De rubriek Wonderlijke Vragen was jarenlang een vast onderdeel van het Infectieziekten Bulletin. In het verleden besprak Ton Oomen, destijds werkzaam bij de LCI (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding) en inmiddels met pensioen, in geschreven vorm bijzondere vragen die binnenkwamen bij de LCI. Dit was destijds een gewaardeerd en soms ook amusant onderdeel van het Infectieziekten Bulletin. Veel van deze vragen zijn later gebundeld in het boekje Kan een hoofdluis zwemmen?
Vanaf december 2025 keert de rubriek terug in een nieuw jasje. Iedere maand zal een van de voorwachten van de LCI in een korte video een bijzondere vraag beantwoorden. Een iets uitgebreidere wetenschappelijke onderbouwing van het antwoord is te vinden onder de betreffende video.
Tetanus in zee: moet je bang zijn voor een krampachtige vakantie?
Een snij- of steekwond op het strand is snel opgelopen, bijvoorbeeld wanneer je in de zee op een scherpe schelprand stapt. Na het spoelen met zeewater en een bezoek aan de huisartsenpost rees de vraag: kan tetanus ontstaan na een wond in zee?
Overleving van Clostridium tetani in zeewater
Tetanus wordt veroorzaakt door Clostridium tetani, een grampositieve, sporenvormende bacterie die voorkomt in aarde, stof en mest. De sporen zijn uitzonderlijk resistent tegen hitte en uitdroging en kunnen ook in zeewater langdurig overleven.
Hoewel de zee geen optimale leefomgeving is voor deze anaërobe bacterie, kunnen sporen die in een zuurstofarme wond terechtkomen alsnog ontkiemen en toxine produceren. Het risico op tetanus na een zeewond is dan ook niet nul, maar wel aanzienlijk kleiner dan na verwondingen met aarde of straatvuil.
Andere mariene pathogenen
Naast C. tetani kent zeewater een breed scala aan micro-organismen die wonden kunnen infecteren. Belangrijke verwekkers zijn Vibrio-soorten (zoals V. vulnificus en V. alginolyticus), Mycobacterium marinum en Aeromonas hydrophila. Deze bacteriën kunnen vooral bij onderliggende aandoeningen of bij warm zeewater leiden tot ernstige weke-deleninfecties.
Beleid en vaccinatieadvies
Volgens de landelijke richtlijnen (RIVM/LCR) geldt dat personen die meer dan tien jaar geleden hun laatste tetanusvaccinatie kregen, een booster dienen te ontvangen bij risicovolle wonden; ook na verwonding in zee of natuurwater.
Bij niet-gevaccineerde of onvolledig gevaccineerde personen wordt naast vaccinatie ook passieve immunisatie met tetanusimmunoglobuline (TIG) aanbevolen.
Een wond dient altijd zorgvuldig te worden gereinigd en gespoeld met schoon leidingwater; controle op tekenen van infectie is essentieel.
Conclusie
Tetanus na een zeewond is zeer zeldzaam, maar theoretisch mogelijk door de overlevingskracht van C. tetani-sporen. Het standaardadvies blijft daarom van kracht:
- Controleer de vaccinatiestatus.
- Dien een booster toe bij twijfel of na >10 jaar.
- Let op mariene wondinfecties en behandel conform richtlijnen.
Wonderlijke vraag van december 2025
Rabiës na een schildpadbeet: feit of fabel?
Tijdens een vakantie in China werd een zesjarig meisje op een markt gebeten door een schildpad. Zij kreeg daarop een postexpositieprofylaxe (PEP)-serie tegen rabiës toegediend. De situatie riep bij terugkomst in Nederland vragen op bij een professional die hierover gebeld wordt: kan een schildpad inderdaad rabiës overdragen?
Rabiës: een infectie exclusief voor zoogdieren
Rabiës is een vrijwel altijd dodelijke virale encefalitis, veroorzaakt door lyssavirussen (familie Rhabdoviridae), en meestal specifiek het klassieke rabiesvirus. Overdracht vindt plaats via speeksel van geïnfecteerde zoogdieren door bijt- of krabwonden, of in uitzonderlijke gevallen via slijmvliescontact.
Het rabiesvirus repliceert uitsluitend in zoogdieren. Verschillende carnivoren, zowel gehouden als wild, en vleermuizen vormen de voornaamste reservoirs; koudbloedige dieren zoals reptielen, amfibieën of vissen maar ook vogels zijn niet vatbaar en kunnen het virus dus niet overdragen. Er zijn wereldwijd geen gedocumenteerde gevallen van rabiëstransmissie door reptielen of andere niet-zoogdieren.
Waarom toch PEP in China?
De toediening van rabiës-PEP na beten door reptielen kan voortkomen uit een voorzorgsbenadering, onvoldoende informatie over het incident, of lokale protocollen die in endemische gebieden ruim geïnterpreteerd worden. Op markten waar zowel huisdieren als wilde dieren aanwezig zijn, kan verwarring ontstaan over mogelijke blootstelling aan besmette zoogdieren (bijv. honden, katten of vleermuizen).
Advies voor de Nederlandse praktijk:
Bij beten door koudbloedige dieren, waaronder schildpadden, slangen en hagedissen, geldt:
- Geen risico op rabiës: deze diersoorten kunnen niet geïnfecteerd raken met rabiesvirus.
- Geen indicatie voor rabiës-PEP, want geen risico op transmissie.
- Anamnese: vraag zorgvuldig na of er mogelijk contact is geweest met een zoogdier of diens speeksel.