De dag begon met een ontvangst in het RIVM-gebouw in Bilthoven. De deelnemers waren afkomstig uit diverse sectoren zoals ziekenhuizen, waterschappen, universiteiten, verpleeginstellingen, lokale overheden en apotheken.
Het plenaire deel werd geopend door de dagvoorzitter Caroline Moermond (RIVM). Daarna gaf Eke Buis (IenW) een presentatie over de landelijke ketenaanpak. Ze gaf een korte introductie over het belang van duurzaam medicijngebruik en de vermindering van medicijnresten in water. Ook besprak ze de huidige stand van zaken en de toekomstplannen van de landelijke ketenaanpak. Dit werd gevolgd door een levendige discussie waarin deelnemers hun vragen en opmerkingen konden delen.
Daarna presenteerden drie regionale netwerken (Noord-Nederland, Brabant, Noordwest) hun ervaringen. De netwerken uit Brabant en Noord-Nederland bestaan al een langere tijd. In de presentaties deelden zij hun geschiedenis, de inrichting van hun processen, de partners waarmee ze samenwerken, de geleerde lessen en de uitdagingen die ze tegenkomen, zowel financieel als organisatorisch. Erika Roth (TCNN) van het Netwerk Medicijnresten uit Water Noord-Nederland vertelde in haar presentatie onder andere welke thema’s er specifiek in die regio in een uitdaging vormen. (zoals een bovengemiddeld gebruik van diabetesmiddelen). Vanuit het Brabants Netwerk Medicijnresten uit Water gaven Marlies Kampschreur (Vital Zone Institute – Waterschap Aa en Maas) en Janneke Snijders (Waterschap Aa en Maas) de presentatie. Hierin werden onder andere een aantal succesvolle initiatieven toegelicht, waaronder de bewustwordingscampagne Rik Retour. Tot slot gaf Marco Lagrand (Noorwest Ziekenhuisgroep) een presentatie over de initiatieven gericht op duurzaamheid die de ziekenhuisgroep is gestart.
Tijdens de deelsessies werden deelnemers opgedeeld in kleinere groepen, ingedeeld per regio. In deze groepen is gericht gewerkt aan het maken van plannen voor de toekomst. Er werd besproken wat er al mogelijk is en wat er nog nodig is om de regionale netwerken verder te versterken. De sessies waren interactief en er werd veel kennis en ervaring uitgewisseld.
Na de lunch gaf Myrra Carstens van i4CS (EWUU) een presentatie over de subsidiemogelijkheden voor beginnende regionale netwerken. Ze legde uit welke financieringsmogelijkheden er zijn en hoe organisaties hier gebruik van kunnen maken. Deze subsidies kunnen zich richten op het opstarten van netwerken, het organiseren van bijeenkomsten, maar ook op het doen van inventariserend onderzoek, wat dan kan leiden tot een grotere onderzoeksaanvraag. Hierbij worden dan wetenschappers uit de betrokken universiteiten betrokken (Wageningen, Utrecht, Eindhoven).
In het tweede deel van de regiosessies werd verder gewerkt aan de plannen die in de ochtend waren opgesteld. De focus lag op het concretiseren van de ideeën en het maken van afspraken over de vervolgstappen. De sessies waren productief en de sfeer was goed. Er werden verschillenden initiatieven opgezet en vervolgafspraken gemaakt.
Het plenaire deel werd hervat met feedback uit de breakout sessies. De verschillende groepen deelden hun bevindingen en plannen met de rest van de deelnemers. Er werd besproken welke onderwerpen zich bij uitstek lenen voor een regionale aanpak (Figuur 1) .
Na het plenaire deel volgde een borrel, waar deelnemers in een informele setting konden napraten en netwerken. We kijken terug op op een geslaagde dag vol verrassende inspiratie, kennisuitwisseling en nieuwe samenwerkingen.