Samenvatting nitraat 2015-2018

De groei en intensivering van de landbouwsector heeft geleid tot overmatige toevoer van stikstof en fosfaat, met als gevolg een verslechterde kwaliteit van het ondiepe grondwater en het oppervlaktewater en verstoring van natuurgebieden. Naast uit- en afspoeling werkt de overbemesting in de landbouw ook via depositie van ammoniak door naar het milieu, in de vorm van vermesting en verzuring van natuur.

In het ondiepe water (filter 1, ca. 10 meter diepte) worden de hoogste waarden voor nitraat gevonden op zandgronden, met uitzondering van bos/natuur op (duin)zand. Met name in de groep akkerbouw op zand (56%), gras/mais op zand (21%) en stedelijk gebied op zand (25%), wordt de nitraatnorm regelmatig overschreden.

Bij de ecodistrictsgroepen zijn de gemiddelde nitraatconcentraties in filter 1  op ca. 10 meter diepte, het hoogst in het oostelijk dekzandgebied, de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe en de Peelhorst. De aangetroffen hoge nitraatconcentraties kunnen worden toegeschreven aan een hoge bodembelasting van nitraat gecombineerd met aeroob grondwater.

Naarmate de diepte van het grondwater toeneemt, komt aeroob grondwater minder voor en kan nitraat denitrificeren. In het middeldiepe grondwater (zie kaart filter 3, ca. 25 meter diepte) is nitraat daarom veel minder hoog, alleen in de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe is deze gemiddeld net onder de nitraatnorm van 50 mg/lmilligram per liter. Bij de ecodistrictsgroepen worden in het middeldiepe water (filter 3, ca. 25 meter diepte), de hoogste concentraties gevonden op stedelijk gebied op zand.

De gemiddelde nitraatconcentratie is relatief hoog in het loess- en krijtgebied in Zuid-Limburg, maar het aantal putfilters in dit gebied is te laag om een uitspraak te kunnen doen (nl. 4). Voor de volledigheid zijn de waarnemingen wel vermeld.

Opvallend is dat de concentratie onder de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe hoger is naarmate dieper wordt gemeten. Dit is ook duidelijk te zien in de boxplots en bijbehorende tabellen (mediaan van 5.8 mg/l voor filter 1 versus mediaan van 13.2 mg/l voor filter 3;  een 90%-waarde van 76 mg/l voor filter 1 en een 90%-waarde van 119 mg/l voor filter 3). Dit is ook te zien in de tabel met het percentage waarnemingen boven de norm: op de Utrechtse Heuvelrug waren voor filter 1 op 16% van de locaties overschrijdingen van de KRWKaderrichtlijn Water-norm, voor filter 3 waren op 29% van de locaties overschrijdingen van de KRW-norm. Dit kan misschien verklaard worden omdat het diepere grondwater ouder is. We kijken als het ware verder terug in het verleden als we dieper meten, en zien naarmate we bij ondieper, jonger grondwater komen mogelijk de positieve effecten van het mestbeleid, namelijk dat de nitraatconcentraties dalen.

In de onderstaande uitklapschermen staan de kaarten, boxplots en tabellen voor nitraat 2015-2018.  

Naar de leeswijzer bij de resultaten

Ecodistrictgebieden

Kaart 1. Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018

 

Tabel 1. Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrictgroep

gemiddelde concentratie (mg/lmilligram per liter)

1. duinen en strandwallen

0,2

2. laagveengebieden

0,2

3. polders en droogmakerijen

1,1

4. zeekleigebieden

1,7

5. rivierkleigebieden

4,3

6. beekdalcomplexen

14,7

7. hoogveengebied

0,2

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

2,9

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

26,9

10. keileemgebieden

9,7

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

25,0

12. Centrale Slenk

12,8

13. zuidwestelijk zandgebied

25,3

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

98,2

15. krijt- en lössgebied

47,3

 

Figuur 1. Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018

Tabel 2. Statistische gegevens bij figuur 1.

