Het coronavirus heeft tijdens de eerste golf grote impact gehad op de zorg in Nederland. Veel patiënten kregen met uitstel van afspraken en behandelingen te maken. Ook werd een deel van de afspraken afgezegd door patiënten zelf, uit angst om besmet te worden of om de zorg niet te willen belasten. Voor het eerst zijn de effecten van de minder geleverde zorg op de gezondheid ingeschat. Door het uitstel van delen van de ziekenhuiszorg in de eerste COVID-19 golf zullen minimaal 50.000 gezonde levensjaren verloren gaan. Dat staat in het rapport Impact van de eerste COVID-19 golf op de reguliere zorg en gezondheid dat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport publiceert.

In ziekenhuizen, bij huisartsen en bij andere zorginstellingen werden tussen maart en augustus veel afspraken en behandelingen afgezegd of uitgesteld. De gezondheidswinst die deze behandelingen normaal gesproken opleveren, is daardoor niet bereikt. Alleen binnen de medisch specialistische zorg kosten de uitgestelde behandelingen al minimaal 50.000 gezonde levensjaren. Een gezond levensjaar kan zowel door vroegtijdige sterfte als door verminderde kwaliteit van leven verloren gaan. In de schatting van minimaal 50.000 verloren gezonde levensjaren is het aandeel van verminderde kwaliteit van leven relatief groot en het aandeel van vroegtijdig overlijden kleiner. Een deel van het gezondheidsverlies hoeft niet permanent verloren te gaan als de komende jaren extra behandelingen kunnen worden uitgevoerd. Daarvoor zal wel een grote inspanning van zorgmedewerkers nodig zijn.

Staar-, knie- en heupoperaties

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft onderzoek gedaan naar ongeveer 30 procent van medisch-specialistische zorg. Hieruit bleek dat de meeste verloren gezonde levensjaren het gevolg zijn van weggevallen behandelingen binnen de specialismen oogheelkunde en orthopedie, zoals staar-, knie- en heupoperaties. Deze behandelingen worden vaak uitgevoerd en leveren in verhouding veel gezondheidswinst op, en dus ook veel verlies als de zorg niet doorgaat. Het totale gezondheidsverlies binnen de medisch specialistische zorg zal zeker groter zijn dan de genoemde aantallen, maar mag niet direct doorgetrokken worden naar de 70 procent van de ziekenhuiszorg die niet meegenomen is in het onderzoek.  Het inschatten van de effecten van de minder geleverde zorg in andere sectoren dan de ziekenhuiszorg vraagt nog aanvullend onderzoek.

Zorg buiten het ziekenhuis

Daarnaast heeft het RIVM ook onderzoek gedaan naar de omvang van de minder geleverde zorg buiten het ziekenhuis. Ook hier werd een groot deel van de zorg afgeschaald.  Wel werd een deel van de zorg vervangen door zorg op afstand, bijvoorbeeld telefonisch of via beeldbellen. Aan het begin van de zomer herstelde de reguliere zorg in veel sectoren van de zorg grotendeels, maar de achterstanden werden niet ingehaald.  Sommige vormen van zorg, zoals de paramedische zorg, dagbesteding en groepsbehandelingen, herstelden moeizamer omdat ze moesten worden aangepast om te kunnen voldoen aan de corona-richtlijnen, bijvoorbeeld om voldoende afstand te kunnen houden of behandelruimtes schoon te maken tussen behandelingen. Dit betekende dat het vaak niet mogelijk was om evenveel zorg als voorheen te leveren.