De effecten van de coronacrisis komen harder aan bij kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals lager opgeleide mensen, jongeren, ouderen en mensen met onderliggende gezondheidsproblemen. Het gaat dan niet alleen om de directe gevolgen maar juist ook om de indirecte, toekomstige gevolgen.

De directe gevolgen van het nieuwe coronavirus zijn enorm, ook in Nederland. De sterfte aan COVID-19 komt waarschijnlijk in de top 3 van doodsoorzaken in 2020. De ziektelast is vijf keer zo hoog als bij normale griep. Zonder de getroffen coronamaatregelen zou de COVID-19 ziektelast nog hoger zijn geweest. Ook is de tweede golf COVID-19 hierbij nog niet meegenomen. Bovendien zijn de lange-termijneffecten voor ex-patiënten nog onbekend. Daarnaast zijn de indirecte effecten van COVID-19 groot: de reguliere zorg is (tijdelijk) minder toegankelijk geweest, de leefstijl verandert en coronamaatregelen verschralen het sociale leven.

Dat zegt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in een speciale uitgave van de Volksgezondheid Toekomstverkenning. Hierin wordt beschreven hoe de coronapandemie de gezondheid in Nederland op termijn verandert.

Mensen leven ongezonder

Uit het onderzoek blijkt dat meer mensen in de coronacrisis ongezonder zijn gaan leven. Rokers roken meer en het aantal mensen met overgewicht stijgt. Daarnaast ziet het RIVM dat de ziektelast toeneemt doordat bijvoorbeeld (planbare) specialistische zorg wordt uitgesteld. Ook de mentale gezondheid staat door de coronacrisis onder druk. Een derde van de mensen voelt zich somberder, en een derde voelt zich meer gestrest en angstiger dan voor de crisis. 

Lager opgeleide mensen zwaarder getroffen

Het RIVM concludeert dat de coronacrisis veel harder toeslaat bij lager opgeleide mensen. Ze hebben vaker chronische ziekten en daardoor een hogere kans op een ernstiger ziekteverloop. Daarnaast hebben ze minder mogelijkheden om thuis te werken, en is hun baan vaker onzeker. Dit heeft ook een grote impact op de mentale gezondheid van deze groep. Ook bij andere groepen zoals jongeren en ouderen staat de mentale gezondheid onder druk. De pandemie verscherpt ook de tegenstellingen tussen generaties. Jongeren voelen zich beperkt in hun vrijheid door de coronamaatregelen, die vooral bedoeld zijn om ouderen te beschermen.

Toekomstige opgaven voor volksgezondheid nog urgenter

De blijvende hoge ziektelast door hart- en vaatziekten en kanker; de groeiende groep ouderen die zelfstandig wonen, maar wel kampen met dementie en andere complexe problemen; de toenemende mentale druk op jongeren en jongvolwassenen; voordat de coronapandemie uitbrak waren dit de grote uitdagingen voor de Nederlandse volksgezondheid. Deze opgaven zijn nu nog urgenter geworden constateert het RIVM. Zeker omdat het coronavirus of andere virussen naar verwachting een gezondheidsrisico zullen blijven, ook als er een vaccin is.

Bredere afweging van maatregelen noodzakelijk

In de eerste fase van de coronapandemie is er begrijpelijkerwijs veel aandacht uitgegaan naar COVID-19 patiënten en de zorg die ze nodig hadden. De economische consequenties van de maatregelen kregen ook al snel aandacht. In de eerste fase was echter veel minder aandacht voor andere belangrijke aspecten zoals ervaren gezondheid, eenzaamheid, het kunnen voeren van eigen regie, kwaliteit van leven en zingeving. Het is van belang om bij toekomstige maatregelen ook deze perspectieven op gezondheid mee te wegen.

Ook positieve gevolgen COVID-19

Het RIVM schetst ook positieve gevolgen van de coronapandemie. Zo heeft de toepassing van digitale technieken een enorme vlucht genomen. Zorg op afstand is veel meer toegepast, de digitale emancipatie van ouderen is sterk toegenomen en het thuiswerken brengt ook meer eigen regie en gezinstijd met zich mee. Verder is er een sterkere verbondenheid in de buurt en intensievere samenwerking tussen verschillende zorgpartijen te zien.

Beter voorbereid op de toekomst

De uitkomsten van deze toekomstverkenning schetsen een beeld van een samenleving die op alle lagen hard geraakt is door de uitbraak van de coronapandemie. Een betere voorbereiding op de toekomst vraagt om:

  • Meer inzet op integrale preventie is door de coronacrisis nog belangrijker geworden. Integrale preventie richt zich niet alleen op (individuele) leefstijlfactoren, maar ook op de fysieke leefomgeving en op sociale problemen, zoals schulden en stress.
  • Rekening houden met chronische ziekten én infectieziekten. Een toekomst waarin ook infectieziekten onze gezondheid weer kunnen beïnvloeden, vraagt om nieuwe, geïntegreerde kennis, nieuwe zorgconcepten tussen formele en mantelzorg en meer samenwerking tussen (zorg)partijen.
  • Meer inzicht in mentale gezondheid; betere informatie en kennis over de mentale gezondheid bij verschillende bevolkingsgroepen die beïnvloed wordt door de coronacrisis is nodig voor passend beleid. Net als het bieden van een toekomstperspectief aan de mensen die het betreft.
  • Intensievere domein-overstijgende samenwerking tussen ministeries om gezondheid te verbeteren. Veel aangrijpingspunten hiervoor liggen buiten het gezondheidsterrein, zoals werk en arbeid, onderwijs, de fysieke leefomgeving en sociale zekerheid.

Verder kijken dan corona

Deze toekomstverkenning ‘Verder kijken dan corona, over de toekomst van onze gezondheid’ is integraal online gepubliceerd. Een uitgebreide inleiding en toelichting zijn hier te bekijken.