Percentiel

10%

25%

50%

75%

90%

1. duinen en strandwallen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

2. laagveengebieden

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

3. polders en droogmakerijen

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

4. zeekleigebieden

0,1

0,2

0,2

0,2

0,3

5. rivierkleigebieden

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

6. beekdalcomplexen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

7. hoogveengebied

0,2

0,2

0,2

0,3

0,4

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

0,2

0,2

0,3

6,2

10,8

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

0,2

0,2

0,3

41,7

97,6

10. keileemgebieden

0,2

0,2

0,3

1,5

1,6

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

0,5

3,1

5,8

35,5

76,5

12. Centrale Slenk

0,2

0,2

0,2

0,6

0,6

13. zuidwestelijk zandgebied

0,1

0,2

0,6

16,2

26,2

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

0,2

1,3

28,4

98,4

213,5

15. krijt- en lössgebied

0,2

19,3

53,6

75,2

81,8

 

Tabel 3. Aanvullende data bij de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrictgroep

Aantal unieke filters

Aantal waarnemingen 2015-2018

Rapportage-grens

Percentage waarnemingen onder de rapp. grens

Norm mg/l

Percentage waarnemingen boven de norm

1. duinen en strandwallen

15

45

<0.31

96

50

0

2. laagveengebieden

27

59

<0.31

95

50

0

3. polders en droogmakerijen

17

32

<0.31

75

50

0

4. zeekleigebieden

41

70

<0.31

87

50

0

5. rivierkleigebieden

28

58

<0.31

69

50

4

6. beekdalcomplexen

9

27

<0.31

85

50

11

7. hoogveengebied

19

49

<0.31

84

50

0

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

10

27

<0.31

59

50

0

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

29

86

<0.31

48

50

17

10. keileemgebieden

38

112

<0.31

54

50

8

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

19

54

<0.31

2

50

16

12. Centrale Slenk

22

60

<0.31

72

50

9

13. zuidwestelijk zandgebied

16

48

<0.31

58

50

19

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

22

63

<0.31

21

50

41

15. krijt- en lössgebied

4

8

<0.31

25

50

50

Kaart 2. Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018

Tabel 4. Gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrict-groep

gemiddelde concentratie (mg/lmilligram per liter)

1. duinen en strandwallen

0,3

2. laagveengebieden

0,2

3. polders en droogmakerijen

0,2

4. zeekleigebieden

1,2

5. rivierkleigebieden

14,1

6. beekdalcomplexen

0,2

7. hoogveengebied

0,2

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

0,1

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

6,8

10. keileemgebieden

2,7

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

45,8

12. Centrale Slenk

0,1

13. zuidwestelijk zandgebied

0,6

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

1,5

15. krijt- en lössgebied

17,6

 

Figuur 2. Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Tabel 5. Statistische gegevens bij figuur 2.

Percentiel

10%

25%

50%

75%

90%

1. duinen en strandwallen

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

2. laagveengebieden

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

3. polders en droogmakerijen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

4. zeekleigebieden

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

5. rivierkleigebieden

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

6. beekdalcomplexen

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

7. hoogveengebied

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

10. keileemgebieden

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

0,1

6,9

13,2

52,1

118,9

12. Centrale Slenk

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

13. zuidwestelijk zandgebied

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

15. krijt- en lössgebied

0,2

1,0

1,8

26,4

51,0

 

Tabel 6. Aanvullende data bij de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrictgroep

Aantal unieke filters

Aantal waarnemingen 2015-2018

Rapportage-grens

Percentage waarnemingen onder de rapp. grens

Norm mg/l

Percentage waarnemingen boven de norm

1. duinen en strandwallen

15

15

<0.31

87

50

0

2. laagveengebieden

27

32

<0.31

97

50

0

3. polders en droogmakerijen

17

16

<0.31

100

50

0

4. zeekleigebieden

37

39

<0.31

95

50

0

5. rivierkleigebieden

28

29

<0.31

100

50

4

6. beekdalcomplexen

9

14

<0.31

93

50

0

7. hoogveengebied

18

21

<0.31

95

50

0

8. Gelderse Vallei en Veluwezoom

10

10

<0.31

100

50

0

9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen

28

41

<0.31

93

50

7

10. keileemgebieden

37

40

<0.31

88

50

0

11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe

17

17

<0.31

24

50

29

12. Centrale Slenk

21

21

<0.31

100

50

0

13. zuidwestelijk zandgebied

16

16

<0.31

88

50

0

14. Peelhorst en oude rivierterrassen

22

22

<0.31

95

50

0

15. krijt- en lössgebied

3

3

<0.31

33

50

33

 

Homogene gebieden

Figuur 3. Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Tabel 7.  Statistische gegevens bij figuur 3.

