

MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus

Meticillineresistente Staphylococcus aureus

BRMObijzonder resistente micro-organismen

Bijzonder resistente micro-organismen

Besmette omgeving

De ruimte waarvan men mag verwachten dat hier MRSA of een BRMO aanwezig is en van hieruit verspreid kan worden.

6.2 MRSA, uitvoering zorgmedewerker

Medewerkers

  • Houd de groep zo klein mogelijk.
  • Een medewerker met huidafwijkingen (zoals eczeem en psoriasis) werkt niet in deze woning.
  • Plan de cliënt zoveel mogelijk aan het eind van de route.
  • Afname van controlekweken (keel- en neuskweek) wordt geadviseerd na onvoldoende beschermd of onbeschermd contact met de cliënt en/of besmette omgeving. Overleg dit met de deskundige infectiepreventie van de instelling of de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Ruimte

  • Hang jas, tas of andere eigen spullen direct na binnenkomst bij de deur op.
  • Als het bed in de woonkamer staat: beschouw het bed en de directe omgeving ervan (+/- 1,5 meter omtrek) als MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus-besmet.
  • Als het bed in de slaapkamer staat: beschouw de hele slaapkamer als MRSA-besmet.
  • Beschouw de badkamer en het toilet als MRSA-besmet.
  • Voer de zorghandelingen uit bij/op het bed.
  • Beschouw de hele woning als MRSA-besmet als open wonden, drains en dergelijke niet goed afgedekt zijn en/of als de woning sterk vervuild is.

Te gebruiken materialen

  • Neem zo min mogelijk materiaal mee naar de besmette omgeving.
  • Neem geen materialen mee naar de besmette omgeving die niet gedesinfecteerd kunnen worden.
  • Neem voldoende plastic (afval)zakjes mee om niet te desinfecteren materialen (zoals incontinentiemateriaal, wasgoed, etc.) uit de besmette omgeving mee terug te nemen/weg te gooien.
  • Laat zoveel mogelijk gebruiksmateriaal (zoals thermometer en schaar) tijdens de isolatieperiode achter in de besmette omgeving.

Vóór betreden besmette omgeving

  • Draag geen beschermende kleding bij alleen mondeling contact of wanneer je iets afgeeft; desinfecteer direct hierna wel de handen.
  • Leg de telefoon of andere mobiele communicatieapparatuur weg buiten de besmette omgeving; deze mag niet gebruikt worden binnen het besmette gebied.
  • Bij betreden van MRSA-besmette omgeving voor zorghandelingen, bed opmaken, en bij gebruik maken van badkamer en toilet:
    • Draag een schort met lange mouwen.
    • Draag een chirurgisch mondneusmasker.
    • Draag niet-steriele handschoenen. De handschoenen gaan over de mouwen/manchetten van het schort.
    • Doe de persoonlijke beschermingsmiddelen buiten de directe omgeving van het bed aan, bijvoorbeeld in de gang of badkamer.

Wassen, wondzorg, verschonen incontinentiemateriaal

  • Beweeg zo min mogelijk met beddengoed.
  • Doe bij verschonen van (een deel van) het beddengoed het gebruikte beddengoed direct in een plastic (was)zak zodat dit veilig naar de wasmachine gebracht kan worden.
  • Gebruik voor de dagelijkse wasbeurt indien mogelijk ‘wassen zonder water’. Zie ook https://www.zorgvoorbeter.nl/verzorgend-wassen.
  • Gebruik anders uitsluitend vloeibare zeep; beschouw een stuk zeep altijd als MRSA-besmet.
  • Laat persoonlijke verzorgingsmaterialen zoals kam en gebitsbakje binnen het besmette gebied en reinig deze direct na gebruik.
  • Leeg de waskom in de wasbak. Reinig en droog de waskom.
  • Maak bij wondzorg gebruik van een ruim gereinigd werkveld, dicht bij maar niet óp het bed.
  • Doe het afval bij wondzorg direct in een plastic zak en knoop deze dicht zonder lucht eruit te drukken.
  • Doe gebruikt incontinentiemateriaal direct na verwijderen in een plastic zak en knoop deze dicht zonder lucht eruit te drukken.
  • Leeg het urinaal/ de katheterzak in het toilet zonder te spatten.

