Persoonlijke hygiënemaatregelen, zoals het niet meer geven van een hand, of het gebruik van papieren zakdoekjes zien de meeste Nederlanders niet als een probleem. Zoveel mogelijk thuis blijven, anderhalve meter afstand bewaren en niet op bezoek bij 70-plussers zijn de lastigste opgaven, zeker op de lange termijn. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-gedragsunit en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en onder 90.000 mensen.

Sinds half maart gelden in ons land diverse gedragsregels die erop gericht zijn het aantal contacten met anderen te reduceren (bijvoorbeeld 1,5 meter afstand houden). De regels moeten er verder toe bijdragen dat tijdens contacten met anderen het coronavirus niet wordt overgedragen (hygiënemaatregelen). Als mensen denken dat de gedragsregels helpen om besmettingen van zichzelf of anderen te voorkomen kan dit hun motivatie versterken. Echter, de huidige situatie vraagt ook veel van mensen: ze beperken onze vrijheid en mogelijkheden. Dit kan impact hebben op onze mentale, fysieke, en sociale gezondheid. En op de verwachting hoe lang mensen de maatregelen steunen. Deze inzichten helpen de overheid om burgers beter te kunnen ondersteunen en informeren om de gedragsregels op te blijven volgen.

Het onderzoek van RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en laat zien dat het niet meer handen schudden de makkelijkst na te leven regel is. Liefst 99,5 procent zegt geen handen meer te schudden. Ook het niet bezoeken van mensen met een kwetsbare gezondheid (85 procent), het in de elleboog niezen (75 procent) en het gebruik van papieren zakdoekjes (73 procent) lukt over het algemeen goed. Meer dan 10 keer per dag handen wassen blijkt veel lastiger te realiseren (42 procent).

1,5 meter afstand

Een belangrijke maatregel, het op 1,5 meter afstand blijven van elkaar, laat een meer complex beeld zien. Zo’n tweederde van de ondervraagden geeft aan dat er nooit of zelden iemand binnen 1,5 meter afstand komt bij het ontvangen van bezoek of bij het halen van een frisse neus. Maar bij het boodschappen doen en op het werk ligt dit percentage – zelfs in deze rustige tijden – een stuk lager: eenderde van de mensen geeft aan dat er dan zelden of nooit iemand binnen de 1,5 meter komt. De 1,5 meter afstand regel blijkt dus soms lastig te realiseren.

Kans om corona te krijgen of door te geven

Dat het onwaarschijnlijk is om zelf te worden besmet met corona denkt 28 procent. Daarentegen geeft 17 procent aan dat het waarschijnlijk is dat ze de ziekte oplopen. De helft van de mensen geeft aan het ernstig te vinden als ze besmet worden. Bijna iedereen (90 procent) zou het (heel) erg vinden als ze het virus doorgeven aan een ander.

Maatregelen helpen

De meeste mensen denken dat de maatregelen helpen om het virus in te dammen. Slechts 1 tot 5 procent denkt dat de maatregelen niet of nauwelijks helpen. De maatregelen waarvan de mensen het meeste verwachten zijn het niet meer handen schudden (90 procent) gevolgd door thuisblijven bij verkoudheid (89 procent).

Ongeveer 80 procent van de ondervraagden geeft aan dat ze de gedragsregels (heel) makkelijk kunnen opvolgen, met name de hygiëneregels. Een stuk lastiger hebben de mensen het met het op afstand blijven van anderen en het niet bezoeken van anderen.

Welzijn en Leefstijl

Hoe lukt het mensen om met deze tijden om te gaan? Ongeveer de helft van de mensen geeft aan geen verandering te zien in hoe somber, angstig, gestrest of eenzaam ze zijn ten opzichte van de periode voor corona. Ruim een derde geeft aan veel meer angstig, somber, gestrest en eenzaam te zijn geworden. Ongeveer 20 procent heeft meer slaapproblemen dan voorheen.

De meeste mensen (73 procent) geven aan dat ze hetzelfde eetpatroon hanteren als voor de coronacrisis. Met sport en bewegen ligt dat anders: 53 procent geeft aan (veel) minder te bewegen. Van de rokers is 28 procent (veel) meer gaan roken en 12 procent juist minder.  

Vertrouwen in Nederlandse aanpak

Zes op de tien mensen zegt vrijwel iedere dag met anderen te praten over de Nederlandse aanpak. Bijna 60 procent is er (zeer) positief over, 10 procent is zeer negatief. 69 procent heeft (veel) vertrouwen in  de Nederlandse aanpak, 6 procent (helemaal) niet. Nederland doet het volgens 52 procent (veel) beter dan andere landen.    

Het draagvlak voor de maatregelen op langere termijn neemt af als het nog langere tijd moet worden volgehouden. De anderhalve meter in acht nemen tot eind juni lukt 80 procent, volgens eigen inschatting. Tot eind oktober staat nog 60 procent achter dit beleid. Als de maatregelen nog tot eind oktober duren is er wel een substantiële daling in draagvlak te zien bij het beperken van bezoek (45% afname), het niet bezoeken van mensen met een meer kwetsbare gezondheid (38% afname) en uitreizen naar het buitenland (24% afname).

Het RIVM doet samen met de GGD’en onderzoek naar de invloed van de maatregelen op het dagelijks leven. Dit onderzoek wordt de komende periode elke twee weken herhaald. Aan dit onderzoek hebben 90.000 mensen van 16 jaar en ouder meegedaan. Het onderzoek is tot stand gekomen met financiering van NWONederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Dit onderzoek is een verdieping van een begin dit jaar opgestart onderzoek van het RIVM en NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.