Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van POP's in moedermelk. Hieruit blijkt dat het  in Nederland over het algemeen gaat om lage concentraties POP’s in moedermelk. De hoeveelheid van deze stoffen in moedermelk is gedurende de tijd afgenomen. Internationale verdragen om deze stoffen te verbieden blijken dus te werken. Er zijn geen risico’s voor baby’s als ze via moedermelk aan deze stoffen blootstaan. Er is daarom geen aanleiding te stoppen met borstvoeding.

Wat zijn POP's ?

POP's staat voor Persistent Organic Pollutants/persistente organische verontreinigingen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die als vervuiling in het milieu aanwezig zijn. Mensen staan continu, in kleine hoeveelheden, bloot aan POP’s. Dat gebeurt via het (leef)milieu en ook via voedsel.

Hoe komen dit soort stoffen in moedermelk terecht?
In mensen en andere zoogdieren stapelen POP’s zich op in bloed en vetweefsel.  Als een moeder borstvoeding geeft aan haar kind dan komt een deel van de in het lichaam van de moeder aanwezige POP’s  in moedermelk terecht.

Waarom heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hier onderzoek naar gedaan?

Het Nederlandse onderzoek maakte deel uit van een mondiaal onderzoek naar POP's in moedermelk. Het doel van dit onderzoek was om na te gaan of de wereldwijde afspraken onder het VNVerenigde Naties Verdrag van Stockholm effect hebben. Daarvoor is gekeken of wereldwijd de hoeveelheden POP’s in moedermelk lager zijn dan in vorige onderzoeksperioden.   Dat verwachten we namelijk, omdat het gebruik en/of de uitstoot van deze stoffen naar het milieu grotendeels verboden zijn. Daarnaast hebben we gekeken of de gevonden hoeveelheden POP’s in moedermelk gezondheidsrisico’s op kunnen leveren voor zuigelingen.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

Het RIVM heeft voor dit onderzoek in 2014 monsters moedermelk verzameld, die tussen 2014 en 2016 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn geanalyseerd. De WHO meet sinds 1969 wereldwijd POP’s in moedermelk. Hierdoor kunnen ontwikkelingen in de concentratie van POP’s in moedermelk tussen landen en door de jaren heen worden vergeleken. 

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten ?

De concentraties van POP’s in moedermelk blijken de afgelopen decennia lager zijn geworden. Dat komt door internationale afspraken, vooral het POP-verdrag van Stockholm uit 2001, om het gebruik van deze stoffen te verbieden of alleen onder strenge voorwaarden toe te staan. Doordat de stoffen zo langzaam afbreken, komen ze echter nog steeds voor in het milieu. De concentratie POP’s in moedermelk is gemiddeld genomen pas na 5 tot 10 jaar gehalveerd.

Is de concentratie van dit soort stoffen in NL hoger dan in andere landen?
Nee, de concentratie van POP’s in moedermelk die we in Nederland hebben gevonden is vergelijkbaar met de resultaten van onderzoek in andere landen in West-Europa.

Kunnen de stoffen in de moedermelk bij elkaar opgeteld een risico vormen?
In dit onderzoek is alleen gekeken naar de concentraties en mogelijke effecten van afzonderlijke stoffen. Er is nu geen rekening gehouden met mogelijke effecten van de combinatie van alle aangetroffen stoffen, aangezien de wetenschappelijke informatie om dit te kunnen beoordelen ontbreekt. Internationaal wordt veel onderzoek gedaan om meer kennis te vergaren over de zogenaamde mengseltoxiciteit. Ook het RIVM neemt deel aan deze grote internationale projecten/onderzoeken. 

Wat is het vervolg op dit onderzoek?
Eén van de aanbevelingen van het RIVM is om dit soort onderzoek te blijven doen. Op deze manier is het mogelijk  om te volgen of de concentraties van deze POP’s in moedermelk inderdaad steeds lager worden in de loop  van de tijd. Ook willen we weten of er  eventuele andere stoffen in moedermelk aanwezig zijn, die een mogelijk risico vormen voor de gezondheid van mensen.

De laatste tijd is er veel te doen over PFAS. Zit deze groep stoffen nu ook in moedermelk?
Ja, in dit onderzoek is ook PFOSperfluoroctaansulfonaten gevonden. Dat is een PFAS-stof. Het was de eerste keer dat er in dit wereldwijde onderzoek is gekeken of er PFAS-stoffen in moedermelk aanwezig zijn. Omdat het de eerste keer was dat er naar PFAS is gekeken weten we niet of de aangetoonde hoeveelheid minder of meer is dan in de afgelopen jaren. Dit is een van de redenen waarom wij aanbevelen dit soort onderzoek te blijven voortzetten.

Waarom zijn deze resultaten nu pas beschikbaar?

De analysefase van dit onderzoek heeft plaatsgevonden van 2014 tot en met 2016. Daarna is het RIVM gestart met het uitwerken van de resultaten. Het was de bedoeling deze resultaten daarna terug te koppelen aan de deelnemers en te publiceren. Dat heeft helaas langer geduurd dan we hadden gewild. Het RIVM betreurt deze vertraging.