Mee terug te nemen materialen

  • Desinfecteer materialen vlak voor het meenemen uit de besmette omgeving met alcohol 70% of doe deze direct in de was (bijv. gebruikte schoonmaakdoeken).
  • Reinig de telefoon of (indien mogelijk) desinfecteer de telefoon met alcohol 70% wanneer deze toch binnen het besmette gebied gekomen is of is aangepakt met handschoenen.
  • Doe de gedesinfecteerde materialen in een plastic zakje of leg ze op een schoon (gedesinfecteerd) oppervlak, voordat je de beschermende kleding uitdoet.
  • Doe de niet te desinfecteren materialen in een plastic zak. Deze worden later weggegooid.

Vóór verlaten besmette omgeving

  • Trek de PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen binnen het besmette gebied uit.
  • Houd de volgende volgorde van uittrekken en in afvalzak doen aan:
  • Handschoenen, hierna handen desinfecteren
  • Schort
  • Mondneusmasker
  • Afvalzak sluiten zonder lucht eruit te duwen
  • Verlaat de ruimte en gooi het afval direct weg
  • Pas handhygiëne toe.

Wasgoed

  • Benader wasgoed als MRSA-besmet.
  • Verzamel wasgoed van de MRSA-positieve cliënt of uit de besmette omgeving in een plastic (was)zak.
  • Volg bij MRSA-besmet wasgoed de volgende wasinstructie:
    • Wassen op minimaal 60 °C;
    • Of wassen op minimaal 40 °C en drogen in een droger op stand kastdroog;
    • Of wassen op minimaal 40 °C en strijken op minimaal stand ···.

Gebruikt serviesgoed

  • Serviesgoed hoeft niet op een andere wijze te worden gereinigd. Pas handhygiëne toe na het opruimen van het serviesgoed.

Schoonmaak-

werkzaamheden

  • Voer werkzaamheden buiten de besmette gebieden als eerste uit.
  • Gebruik bij voorkeur geen stofzuiger. Indien dit toch noodzakelijk is, verschoon dan minimaal eenmaal per week de opvangzak en het filter. Draag hierbij de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, mondneusmasker en schort. Gebruik bij voorkeur schoonmaakmateriaal voor eenmalig gebruik.
  • Werk van schoon naar vuil.

Bijzonderheden

  • Licht een zorginstelling in over de MRSA-status indien een cliënt hier naartoe wordt overgeplaatst of wordt behandeld door andere (para)medici.

6.3 BRMO, uitvoering zorgmedewerker

Medewerkers

  • Houd de groep bij voorkeur zo klein mogelijk.
  • Afname van controlekweken bij medewerkers wordt niet geadviseerd.

Ruimte

  • Hang jas, tas of andere eigen spullen direct na binnenkomst bij de deur op.
  • Beschouw de cliënt, het bed en lichaamsvloeistoffen als BRMObijzonder resistente micro-organismen-besmet.
  • Beschouw de badkamer en het toilet als BRMO-besmet.
  • Voer de zorghandelingen uit bij/op het bed.

Te gebruiken materialen

  • Neem zo min mogelijk materiaal mee naar de besmette omgeving.
  • Neem voldoende plastic (afval)zakjes mee om niet te desinfecteren materialen (zoals incontinentiemateriaal, wasgoed, etc.) uit de besmette omgeving mee terug te nemen.
  • Laat zo veel mogelijk gebruiksmateriaal (zoals thermometer en schaar) tijdens de isolatieperiode achter in de besmette omgeving.
  • Neem geen materialen mee naar de besmette omgeving die niet gedesinfecteerd kunnen worden.

Vóór betreden besmette omgeving

  • Draag geen beschermende kleding bij alleen mondeling contact of wanneer je iets afgeeft; desinfecteer direct hierna wel de handen.
  • Leg de telefoon of andere mobiele communicatieapparatuur weg buiten de besmette omgeving; deze mag niet gebruikt worden binnen het besmette gebied.
  • Draag alleen tijdens de verzorging de persoonlijke beschermingsmiddelen volgens onderstaand schema. Om welk resistent micro-organisme het gaat is bekend bij huisarts en/of behandelaar.
  • Doe de persoonlijke beschermingsmiddelen buiten de directe omgeving van het bed aan, bijvoorbeeld in de gang of badkamer.