Percentiel

10%

25%

50%

75%

90%

1. bos, natuur/duinzand

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

2. gras-mais/veen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

3. gras-mais/zeeklei

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

4. akkerbouw/zeeklei

0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL)

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

6. gras-mais/rivierklei

0,2

0,2

0,2

0,3

0,3

7. gras-mais/zand

0,2

0,2

0,3

35,6

69,3

8. akkerbouw/zand

0,2

0,3

62,6

125,6

198,4

9. bos, natuur/zand

0,2

0,2

1,3

8,5

17,0

10. stedelijk gebied/zand

0,1

4,1

31,8

51,3

60,1

11. gras-mais/moerig

0,2

0,2

0,2

0,3

0,5

12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL)

0,2

0,2

0,3

10,3

10,3

 

Tabel 8. Aanvullende data bij de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Homogeen gebied

Aantal unieke filters

Aantal waarnemingen 2015-2018

Rapportage-grens

Percentage waarnemingen onder de rapp. grens

Norm mg/lmilligram per liter

Percentage waarnemingen boven de norm

1. bos, natuur/duinzand

9

27

<0.31

93

50

0

2. gras-mais/veen

16

34

<0.31

97

50

0

3. gras-mais/zeeklei

13

21

<0.31

90

50

0

4. akkerbouw/zeeklei

24

41

<0.31

83

50

0

5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL)

7

14

<0.31

93

50

0

6. gras-mais/rivierklei

14

28

<0.31

75

50

0

7. gras-mais/zand

76

222

<0.31

53

50

21

8. akkerbouw/zand

9

26

<0.31

38

50

56

9. bos, natuur/zand

47

137

<0.31

36

50

2

10. stedelijk gebied/zand

8

24

<0.31

12

50

25

11. gras-mais/moerig

9

23

<0.31

83

50

0

12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL)

14

40

<0.31

52

50

14

Figuur 4. Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Spreiding van de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Tabel 9.  Statistische gegevens bij figuur 4.

Percentiel

10%

25%

50%

75%

90%

1. bos, natuur/duinzand

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

2. gras-mais/veen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

3. gras-mais/zeeklei

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

4. akkerbouw/zeeklei

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL)

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

6. gras-mais/rivierklei

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

7. gras-mais/zand

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

8. akkerbouw/zand

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

9. bos, natuur/zand

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

10. stedelijk gebied/zand

0,1

0,1

18,6

46,7

52,1

11. gras-mais/moerig

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL)

0,1

0,1

0,1

0,2

0,2

 

Tabel 10. Aanvullende data bij de gebiedsgemiddelde nitraatconcentratie in het diepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Homogeen gebied

Aantal unieke filters

Aantal waarnemingen 2015-2018

Rapportage-grens

Percentage waarnemingen onder de rapp. grens

Norm mg/lmilligram per liter

Percentage waarnemingen boven de norm

1. bos, natuur/duinzand

9

9

<0.31

100

50

0

2. gras-mais/veen

16

19

<0.31

100

50

0

3. gras-mais/zeeklei

12

13

<0.31

100

50

0

4. akkerbouw/zeeklei

23

24

<0.31

96

50

0

5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL)

6

6

<0.31

83

50

0

6. gras-mais/rivierklei

14

14

<0.31

100

50

0

7. gras-mais/zand

75

86

<0.31

91

50

4

8. akkerbouw/zand

9

9

<0.31

89

50

0

9. bos, natuur/zand

43

47

<0.31

81

50

0

10. stedelijk gebied/zand

8

8

<0.31

38

50

25

11. gras-mais/moerig

8

10

<0.31

100

50

0

12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL)

14

17

<0.31

88

50

14