In de buurt van bollenvelden zijn resten gevonden van bestrijdingsmiddelen in de buitenlucht rond woningen, in het stof op de deurmat en in het huisstof. Daarnaast zijn resten gevonden in de urine van omwonenden, bij volwassenen en bij kinderen. De gehalten van gemeten middelen in de lucht en urine waren niet hoger dan de risicogrenzen. Wel is meer onderzoek nodig naar het risico van alle bestrijdingsmiddelen voor omwonenden. 

Resultaten OBO

Het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden heeft in beeld gebracht hoe bestrijdingsmiddelen zich vanaf bollenvelden verspreiden en terecht komen bij omwonenden. Roel Vermeulen, hoofd onderzoeker Universiteit Utrecht en Mark Montforts, cošrdinator Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden van het RIVM, informeren over de uitkomsten van het onderzoek.

De bestrijdingsmiddelen zijn niet alleen aangetroffen bij mensen die vlak naast de bollenvelden wonen. Ook bij mensen die op grotere afstand van de bollenvelden wonen zijn de middelen aangetroffen. Omwonenden kunnen ook op een andere manier dan via de omgeving resten van bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen, bijvoorbeeld via voedsel. De onderzoekers hebben bij bollentelers en hun gezinsleden meer bestrijdingsmiddelen gemeten dan bij andere omwonenden.

Vervolgonderzoek

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft eerder een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de gezondheid van omwonenden van landbouwgrond. Er waren geen indicaties van gezondheidsproblemen bij de bollenteelt, maar wel in een aantal andere teelten. Het zou goed zijn om met de nieuwe kennis in een vervolg te bekijken of gezondheidsonderzoek nuttig is. 

Toelating bestrijdingsmiddelen

De risico’s van bestrijdingsmiddelen worden beoordeeld voordat deze worden toegelaten voor verkoop en gebruik. Hiervoor bestaat een beoordelingsmethodiek. Het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden biedt nieuwe kennis over de manier waarop bestrijdingsmiddelen zich verspreiden. Dit gebeurt via verwaaide druppels, verdamping en huisstof. Met deze kennis kan de bestaande beoordelingsmethodiek verbeterd worden. 

De gemeten gehalten in lucht en urine van de onderzochte groep bestrijdingsmiddelen bleken onder de risicogrenzen te liggen die gebruikt worden bij de toelating van bestrijdingsmiddelen. Toch zijn er nog vragen open, onder andere over het gezamenlijke effect van de stoffen. Het RIVM adviseert daarom om bij de toelating van bestrijdingsmiddelen ook de verschillende combinaties van bestrijdingsmiddelen te bekijken.

Kennisplatform 

Het RIVM pleit voor de oprichting van een kennisplatform over gewasbescherming en gezondheid. Dit platform kan een plek zijn waar mensen terecht kunnen met vragen over dit onderwerp. Ook ondersteunt het RIVM het streven naar duurzame landbouw, waarbij minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn. 

Het blootstellingsonderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk consortium van kennisinstituten: Universiteit Utrecht, TNO, Wageningen URWageningen University en Research , RadboudumcRadboud University Medical Centre, Schuttelaar & Partners, CLM Advies en Onderzoek, en op persoonlijke titel DrDokter PJJ Sauer. Het RIVM coördineerde het onderzoek.