Wassen, wondzorg, verschonen incontinentiemateriaal

  • Gebruik voor de dagelijkse wasbeurt indien mogelijk ‘wassen zonder water’ .  Gebruik anders uitsluitend vloeibare zeep.
  • Beschouw een vast stuk zeep altijd als BRMO-besmet.
  • Doe het afval bij wondzorg direct in een plastic zak en knoop deze dicht zonder lucht eruit te drukken.
  • Doe gebruikt incontinentiemateriaal direct na verwijderen in een plastic zak en knoop deze dicht zonder lucht eruit te drukken.
  • Leeg het urinaal in het toilet zonder te spatten.
  • Spoel het toilet pas door als het deksel gesloten is.

Mee terug te nemen materialen

  • Desinfecteer materialen vlak voor het meenemen uit de besmette omgeving met alcohol 70% of doe deze direct in de was (bijv. gebruikte schoonmaakdoeken).
  • Reinig de telefoon of (indien mogelijk) desinfecteer de telefoon bij voorkeur met alcohol 70% wanneer deze toch binnen het besmette gebied gekomen is of is aangepakt met handschoenen.
  • Doe de gedesinfecteerde materialen in een plastic zakje of leg ze op een schoon (gedesinfecteerd) oppervlak, voordat je de beschermende kleding uit gaat doen.
  • Doe de niet te desinfecteren materialen in een plastic zak. Deze worden later weggegooid.

Vóór verlaten besmette omgeving

  • Trek de PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen binnen het besmette gebied uit.
  • Houd de volgende volgorde van uittrekken en in afvalzak deponeren aan:
    • Handschoenen, hierna handen desinfecteren
    • Schort
    • (indien van toepassing) mondneusmasker
    • Afvalzak sluiten zonder lucht eruit te duwen
    • Handdesinfectie
  • Verlaat de ruimte en gooi het afval direct weg.
  • Pas handhygiëne toe.

Wasgoed

  • Benader wasgoed als besmet.
  • Gebruik handschoenen bij verschonen van (een deel van) het wasgoed.
  • Doe het wasgoed direct in een plastic (was)zak zodat dit veilig naar de wasmachine gebracht kan worden.
  • Bij voorkeur wassen op minimaal 60 °C.
  • Of wassen op minimaal 40 °C en drogen in een droger op stand kastdroog.
  • Of wassen op minimaal 40 °C en strijken op minimaal stand ···.
  • Serviesgoed afwassen/afvoeren volgens normale procedure.

Gebruikt serviesgoed

  • Serviesgoed hoeft niet op een andere wijze te worden gereinigd. Pas handhygiëne toe na het opruimen van het serviesgoed.

Schoonmaakwerkzaamheden

  • Voer werkzaamheden buiten de besmette gebieden als eerste uit.
  • Werk van schoon naar vuil.

Bijzonderheden

  • Licht een zorginstelling in over de BRMO-status indien een cliënt hier naartoe wordt overgeplaatst of wordt behandeld door andere (para)medici.

6.4 Schema beschermingsmaatregelen bij MRSA en BRMO

Indicatie

Handschoenen

Halterschort

Schort lange mouwen

Mondneusmasker

MRSAMethicillin-resistant Staphylococcus aureus1

Ja

Nee

Ja

Ja (chirurgisch)

Enterobacteriaceae (incl. ESBLExtended spectrum beta-lactamases, excl. CPECarbapenamse-producerende enterobacteriaceae)

Ja

Ja

Nee

Nee

CPE

Ja

Nee

Ja

Nee

Acinetobacter species

Ja

Nee

Ja

Nee

Pseudomonas aeruginosa

Ja

Ja

Nee

Nee

Stenotrophomonas maltophilia

Ja

Ja

Nee

Nee

Streptococcus pneumoniae (PRP)

Ja

Ja

Nee

Ja (FFP1)

Enterococcus faecium (VREvacomicineresistente enterokok)

Ja

Ja

Nee

Nee

7. Verantwoording

De hygiëneadviezen voor de thuiszorg zijn opgesteld door het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid, Anke Swinkels ( GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Kennemerland) en Charlotte Michels ( CareB4) in samenspraak met afgevaardigden van o.a. thuiszorg, GGD’en, landelijk platform BRMObijzonder resistente micro-organismen, V&VNVerpleegkundigen en Verzorgenden Nederland en deskundigen infectiepreventie werkzaam voor de thuiszorg.